Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 26 januari 2021, nr. IENW/BSK-2021/10986, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling verduurzaming binnenvaartschepen (Tijdelijke subsidieregeling verduurzaming binnenvaartschepen 2021–2025)

Tijdelijke subsidieregeling verduurzaming binnenvaartschepen 2021–2025

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, 8, eerste lid en tweede lid, onderdeel b, 9, 22 en 23, vijfde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M en artikel 36 van verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014;

BESLUIT:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: natuurlijke of rechtspersoon uit een lidstaat van de Europese Unie of uit Zwitserland aan wie het binnenschipcertificaat voor het desbetreffende vaartuig is verstrekt;

  • algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV): verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • bedrijfsmatig vervoer: bedrijfsmatig vervoer als bedoeld in de Binnenvaartwet;

  • binnenschipcertificaat: certificaat van onderzoek als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 1, van het Binnenvaartbesluit of een Uniebinnenvaartcertificaat voor binnenschepen overeenkomstig de richtlijn;

  • emissievrij binnenschip: binnenschip als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102 octies, onder d, van de AGVV;

  • erkend meetbedrijf: meetbedrijf erkend door de Raad voor Accreditatie voor het verrichten van emissiemetingen aan boord van binnenvaartschepen;

  • gecertificeerd meetbedrijf: meetbedrijf dat door een erkend meetbedrijf is gecertificeerd voor het verrichten van emissiemetingen aan boord van binnenvaartschepen;

  • groep: groep, als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • kleine onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de AGVV;

  • middelgrote onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de AGVV;

  • NRMM-Verordening: verordening (EU) 2016/1628 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG;

  • Richtlijn: richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG;

  • roetfilter: gesloten nabehandelingssysteem voor het reduceren van de uitstoot van roet (Diesel Particulate Filter (DPF)), dat overeenkomstig artikel 9.09 van bijlage 1.1a bij de Binnenvaartregeling op een motor van een binnenvaartschip kan worden geplaatst, teneinde uitlaatgassen van die motor te ontdoen van fijnstof;

  • ROSR: Reglement onderzoek schepen op de Rijn;

  • schoon schip: binnenschip als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102 septies, onder c, van de AGVV.

  • SCR-katalysator: nabehandelingssysteem voor selectieve katalytische reductie, dat overeenkomstig artikel 9.09 van bijlage 1.1a bij de Binnenvaartregeling op een motor van een binnenvaartschip kan worden geplaatst, teneinde uitlaatgassen van die motor te ontdoen van stikstofoxiden;

  • staatssteun: steunmaatregelen als omschreven in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  • uitvoeringsinstantie: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO);

  • vaartuig: binnenvaartschip of drijvend werktuig als bedoeld in de Richtlijn.

Artikel

2

Doel en toepassingsbereik van de regeling

Artikel

3

Subsidiabele activiteiten

De volgende maatregelen komen voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    aanschaf en installatie van een motor van het type IWP, IWA of NRE, als bedoeld in NRMM-verordening, of van een motor die op basis van die verordening als gelijkwaardig is erkend;

  • b.

    aanschaf en installatie van een SCR-katalysator of een combinatie van een SCR-katalysator met een roetfilter ten behoeve van de reeds ingebouwde motor, voor zover dit leidt tot een vermindering van de uitstoot van stikstofoxiden met tenminste 60% van de norm die wordt gesteld aan een motor met vergelijkbaar vermogen met een typegoedkeuring CCR2;

  • c.

    aanschaf en installatie van een elektrische aandrijfmotor, als bedoeld in artikel 11.00, vijfde lid, van bijlage 1.1a bij de Binnenvaartregeling; de aanschaf en installatie van een elektrische aandrijfmotor komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien de elektriciteit wordt opgewekt door een batterij of een brandstofcel of indien de verbrandingsmotor eenvoudig door een batterij of brandstofcel kan worden vervangen;

  • d.

    het laten opstellen van een rapport door een erkend meetbedrijf of een gecertificeerd meetbedrijf waarin de meetresultaten van emissies van de motor na uitvoering van de in het eerste lid, onder b, uitgevoerde maatregelen in de praktijk zijn weergegeven, voorafgaand aan de aanvraag tot subsidievaststelling. De metingen worden uitgevoerd conform de norm ISO 8178, testcyclus E3 of D2.

Artikel

4

Subsidieplafond en hoogte van de subsidie

Artikel

5

Specifieke afwijzingsgronden

Onverminderd de in artikel 11 en 12 van het Kaderbesluit vermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen indien:

  • a.

    er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde maatregel voor hetzelfde vaartuig;

  • b.

    er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c.

    er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • d.

    indien de werkzaamheden aan de maatregelen reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt;

  • e.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • f.

    de aanvrager op grond van de NRMM-verordening en de Richtlijn verplicht is een motor te plaatsen van het type IWP, IWA of NRE of een motor die op basis van de NRMM-verordening als gelijkwaardig is erkend, of

  • g.

    in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan aan een aanvrager, dan wel aan aanvragers die tot eenzelfde groep behoren, reeds voor drie vaartuigen subsidie is verstrekt.

Artikel

6

Voorschot

Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot verleend van 100%.

Artikel

7

Aanvraagvereisten

Artikel

8

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

9

Subsidievaststelling

Artikel

10

Evaluatie

Artikel

11

Inwerkingtreding

Artikel

12

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling verduurzaming binnenvaartschepen 2021–2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga