Artikel
1
1
De bevoegdheid die ingevolge artikel 47 van de Staatsregeling van Curaçao toekomt aan de Staten van Curaçao wordt met betrekking tot de toelating van een kandidaat in een op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande vacature in de Staten van Curaçao uitgeoefend door de Gouverneur van Curaçao. Daartoe zendt de voorzitter van de Staten van Curaçao onverwijld de betreffende geloofsbrief met bijbehorende stukken aan de Gouverneur van Curaçao.
2
Indien de Gouverneur van Curaçao besluit tot toelating van een kandidaat, wordt van dit besluit door tussenkomst van de voorzitter van de Staten van Curaçao onverwijld mededeling gedaan aan de Staten, de voorzitter van de Electorale Raad en de toegelatene.
3
Indien de Gouverneur van Curaçao besluit een kandidaat niet als lid toe te laten, op grond dat deze niet voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking bekleedt, wordt van dit besluit door tussenkomst van de voorzitter van de Staten van Curaçao onverwijld mededeling gedaan aan de Electorale Raad.