Artikel
1
Definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
-
‘retailcliënt’: de niet-professionele belegger;
-
‘turbo’: een verhandelbare obligatie met een stop-losskenmerk en waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende waarde en de financiering van de onderliggende waarde of een ander verhandelbaar schuldinstrument met een stop-losskenmerk en waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende waarde en de financiering van de onderliggende waarde;
-
‘uitgezonderd niet-geldelijke voordelen’: ieder niet-geldelijk voordeel anders dan voorlichtings- en onderzoekstools voor zover die verband houden met turbo’s;
-
‘notionele waarde’: het product van de laatst bekende koers van de onderliggende waarde vermenigvuldigd met het aantal gehele of het aantal fracties van eenheden van de onderliggende waarde waar de turbo betrekking op heeft;
-
‘hefboom’: het quotiënt van de notionele waarde van de turbo gedeeld door het verschil tussen het financieringsniveau van de turbo en notionele waarde van de turbo;
-
‘maximale hefboom’: de maximale hefboom zoals bepaald in bijlage I;
-
‘aanbieden’: op de markt brengen, verspreiden of verkopen;
-
‘aanbieder’: de beleggingsonderneming die aanbiedt; en
-
‘bevoegde autoriteit’: de autoriteit die elke lidstaat van herkomst overeenkomstig artikel 67 van de Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU aanwijst.