Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2022 (RV 2022)

De Nederlandsche Bank N.V.;

Besluit:

Definities

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;

  • b.

    Bijzondere Financiële Instellingen: ondernemingen of instellingen, ongeacht de rechtsvorm, die ingezetenen zijn en waarin niet-ingezetenen, direct of indirect, via aandelenkapitaal of anderszins deelnemen of invloed uitoefenen en die tot doel hebben en/of zich in belangrijke mate bezighouden met het, al dan niet in combinatie met andere binnenlandse groepsmaatschappijen:

    • 1.

      hoofdzakelijk in het buitenland aanhouden van activa en passiva en/of

    • 2.

      doorgeven van omzet bestaande uit in het buitenland verkregen royalty- en licentieopbrengsten aan buitenlandse groepsmaatschappijen en/of

    • 3.

      het genereren van omzet en kosten die hoofdzakelijk afkomstig zijn uit herfacturering van en naar buitenlandse groepsmaatschappijen;

  • c.

    gecentraliseerde rapportage: rapportage onder een enkel registratienummer betreffende meerdere ingezetenen binnen een groep;

  • d.

    groep: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden;

  • e.

    kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 4 van de verordening kapitaalvereisten, niet zijnde een kredietunie met zetel in Nederland, met dien verstande dat, tenzij anders bepaald, met een kredietinstelling wordt gelijkgesteld de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Wet op het financieel toezicht;

  • f.

    eHerkenning: partij die het elektronisch verkeer tussen de Bank en erkende authenticatiediensten, middelenuitgevers en machtigingsdiensten routeert teneinde toegang tot elektronische dienstverlening te faciliteren;

  • g.

    rapportage: uit hoofde van de Wet en deze rapportagevoorschriften door de Bank gevraagde inlichtingen en gegevens voor de samenstelling van de betalingsbalans van Nederland;

  • h.

    rapporteur: ingezetene als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet, die door de Bank is aangewezen rapportages op te stellen en aan te leveren;

  • i.

    vertegenwoordiger: ingezetene die de, al dan niet gecentraliseerde, rapportages namens één of meer rapporteurs opstelt en aanlevert;

  • j.

    Wet: de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994;

  • k.

    MESRAP: Macro-Economische Statistiek Rapportage voor informatieverzameling over balansgegevens en overige gegevens;

  • l.

    MER: Maandeffectenrapportage voor informatieverzameling over gehouden en uitgegeven effecten;

  • m.

    effecten: kort- en langlopend schuldpapier, participaties in geldmarktfondsen en beleggingsinstellingen, en beursgenoteerde aandelen;

  • n.

    MESRAP-profiel: een selectie van rapportageformulieren voor een categorie van rapporteurs die vergelijkbare activiteiten ontplooien;

  • o.

    MER-profiel: een selectie van rapportageformulieren voor een categorie van rapporteurs die vergelijkbare attributen over hun effectenhouderschap en -uitgifte dienen te rapporteren;

  • p.

    Captive financial institutions and money lenders (CFI): Financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband. De Bijzondere Financiële Instellingen vallen onder deze categorie van instellingen;

  • q.

    CFI-benchmark: benchmark van rapporteurs uit de categorie CFI voor wie een jaarrapportage voor de informatieverzameling van balansgegevens en overige gegevens volstaat in plaats van kwartaalrapportages.

Aanwijzing rapporteurs

Artikel

2

Rapportageprofielen en inhoud van de rapportageverplichtingen

Artikel

3

Verstrekking van inlichtingen en gegevens aan de Bank

Artikel

4

Meldingsplicht Bijzondere Financiële Instellingen

Artikel

5

Frequenties en termijnen

Artikel

6

Bewaringstermijnen rapportages

Artikel

7

Gecentraliseerde rapportage

Artikel

8

Het aanstellen van een vertegenwoordiger

Artikel

9

Rapportageverplichtingen voor kredietinstellingen

Artikel

10

1. De Bank kan aan kredietinstellingen op maandelijkse en jaarlijkse basis aanvullende inlichtingen en gegevens vragen over buitenlandse activa en passiva. De kredietinstellingen houden zich bij het verstrekken van de aanvullende inlichtingen en gegevens aan de door de Bank te stellen termijnen.

Verstrekking van nadere inlichtingen aan de Bank

Artikel

11

Rapporteurs verstrekken op verzoek van de Bank onverwijld of binnen door de Bank te stellen termijnen nadere inlichtingen en gegevens.

Afwijkende rapportagevoorschriften

Artikel

12

In afwijking van deze regeling kan de Bank met rapporteurs een andere wijze van rapporteren overeenkomen.

Wijze van indiening van de rapportages

Artikel

13

Overgangsregeling

Artikel

14

Rapportages die na 1 januari 2022 bij of krachtens de Wet bij de Bank zijn of worden ingediend en die betrekking hebben op een periode vóór inwerkingtreding van deze rapportagevoorschriften, worden geacht te zijn gemaakt op grond van de voor die periode geldende rapportagevoorschriften (RV 2003).

Slotbepalingen

Artikel

15

De Rapportagevoorschriften buitenlands betalingsverkeer 2003 (RV 2003) zijn per 1 januari 2022 ingetrokken.

Artikel

16

Deze rapportagevoorschriften treden in werking met ingang van 1 januari 2022.

Artikel

17

Deze regeling wordt aangehaald als: Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2022 (RV 2022).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
De Nederlandsche Bank N.V., O.C.H.M Sleijpen, directeur