Artikel
1
Gedurende het jaar 2021 geldt dat de opsporingsambtenaar, als bedoeld in artikel 1, onder a van die regeling, voor de duur van een kalenderjaar geoefend is in het gebruik van de in artikel 2, eerste lid, van die regeling bedoelde bevoegdheden dan wel van het in artikel 2, eerste lid, van die regeling bedoelde geweldsmiddel, indien hij de toets geweldsbeheersing en de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd.