Artikel
1:1
– definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a)
DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
-
b)
IFD: Investment Firm Directive of richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, oftewel Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PbEU 2019, L 314);
-
c)
IFR: Investment Firm Regulation of verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, oftewel Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PbEU 2019, L 314);
-
d)
AIFM-richtlijn: Alternative Investment Fund Managers Directive of richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, oftewel Richtlijn (EU) 2011/61 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174);
-
e)
UCITS-richtlijn: Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities Directive of richtlijn betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten, oftewel Richtlijn (EU) 2009/65 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEU 2009, L 302);
-
f)
Wft: de Wet op het financieel toezicht;
- g)
-
h)
EBA: de Europese Bankenautoriteit (European Banking Authority).