Besluit van 1 juni 2021 nr. 2021001044, houdende aanwijzing tot ‘verboden plaatsen’

Besluit aanwijzing tot ‘verboden plaatsen’

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 27 mei, nr. 3752814;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Als ‘verboden plaats’ in de zin van artikel 1 van de Wet bescherming staatsgeheimen wordt met ingang van 1 juli 2021 aangewezen:

  • a.

    het gebouw Binnenhof 17 te ’s-Gravenhage;

  • b.

    de ruimte 0.61 van het gebouw Binnenhof 18 te ’s-Gravenhage;

  • c.

    de ruimte 0.51 van het gebouw Binnenhof 19 te ’s-Gravenhage;

  • d.

    de ruimten in de kelder, op de begane grond, de eerste etage en de tweede etage van het gebouw Binnenhof 20 te ’s-Gravenhage;

  • e.

    de ruimten in gebruik bij de Toetsingscommissie Inzet bevoegdheden en de ruimte 3.08a op de derde etage van het gebouw Binnenhof 20 te ’s-Gravenhage;

  • f.

    het Catshuis, Adriaan Goekooplaan 10 te ’s-Gravenhage;

  • g.

    de ruimten in gebruik bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten in het gebouw van de Raad van State, Kneuterdijk 22 te ’s-Gravenhage;

  • h.

    het datacenter in het gebouw Buitenhof 34 te ’s-Gravenhage;

  • i.

    het datacenter in gebouw 51, Richelleweg 13 te Soesterberg.

Artikel

2

De krachtens artikel 1 aangewezen ‘verboden plaatsen’ worden als zodanig aangegeven op de deuren toegang gevende tot de in artikel 1 genoemde ruimten, vermeldende: ‘Verboden toegang voor onbevoegden – Verboden plaats ingevolge de Wet bescherming staatsgeheimen’.

Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is belast met de uitvoering van dit besluit.

’s-Gravenhage
Willem Alexander
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte