Artikel
1
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Buitenlandse Zaken;
-
b.
commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
minister: Minister van Buitenlandse Zaken;
commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.
Er is een Commissie van onderzoek naar het Non Lethal Assistance (NLA) programma, dat de Nederlandse regering van 2015 tot 2018 in Syrië heeft uitgevoerd (Commissie van onderzoek NLA-programma in Syrië).
De commissie heeft tot taak:
onafhankelijk en naar eigen inzicht onderzoek te doen naar het in lid 1 van dit artikel genoemde NLA-programma;
in ieder geval de volgende aspecten mee te nemen in het onderzoek:
het ambtelijke en politieke besluitvormingsproces;
de juridische risico’s;
de mate waarin de door de regering aan de steun gestelde voorwaarden zijn nagekomen;
de informatievoorziening aan de Kamer; en
uit het onderzoek lessen te trekken voor de toekomst.
De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie onafhankelijk en onpartijdig uit.
Tot lid van de commissie worden benoemd:
P.C. (Patrick) Cammaert, Generaal-majoor der mariniers (b.d.), tevens voorzitter;
Prof. Dr. R.M. (Rianne) Letschert, Rector magnificus Universiteit van Maastricht;
Drs. M.J.A. (Marcia) Luyten, Journalist / Schrijver; en
Prof. Dr. U.Ü. (Uğur) Üngör, Hoogleraar Universiteit van Amsterdam.
De commissie brengt uiterlijk 1 maart 2023, en zoveel eerder als mogelijk, haar eindrapport uit aan de minister.
De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een (extern) secretariaat, inclusief onderzoekers, met aan het hoofd de secretaris van de commissie.
De secretaris en de overige leden van het secretariaat zijn voor de uitvoering van hun taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.
De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7 bedoelde protocol.
Ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.
De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
De voorzitter en de andere leden voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vaste vergoeding per maand, gebaseerd op salarisschaal 18, trede 10, van bijlage I-B van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2018–2020. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is 16/36 en voor de andere leden 8/36.
De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde begroting, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
de kosten voor huisvesting, de faciliteiten van vergaderingen en voor het secretariaat;
de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek;
de kosten voor oplevering van het rapport;
de reiskosten voor binnenlandse reizen die worden vergoed op basis van voor werknemers in de sector Rijk geldende vergoedingsregelingen; en
internationale reis- en verblijfkosten, indien die voor het onderzoek noodzakelijk zijn, conform de voor werknemers in de sector Rijk geldende vergoedingsregelingen.
Het archief van de onderzoekscommissie wordt na afloop van de werkzaamheden van de commissie overgebracht naar het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM), afdeling Team 1, cluster Mashreq.
Het beheer vindt plaats met inachtneming van de vigerende archiefwet en -regelgeving en de door de onderzoekscommissie in haar protocol aangegeven vertrouwelijkheid, waarover de onderzoekscommissie nadere afspraken maakt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Bedrijfsvoering (DBV), cluster Informatiemanagement (DBV/IM).
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2021.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie van onderzoek NLA-programma in Syrië.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.