Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 28 oktober 2021 houdende regels met betrekking tot de berekening van het solvabiliteitsvereiste uit de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen voor beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s die tevens beleggingsdiensten verlenen, en regels met betrekking tot de implementatie van specifieke bepalingen uit de richtlijn prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en de uitvoering van specifieke bepalingen van de verordening kapitaalvereisten (Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD)

Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD

De Nederlandsche Bank N.V.,
Na overleg met de representatieve organisaties en consultatie;

Besluit:

Hoofdstuk

1

– Algemene bepalingen

Artikel

1:1

– definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

– Kapitaaleisen voor beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van een icbe die tevens beleggingsdiensten mogen verlenen

Artikel

2:1

– vaststellen toepasselijke kapitaaleis voor beheerders die beleggingsdiensten verlenen

Op beheerders is het kapitaalvereiste van toepassing dat de hoogste kapitaaleis vertegenwoordigt: ofwel het kapitaalvereiste als bedoeld in UCITS of AIFMD, ofwel het kapitaalvereiste bedoeld in de IFR.

Artikel

2:2

– berekening van het kapitaalvereiste onder de IFR

Artikel

2:3

– het vastekostenvereiste

Artikel

2:4

– het permanente minimumkapitaalvereiste

Een beheerder berekent het permanente minimumkapitaalvereiste overeenkomstig artikel 14 IFR, met dien verstande dat voor de berekening van het permanente minimumkapitaalvereiste een beheerder wordt gelijkgesteld met een beleggingsonderneming zoals bedoeld in artikel 9 IFD. Het permanente minimumkapitaalvereiste wordt aan de hand van de beleggingsdiensten die de beheerder verleent berekend.

Artikel

2:5

– de K-factoren

Artikel

2:6

– overgangsbepalingen

Voor de berekening van de solvabiliteitseisen als bedoeld in deel 3 van de IFR zijn de overgangsbepalingen bedoeld in artikel 57 IFR van overeenkomstige toepassing op beheerders.

Hoofdstuk

3

– Invulling van opties en discreties onder de IFR en de IDF

[gereserveerd]

Hoofdstuk

4

– Slotbepalingen

Artikel

4:2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
De Nederlandsche Bank N.V., S.J. Maijoor