Wet van 26 mei 2021 tot herindeling van de gemeenten Beemster en Purmerend

Wet herindeling gemeenten Beemster en Purmerend

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het grondgebied van de gemeente Beemster toe te voegen aan de gemeente Purmerend;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

§

1

Opheffing, instelling en rechtsopvolging

Artikel

1

Met ingang van de datum van herindeling wordt de gemeente Beemster opgeheven.

Artikel

2

Met ingang van de datum van herindeling wordt het grondgebied van de op te heffen gemeente Beemster toegevoegd aan de gemeente Purmerend door een grenswijziging van de gemeente Purmerend, zoals aangegeven op de bij deze wet behorende kaart.

Artikel

3

Voor de op te heffen gemeente Beemster wordt de gemeente Purmerend aangewezen voor de toepassing van de volgende bepalingen van de Wet algemene regels herindeling:

  • a.

    artikel 39, tweede lid, in verband met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen;

  • b.

    artikel 41, derde lid, in verband met de deelneming aan gemeenschappelijke regelingen;

  • c.

    artikel 45, tweede lid, in verband met de overgang van rechten en verplichtingen in verband met de voorziening van drinkwater, elektriciteit en gas.

§

2

Wijziging andere wetten

Artikel

4

Wijzigt de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.

Artikel

5

Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.

Artikel

6

Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.

§

3

Inwerkingtreding

Artikel

7

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus
Kaart, genoemd in artikel 2