Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 maart 2021, nr. WJZ/27072339(128001), houdende regels voor subsidieverstrekking voor de restauratie van klinkende onderdelen van rijksmonumenten (Subsidieregeling restauratie klinkend erfgoed)

Subsidieregeling restauratie klinkend erfgoed

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een rijksmonument met een of meer klinkende onderdelen;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • klinkende onderdelen: beiaarden, orgels, luidklokken en uurwerken die medebepalend zijn voor de monumentale waarde van het rijksmonument waar zij bestanddeel van zijn;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • restauratiekosten: kosten van restauratie van klinkende onderdelen die in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten, als subsidiabel zijn aangemerkt, met inbegrip van kosten die samenhangen met het bestrijden en voorkomen van schade door loodcorrosie van orgelpijpen;

  • restauratiewerkzaamheden: werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de restauratie van een klinkend onderdeel, met inbegrip van het bestrijden en voorkomen van schade door loodcorrosie van orgelpijpen, en waarvoor op grond van deze regeling subsidie is verleend.

Artikel

3

Te subsidiëren activiteiten en subsidieplafond

Artikel

4

Subsidiabele kosten en hoogte subsidie

Artikel

5

Subsidieaanvraag

Artikel

6

Verdeelcriterium, verlening subsidie en bevoorschotting

Artikel

7

Weigeringsgronden

Subsidieverstrekking wordt geweigerd:

  • a.

    voor zover de subsidiabele kosten voor restauratiewerkzaamheden ten aanzien van een klinkend onderdeel minder bedragen dan € 50.000 ingeval van een beiaard of orgel en minder dan € 5.000 ingeval van een luidklok of uurwerk;

  • b.

    voor zover voor de subsidiabele kosten reeds een andere rijkssubsidie is verstrekt;

  • c.

    voor zover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt; of

  • d.

    voor zover de aanvraag betrekking heeft op restauratiekosten waarvoor een eerder verleende subsidie op grond van artikel 9 is ingetrokken, mits die intrekking op het moment van indiening van de aanvraag nog geen drie maanden onherroepelijk was.

Artikel

8

Subsidieverplichtingen

Artikel

9

Intrekking subsidieverlening

De minister trekt de subsidieverlening in zodra de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, behoudens overmacht aan de kant van de subsidieontvanger. Het niet kunnen opbrengen van het aandeel in de restauratiekosten dat niet door de op grond van deze regeling verstrekte subsidie wordt gedekt, wordt niet aangemerkt als overmacht.

Artikel

10

Vaststelling subsidie

Artikel

11

Desgevraagde verantwoording over prestaties bij subsidies tot € 25.000

Indien de verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Artikel

12

Verantwoording over prestaties bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000

Artikel

13

Verantwoording van kosten bij subsidies van € 125.000 of meer

Artikel

14

Inwerkingtreding

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling restauratie klinkend erfgoed.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven