Besluit van 16 juni 2021 houdende regels voor experimenten met het verstrekken van subsidies voor generieke werkgeversvoorzieningen (Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen)

Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 april 2021, nr. 2021-0000050093;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies 26 mei 2021, nr. No.W12.21.0114/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juni 2021, nr. 2021-0000093386;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • generieke werkgeversvoorziening: werkplekaanpassing die een werkgever in staat stelt werkprocessen toegankelijk te maken voor gelijktijdig of opeenvolgend gebruik door meerdere personen met een structurele functionele beperking;

  • Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • wet: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel

2

Doel van de subsidie

Paragraaf

2

Toegang tot de subsidie

Artikel

3

De aanvraag

Artikel

4

Subsidiabele kosten

Paragraaf

3

Toekenning van de subsidie

Artikel

5

Tijdvak, subsidieplafond en omvang subsidie

Artikel

6

Verdeling van de subsidie

Artikel

7

Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de subsidieverstrekking geweigerd indien:

  • a.

    de aanvrager reeds subsidie op grond van dit besluit heeft ontvangen;

  • b.

    de aanvraag ziet op niet-subsidiabele kosten;

  • c.

    de generieke werkgeversvoorziening reeds is gerealiseerd;

  • d.

    de aanvrager de generieke werkgeversvoorziening, blijkens een voorafgaand aan de aanvraag gedane betaling hiervoor, ook zou hebben gerealiseerd zonder het verkrijgen van een subsidie;

  • e.

    het niet aannemelijk is dat een persoon met een structurele functionele beperking voor het verrichten van werkzaamheden aangewezen is op de betreffende generieke werkgeversvoorziening;

  • f.

    het niet aannemelijk is dat de generieke werkgeversvoorziening zal worden benut door het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;

  • g.

    het niet aannemelijk is dat de generieke werkgeversvoorziening zal worden benut door personen die Nederlander zijn of rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000;

  • h.

    de kosten voor het realiseren van de generieke werkgeversvoorziening, ook indien wordt uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening of na aftrek van inbreng van eigen middelen, niet evenredig zijn tot de beoogde benutting ervan door het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;

  • i.

    de aanvraag is gedaan buiten de tijdvakken, genoemd in artikel 5, eerste lid, of vastgesteld op grond van artikel 5, vierde lid;

  • j.

    de aanvraag ziet op kosten die worden gemaakt op grond van de artikelen 3, eerste lid, onderdeel c, of 4 van de Arbeidsomstandighedenwet; of

  • k.

    de generieke werkgeversvoorziening niet binnen een jaar na de subsidievaststelling kan worden gerealiseerd.

Paragraaf

4

Gebruik van de subsidie

Artikel

9

Subsidieverplichtingen

Paragraaf

5

Controle en verantwoording

Artikel

10

Wijziging en intrekking subsidievaststelling

Paragraaf

6

Slotbepalingen

Artikel

11

Evaluatie

Onze Minister zendt uiterlijk 1 juli 2026 een verslag over de doeltreffendheid van het experiment in de praktijk aan de Staten-Generaal, alsmede een standpunt inzake de voortzetting van de inhoud van dit besluit anders dan als experiment.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang met ingang van 1 juli 2021.

Artikel

13

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus