Artikel
1
Grondslag
Deze regeling berust op artikel 5.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen.
Besluit:
Deze regeling berust op artikel 5.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen.
In deze regeling wordt verstaan onder:
commissie: commissie, genoemd in artikel 3, eerste lid;
minister: Minister van Financiën;
ministerie: Ministerie van Financiën;
secretariaat: het secretariaat, bedoeld in artikel 6, eerste lid;
De commissie is een adviseur als bedoeld in artikel 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht en heeft tot taak:
het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de wet;
het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, van de wet;
het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid, van de wet;
het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid, van de wet;
het opstellen en aanpassen van een schadebeoordelingskader ten behoeve van de uitoefening van de adviestaak van de commissie;
het inrichten van een efficiënte en duidelijke adviesprocedure, waarbij ruimte is voor de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, de partner van de overleden aanvrager of het kind van de overleden aanvrager om een visie op het voorgenomen advies kenbaar te maken.
De Dienst Toeslagen stelt per verzoek het dossier en de relevante informatie ter beschikking aan de commissie die nodig is voor een goede vervulling van de taken van de commissie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a tot en met d.
De commissie verstrekt aan de Dienst Toeslagen en aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, de partner van de overleden aanvrager of het kind van de overleden aanvrager bij de uitoefening van haar taken alle stukken die haar ter beschikking hebben gestaan en die een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het advies, tenzij deze stukken betrekking hebben op het interne beraad van de commissie.
De commissie wordt met terugwerkende kracht ingesteld tot en met 7 juli 2020 en wordt opgeheven bij het intrekken of vervallen van deze regeling.
De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger of belangenbehartiger van een belangengroep, specifieke individuen of van organisaties.
De leden worden door de minister benoemd. Binnen de commissie is voldoende kennis en expertise om schade vast te stellen en te beoordelen, zoals kennis van het herstelrecht.
De benoeming geschiedt voor de duur van ten hoogste twee jaren, welke termijn eenmaal verlengd kan worden met ten hoogste twee jaren. Benoeming geschiedt op grond van relevante expertise waarbij gestreefd wordt naar evenredige deelneming van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen in de commissie.
De leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
Bij tussentijds vertrek, schorsing of ontslag van de voorzitter of een ander lid kan de minister een andere voorzitter, onderscheidenlijk een ander lid, benoemen.
De leden maken geen deel uit van het ministerie, zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister, zijn geen lid van de commissie, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Instellingsregeling Commissie van onafhankelijke deskundigen hersteloperatie toeslagen, of de commissie, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Instellingsregeling Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen, en zijn geen lid geweest van deze commissies. Evenmin zijn zij gelijktijdig werkzaam in een andere rol voor het ministerie noch voor een daaronder ressorterende instelling, dienst, uitvoeringsorganisatie of bedrijf. Leden zijn niet tevens medewerker van het secretariaat of adviseur van de commissie.
De voorzitter is eindverantwoordelijk voor:
de uitvoering van de taken van de commissie, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
de totstandkoming van de eigen werkwijze van de commissie, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
de verantwoording aan de minister en het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 8;
het waarborgen van de noodzakelijke expertise en samenhang binnen de commissie, met inachtneming van artikel 5, vierde lid;
het periodiek evalueren van het schadebeoordelingskader, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e.
De voorzitter wordt bijgestaan door een operationeel directeur die:
de dagelijkse leiding heeft over het secretariaat en daar zelf onderdeel van uitmaakt;
verantwoordelijk is voor de implementatie van de eigen werkwijze, bedoeld in artikel 7, eerste lid, in nauw overleg met de voorzitter;
verantwoordelijk is voor de interne bedrijfsvoering;
rapporteert aan de voorzitter.
De voorzitter heeft de dagelijkse leiding over de advieswerkzaamheden van de commissie. Met dit doel stelt hij met de overige leden van de commissie een adviesprocedure op als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, die wordt opgenomen in de eigen werkwijze, bedoeld in artikel 7, eerste lid. Deze adviesprocedure kent in ieder geval de volgende onderdelen:
de betrokkenheid van de leden bij de totstandkoming van een advies;
de betrokkenheid van medewerkers die adviezen en berekeningen voorbereiden;
waarborgen voor een eenduidige advisering ter bevordering van de rechtseenheid;
de wijze waarop aanvragers van een kinderopvangtoeslag, partners van een overleden aanvrager en kinderen van een overleden aanvrager hun visie kenbaar kunnen maken op het voorgenomen advies van de commissie.
De commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.
In geval van een belangenverstrengeling in een voorkomend geval informeert het desbetreffende lid van de commissie onmiddellijk de voorzitter en zo nodig de andere leden en trekt zich uit eigen beweging terug uit de beoordeling van het desbetreffende dossier.
De leden laten zich bij de voorbereiding van haar adviezen inhoudelijk bijstaan door ervaren en ter zake geschoolde medewerkers.
Indien het de commissie of de medewerkers van het secretariaat aan specifieke schadeberekeningsexpertise ontbreekt, kan zij zich tijdelijk laten bijstaan door een externe deskundige.
De commissie beraadslaagt en besluit in vergadering over de vast te stellen adviezen zoals deze door de medewerkers van het secretariaat worden opgesteld. Over de vast te stellen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste de helft van de leden.
De adviezen van de commissie worden vastgesteld overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de ter vergadering aanwezige leden, inclusief de stem van de voorzitter, waarbij elk lid één stem heeft.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 7 juli 2020.
Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.