Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 juni 2021, nr. WJZ/ 21093852, houdende vaststelling van de Regeling schoolfruit, -groenten en -zuivel 2021

Regeling schoolfruit, -groenten en -zuivel 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op:
Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen (PbEU 2017, L 5);
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (PbEU 2017, L 5), en

Besluit:

Hoofdstuk

1

Definities

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • begeleidende maatregelen: begeleidende educatieve maatregelen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder b, en tiende lid van verordening 1308/2013;

  • eenheid: 200 ml melk, yoghurt of karnemelk;

  • fruit en groenten: fruit en groenten als bedoeld in Bijlage I, deel IX van verordening 1308/2013 en verse bananen van GN-code 0803 90 10;

  • karnemelk: karnemelk zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, vruchten of cacao van GN-code 040390;

  • leverancier van fruit en groenten: leverancier of distributeur van fruit en groenten;

  • melk: gepasteuriseerde halfvolle melk van GN-code 0401 20 11;

  • minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • portie: verstrekte hoeveelheid groenten of fruit per dag;

  • schooljaar: 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende kalenderjaar;

  • verbonden partijen: marktpartijen die economisch, organisatorisch, financieel of juridisch verbonden zijn en waarbij sprake kan zijn van beïnvloeding van de ene partij door de andere partij;

  • verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • verordening 1370/2013: Verordening (EU) Nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (PbEU 2013, L 346);

  • verordening 2017/39: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen (PbEU 2017, L 5);

  • verordening 2017/40: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (PbEU 2017, L 5);

  • yoghurt: halfvolle yoghurt zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, vruchten of cacao van GN-code 04031011;

  • zuivelproducten: melk, yoghurt of karnemelk.

Hoofdstuk

2

Erkenning van leveranciers

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Hoofdstuk

3

Deelnemende scholen

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Deelnemende scholen aan de regeling voor fruit en groenten:

  • a.

    zorgen ervoor dat fruit en groenten op school worden uitgereikt aan en geconsumeerd worden door de leerlingen die zijn ingeschreven in het schoolregister;

  • b.

    kunnen eenmalig tot en met 24 december 2021 respectievelijk 30 oktober 2022 het aantal leerlingen als bedoeld in artikel 6, derde lid, wijzigen op basis van de werkelijke mutaties van de school in het betreffende schooljaar;

  • c.

    wijzen een medewerker aan die de verspreiding van gratis fruit en groenten coördineert;

  • d.

    vullen de ontvangstverklaring in waarin wordt aangegeven op welke dagen welke hoeveelheid fruit en groenten geleverd is, en

  • e.

    gaan akkoord met het ontvangen van een digitale nieuwsbrief.

Artikel

8

Deelnemende scholen aan de regeling voor zuivelproducten:

  • a.

    zorgen ervoor dat de zuivelproducten worden uitgereikt aan en geconsumeerd worden door de leerlingen die zijn ingeschreven in het schoolregister en die aan de regeling voor zuivelproducten deelnemen;

  • b.

    wijzen een medewerker aan die de verspreiding van de zuivelproducten coördineert;

  • c.

    vullen de ontvangstbevestiging in waarin wordt aangegeven op welke dagen welke hoeveelheid zuivelproducten geleverd is.

Artikel

9

Alle aan het schoolfruit, -groenten en -zuivelregeling 2021 deelnemende scholen:

  • a.

    zorgen ervoor dat geleverde fruit-, groenten en zuivelproducten zodanig worden opgeslagen dat de kwaliteit behouden blijft;

  • b.

    nemen het educatieve materiaal af;

  • c.

    brengen een EU-Schoolfruitposter of een EU-schoolzuivelposter als bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/40 zichtbaar aan bij de hoofdingang van de school of maken op de website van de school bekend dat zij aan de schoolregeling deelnemen, waarbij de Europese vlag wordt weergegeven en wordt vermeld dat de Europese Unie de regeling financiert;

  • d.

    hebben een verplichting om deel te nemen aan begeleidende maatregelen en aanvullende activiteiten uit te voeren, gericht op het doel van het schoolfruit, -groenten en -zuivelregeling;

  • e.

    werken mee aan controles op grond van deze regeling, en

  • f.

    nemen deel aan monitoring en evaluaties.

Hoofdstuk

4

Subsidie voor fruit en groenten

Artikel

10

Artikel

11

Een erkende leverancier van fruit en groenten ontvangt steun ten bedrage van 24 eurocent per portie geleverd fruit en groenten.

Hoofdstuk

5

Subsidie voor zuivelproducten

Artikel

12

Hoofdstuk

6

Steunaanvraag

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schoolfruit, -groenten en -zuivel 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Bijlage

1

SBI-codes

01.13 Teelt van groenten en wortel- en knolgewassen

01.13.1 Teelt van groenten in de volle grond

01.13.2 Teelt van groenten onder glas

01.21 Druiventeelt

01.24 Teelt van hardfruit en steenvruchten

01.24.1 Teelt van appels en peren

01.24.2 Teelt van steenvruchten

01.25 Teelt van overige boomvruchten, kleinfruit en noten

01.25.1 Teelt van aardbeien in de volle grond

01.25.2 Teelt van aardbeien onder glas

01.25.3 Teelt van houtig kleinfruit in de volle grond (incl. overige boomvruchten en noten)

01.25.4 Teelt van houtig kleinfruit onder glas

10.39 Verwerking van groenten en fruit (niet tot sap en maaltijden)

46.31.1 Groothandel in groenten en fruit

47.11 Supermarkten en dergelijke winkels met een algemeen assortiment voedings- en genotmiddelen

47.21 Winkels in aardappelen, groenten en fruit

47.81.1 Markthandel in aardappelen, groenten en fruit

Bijlage

2

Verbonden partijen

Er zijn vier manieren waarop partijen, waaronder bijvoorbeeld leverancier en ontvanger of leveranciers onderling, met elkaar verbonden kunnen zijn: organisatorisch, economisch, financieel en op basis van juridische grondslagen. Voor elke van deze vorm van verbondenheid volgt hier een definitie.

  • 1)

    Organisatorische verbondenheid:

    De feitelijke leiding is in handen van dezelfde persoon of groep van personen:

    • a)

      Er is sprake van een als eenheid functionerende leiding, of

    • b)

      de leiding van het ene onderdeel is feitelijk ondergeschikt aan de leiding van het andere onderdeel.

    Voor ‘persoon’ kan hier ook ‘rechtspersoon’ worden gelezen.

  • 2)

    Economische verbondenheid:

    • a)

      Er is sprake van een, in hoofdzaak, zelfde economisch doel, zoals bediening van dezelfde klantenkring of

    • b)

      het ene onderdeel verricht haar activiteiten in hoofdzaak ten behoeve van het andere onderdeel.

  • 3)

    Financiële verbondenheid:

    Er is van (financiële) verbondenheid als de ene rechtspersoon meer dan 50% van de aandelen én meer dan 50% van de zeggenschap in handen heeft van de andere rechtspersoon. Ook een grote financiële afhankelijkheid kan duiden op financiële verbondenheid.

  • 4)

    Juridische verbondenheid

    Aan het Burgerlijk Wetboek (BW) is voor de implementatie van Richtlijn 2006/46/EG in de Nederlandse wet, in 2008, in verband met verbonden partijen aan artikel 2:381 BW een nieuw, derde lid toegevoegd. Het BW definieert niet, ook niet in artikel 381 lid 3, wat een verbonden partij is. Uit de Memorie van Toelichting bij dit wetsvoorstel en het wetsvoorstel Uitvoeringswet flexibilisering BV-recht blijkt dat moet worden uitgegaan van de definitie in de door de Europese Unie goedgekeurde International Financial Reporting Standards en International Accounting Standards Board. Dit begrip moet dus worden uitgelegd aan de hand van de definitie zoals die is opgenomen in alinea 9 van International Accounting Standard 24. Deze International Accounting Standard richtlijn is ook verwoord in Controle en Overige Standaarden nummer 550.

Artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek

Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden.

IAS 24.9 Verbonden partij

  • 1

    Een partij is met een entiteit verbonden indien:

    • (a)

      de partij, direct of indirect via een of meer tussenpersonen:

      • (i)

        zeggenschap uitoefent over de entiteit, onder zeggenschap staat van de entiteit, of gezamenlijk met de entiteit onder zeggenschap staat van een derde (waaronder moedermaatschappijen, dochter- en zusterondernemingen);

      • (ii)

        een belang heeft in de entiteit die de partij een invloed van betekenis geeft over de entiteit; of

      • (iii)

        gezamenlijke zeggenschap uitoefent over de entiteit;

    • (b)

      de partij een geassocieerde deelneming is van een entiteit (zoals gedefinieerd in IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen);

    • (c)

      de partij een joint venture is waarin de entiteit een deelnemer is (zie IAS 31 Belangen in joint ventures);

    • (d)

      de partij behoort tot de managers die sleutelposities innemen in de entiteit of haar moedermaatschappij;

    • (e)

      de partij een nauwe verwant is van een natuurlijke persoon naar wie onder (a) of (d) wordt verwezen;

    • (f)

      de partij een entiteit is waarover zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis wordt uitgeoefend, of waarvoor belangrijk stemrecht, hetzij op directe of indirecte wijze, in een dergelijke entiteit berust op natuurlijke personen naar wie onder (d) of (e) wordt verwezen; of

    • (g)

      de partij een regeling inzake vergoedingen na uitdiensttreding van de entiteit is, of van enige andere entiteit die een verbonden partij is van die entiteit.

IAS 28.2

Een geassocieerde deelneming is een entiteit, met inbegrip van een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid zoals een personenvennootschap, waarin de investeerder invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is.

IAS 31.3

Een joint venture is een contractuele overeenkomst waarbij twee of meer partijen een economische activiteit aangaan waarover zij gezamenlijke zeggenschap hebben.