Besluit van 6 mei 2021, houdende regels met betrekking tot de energie-audit (Besluit energie-audit)

Besluit energie-audit

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat van 15 december 2020, nr. WJZ / 20290080;
Gelet op artikel 8 van richtlijn nr. 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315) en artikel 18, derde, vierde en vijfde lid, van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 februari 2021, nr. W18.20.0482/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat van 30 april 2021, nr. WJZ / 21073282;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

De energie-audit voldoet aan de minimumcriteria, bedoeld in bijlage VI bij richtlijn 2012/27/EU.

Artikel

2

Het verslag van een energie-audit bevat de volgende gegevens:

  • a.

    een beschrijving van de grote onderneming, de bedrijfsvoering en de uitgevoerde energie-audit;

  • b.

    een schematisch overzicht met een beschrijving van alle binnen de grote onderneming bestaande processen, installaties, gebouwen en het vervoer;

  • c.

    een overzicht van het totaal gemeten energieverbruik van de grote onderneming over het meest recente boekjaar in gigajoule;

  • d.

    de totaalverbruiken aan elektriciteit, aardgas, warmte, brandstof voor vervoer en alle andere energiedragers, opgegeven in de gebruikelijke energie-eenheden;

  • e.

    het energieverbruiksprofiel in de vorm van een tabellarisch of grafisch weergegeven, gekwantificeerde onderverdeling van de energieverbruiken van de processen, gebouwen, installaties en vervoer;

  • f.

    voor de processen, gebouwen, installaties en vervoer van de onderneming een uitsplitsing van het energieverbruik naar deelverbruiken voor zover elk van die deelverbruiken individueel meer dan 5% van het energieverbruik van het afzonderlijke onderdeel uitmaakt;

  • g.

    een belastingprofiel van het elektriciteitsverbruik waaruit blijkt hoe het elektriciteitsverbruik gedurende de dag en nacht en gedurende werkdagen en niet-werkdagen verloopt.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit energie-audit.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, B. van ’t Wout
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus