Regeling van de Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 mei 2021, kenmerk 2021-0000097511, directie Financiële Markten, tot vaststelling van de bandbreedtes en tarieven, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019, voor het jaar 2021 (Regeling bekostiging financieel toezicht 2021)

Regeling bekostiging financieel toezicht 2021

De Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluiten:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder geconsolideerde jaarrekening: jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van personen die een groep of groepsdeel vormen en andere in de consolidatie meegenomen personen, als één geheel zijn opgenomen.

Artikel

2

Artikel

3

Voor het kalenderjaar 2021 worden de bandbreedtes en tarieven, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019, voor de personen die onder toezicht van De Nederlandsche Bank vallen, bedoeld in bijlage 2, onderdeel B, van dat besluit als volgt vastgesteld:

Aanbieders van diensten met betrekking tot virtuele valuta;

Omzet verkregen uit het aanbieden van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta

Omzet verkregen uit het aanbieden van bewaarportemonnees.

Omzet wordt indien mogelijk bepaald aan de hand van de bruto provisie-inkomsten (PI)

Aanbieders voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta die op grond van artikel 23b, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme zijn geregistreerd of aanbieders van bewaarportemonnees die op grond van artikel 23b, tweede lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme zijn geregistreerd.

Voor de partijen geldt een maximum van het tarief dat 10 procent van de omzet op jaarbasis bedraagt met een minimum van € 2.000 (het basisbedrag) en een absoluut maximum van € 450.000.

€ 2.000 in voorkomend geval vermeerderd met:

> € 0 tot en met € 0,2 miljoen omzet in de periode 21 mei tot en met 31 december 2020

€ 117 per € 1.000

> € 0,2 miljoen tot en met € 1 miljoen omzet in de periode 21 mei tot en met 31 december 2020

€ 93 per € 1.000

> € 1 miljoen tot en met € 5 miljoen omzet in de periode 21 mei tot en met 31 december 2020

€ 70 per € 1.000

> € 5 miljoen omzet in de periode 21 mei tot en met 31 december 2020

€ 47 per € 1.000

Banken en kredietunies

Voor banken (personen a,b,d,e,f):

Minimum omvang toetsingsvermogen (MTV):

Minimum omvang toetsingsvermogen berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de Wet op het financieel toezicht worden bepaald

Personen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:11, 2:20, 3:4, eerste lid, of 3:110, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht

€ 35.000 vermeerderd met:

>€ 0 tot en met € 80 miljoen MTV

€ 7.870 per € miljoen MTV

>€ 80 miljoen tot en met € 400 miljoen MTV

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 3.390 per € miljoen MTV

>€ 400 miljoen tot en met € 4 miljard MTV

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 1.782 per € miljoen MTV

>€ 4 miljard MTV

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 519 per € miljoen MTV

Beheerders van beleggingsinstellingen en van icbe’s, beleggingsondernemingen, bewaarders alsmede marktexploitanten die een MTF of georganiseerde handelsfaciliteit exploiteren

Voor bewaarders (personen a): een vast bedrag. Voor beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede beleggingsondernemingen (personen b, c en d):

Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen:

a.

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit als genoemd in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d Wft of artikel 2:97, vierde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b Wft beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft;

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst»

– het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verrichten van een van de beleggingsactiviteiten genoemd in de onderdelen a en b van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verrichten van een beleggingsactiviteit»;

b. de omvang van het totaal van:

– het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en);

– het balanstotaal van de beheerde icbe (’s);

– het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het beheren van individueel vermogen», welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het «adviseren over financiële instrumenten» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft;

– honderd maal het minimum aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verrichten van een beleggingsactiviteit».

€ 3.000 in voorkomend geval vermeerderd met:

Type beleggingsdienst of -activiteit

Ontvangen en doorgeven van orders als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht

€ 0

Uitvoeren van orders voor rekening van cliënten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 3.500

Vermogensbeheer als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 3.500

Beleggingsadvies als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 0

Begeleiden of overnemen van emissies met plaatsingsgaranties als bedoeld in artikel 1:1van de Wet op het financieel toezicht

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 5.000

Begeleiden van emissies zonder plaatsingsgarantie als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 3.000

In combinatie met vermogen

Balanstotaal (BT)

€ 0 tot en met € 1 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 12,90 per miljoen BT

> € 1 miljard tot en met € 10 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 8,13 per miljoen BT

> € 10 miljard tot en met € 50 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 3,22 per miljoen BT

> € 50 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 0,52 per miljoen BT

Beheerd individueel vermogen (BV)

€ 0 tot en met € 1 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 12,90 per miljoen BV

> € 1 miljard tot en met € 10 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 8,13 per miljoen BV

> € 10 miljard tot en met € 50 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 3,22 per miljoen BV

> € 50 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 0,52 per miljoen BV

Vermogen waarover geadviseerd wordt:

€ 0 tot en met € 1 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 1.000

> € 1 miljard tot en met € 10 miljard

€ 2.000

> € 10 miljard tot en met € 50 miljard

€ 4.000

> € 50 miljard

€ 10.000

Honderd maal het aan te houden toetsingsvermogen

€ 0 tot en met € 1 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 12,90 per miljoen van honderd maal het aan te houden toetsingsvermogen

> € 1 miljard tot en met € 10 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 8,13 per miljoen van honderd maal het aan te houden toetsingsvermogen

> € 10 miljard tot en met € 50 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 3,22 per miljoen van honderd maal het aan te houden toetsingsvermogen

> € 50 miljard

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 0,52 per miljoen van honderd maal het aan te houden toetsingsvermogen

Betaalinstellingen, clearinginstellingen en elektronischgeldinstellingen

Bruto-provisie-inkomsten (PI)

Personen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:3a, eerste lid, 2:4, of 2:10a van de Wet op het financieel toezicht:

€ 7.500 in voorkomend geval vermeerderd met

Bij 2 toegestane betaaldiensten op basis vergunning

€ 5.000

Bij 3 of meer toegestane betaaldiensten op basis vergunning

€ 2.500

Personen met PI in het bereik van:

€ 0 tot en met € 1 miljoen

€ 75 per € 1.000

> € 1 miljoen tot en met € 10 miljoen

€ 31 per € 1.000

> € 10 miljoen tot en met € 50 miljoen

€ 2,40 per € 1.000

> € 50 miljoen

€ 0,25 per € 1.000

Personen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:54i, eerste lid, of 2:54l, eerste lid van de Wet op het financieel toezicht

€ 3.000

Depositogarantiestelsel: banken

Gegarandeerde deposito’s (GDs)

€ 500 vermeerderd met:

< 1 miljard GDs

€ 20,39 per

€ 1.000.000 GDs

1 tot en met 10 miljard GDs

€ 16,31 per

€ 1.000.000 GDs

> 10 miljard GDs

€ 12,23 per

€ 1.000.000 GDs

Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen

Instellingen met vereist eigen vermogen (excl. premie-pensioeninstellingen):

Som van de technische voorziening pensioenverplichting en het vereist eigen vermogen (TV+VEV), vermenigvuldigd met een bonus/malus factor.

De bonus/malus factor is gelijk aan de som van de technische voorziening pensioenverplichting en het vereist eigen vermogen (TV+VEV), gedeeld door de som van de technische voorziening pensioenverplichtingen en het (aanwezige) eigen vermogen (TV+EV).

€ 2.000 vermeerderd met:

>€ 0 tot en met € 10 miljard TV+VEV

vermenigvuldigd met de als volgt te berekenen bonus/malus factor:

((TV+VEV)/(TV+EV))

€ 45,16 per € miljoen TV+VEV vermenigvuldigd met de als volgt te berekenen bonus/malus factor:

((TV+VEV)/(TV+EV))

>€ 10 miljard tot en met € 50 miljard TV+VEV

vermenigvuldigd met de als volgt te berekenen bonus/malus factor:

((TV+VEV)/(TV+EV))

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 6,77 per € miljoen TV+VEV vermenigvuldigd met de als volgt te berekenen bonus/malus factor:

((TV+VEV)/(TV+EV))

>€ 50 miljard tot en met € 100 miljard TV+VEV

vermenigvuldigd met de als volgt te berekenen bonus/malus factor:

((TV+VEV)/(TV+EV))

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 1,81 per € miljoen TV+VEV vermenigvuldigd met de als volgt te berekenen bonus/malus factor:

((TV+VEV)/(TV+EV))

>€ 100 miljard TV+VEV

vermenigvuldigd met de als volgt te berekenen bonus/malus factor:

((TV+VEV)/(TV+EV))

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 0,45 per € miljoen TV+VEV vermenigvuldigd met de als volgt te berekenen bonus/malus factor:

((TV+VEV)/(TV+EV))

Instellingen zonder vereist eigen vermogen (en premie-pensioeninstellingen):

Technische voorziening pensioenverplichting (TV)

€ 2.000 vermeerderd met:

>€ 0 tot en met € 10 miljard TV

€ 45,16 per € miljoen TV

>€ 10 miljard tot en met € 50 miljard TV

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 6,77 per € miljoen TV

>€ 50 miljard tot en met € 100 miljard TV

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 1,81 per € miljoen TV

>€ 100 miljard TV

in voorkomend geval vermeerderd met:

€ 0,45 per € miljoen TV

Resolutie: banken en beleggingsondernemingen

Total assets:

Het totaal van activa op de balans zoals door banken en beleggingsondernemingen gerapporteerd aan De Nederlandsche Bank

€ 500 vermeerderd met:

€ 3,77 per € miljoen total assets

Resolutie: verzekeraars

Omvang technische voorziening (TV)

€ 100 vermeerderd met:

€ 13,84 per € miljoen TV

Trustkantoren

Omzet

Personen met een omzet in het bereik van:

€ 0 tot en met € 0,1 miljoen

€ 5.000

>€ 0,1 miljoen tot en met € 0,2 miljoen

€ 15.000

>€ 0,2 miljoen tot en met € 0,5 miljoen

€ 30.000

>€ 0,5 miljoen tot en met € 1 miljoen

€ 45.000

>€ 1 miljoen tot en met € 2 miljoen

€ 70.000

>€ 2 miljoen tot en met € 5 miljoen

€ 100.000

>€ 5 miljoen tot en met € 20 miljoen

€ 150.000

>€ 20 miljoen

€ 185.000

Verzekeraars niet zijnde zorgverzekeraars

Premie-inkomen;

Bruto premie-inkomen (BPI)

€ 2.000 vermeerderd met:

>€ 0

€ 1.292 per € miljoen BPI

Zorgverzekeraars

Aantal verzekerden

€ 2.000 vermeerderd met:

>0 verzekerden

€ 0,10 per verzekerde

Artikel

4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging financieel toezicht 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees