Artikel
I
Wijziging van de Pensioenwet
Wijzigt de Pensioenwet.
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Pensioenwet.
Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën zenden binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet, en vervolgens na drie jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de artikelen I, II, III, IV en V, onderdeel C en F, van deze wet.
Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van artikel V, onderdeel A, van deze wet.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat artikel V, onderdelen A en D, van deze wet terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip. Bij toepassing van de tweede zin is het in artikel V, onderdeel D, opgenomen artikel 32ba, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing op de datum van inwerkingtreding.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.