Artikel
1
Voor de behandeling van dividendbelastingzaken die aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant en waarvan de indiener van het beroepschrift geen woonplaats in Nederland heeft, worden de rechtbanken Den Haag, Noord-Holland, Gelderland en Noord-Nederland aangewezen als rechtbanken waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.