Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 juli 2021, nr. IENW/BSK-2021/199859, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de Dienst Wegverkeer voor de uitvoering van de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 (Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15)

Besluit mandaat, volmacht en machtiging tolhefferstaken RDW

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gezien de schriftelijke instemming van de Dienst Wegverkeer van 12 juli 2021, kenmerk JBZ 2021-3109;

BESLUIT:

Artikel

2

(bestuursrechtelijke bevoegdheden)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

Artikel

3

(privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt voor de uitvoering van werkzaamheden van de Minister in het kader van de wet en de voorbereidende werkzaamheden van de tolheffer voor de uitvoering van de toekomstige Wet implementatie EETS-richtlijn (kamerstuknummer 35762) volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en voor de daarmee samenhangende feitelijke handelingen.

Artikel

4

(bezwaar- en beroepschriften)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen en behandelen van (hoger) beroep en namens de Minister in rechte op te treden.

Artikel

5

(ondermandaat)

Artikel

6

(voorbehouden bevoegdheden secretaris-generaal)

Aan de secretaris-generaal is de bevoegdheid voorbehouden tot het doen van de mededeling, bedoeld in artikel 9:36, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat een aanbeveling van de Nationale ombudsman niet wordt opgevolgd, voor zover deze aanbeveling betrekking heeft op de in dit besluit gemandateerde bevoegdheden.

Artikel

7

(mandaat en ondermandaat beslissen op bezwaar)

Artikel

8

(kaders uitoefening bevoegdheden)

De uitoefening van bevoegdheden die bij of krachtens dit besluit zijn verleend, geschiedt met inachtneming van:

  • a.

    de door de Minister gegeven algemene of bijzondere instructies;

  • b.

    de Aanbestedingswet 2012 en de Circulaire 'Grensbedragen voor procedures Aanbestedingswet 2012 onder de drempelwaarde' van het Ministerie van Binnenlandse Zaken Koninkrijkrelaties, 3 augustus 2015, kenmerk 2015-0000428359;

  • c.

    de toegekende budgetten conform de door de Minister en de Dienst Wegverkeer op te stellen uitvoeringsovereenkomst.

Artikel

9

(informatieplicht)

Artikel

11

(wijze van ondertekening)

Artikel

12

(inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2021.

Artikel

13

(citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging tolhefferstaken RDW.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga