Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021

Grondslag

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.
Gelet op artikel 49e, tweede lid, van de Wmg verdeelt de NZa het door de Minister van VWS vastgestelde bedrag dat beschikbaar is voor het verlenen van zorg in natura en persoonsgebonden budgetten over de (zorgkantoor)regio’s als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg.

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

  • basisbudget:

    Wlz-kader, stand kader 2020, zoals opgenomen in de Definitieve kaderbrief Wlz 2021 van VWS van 7 oktober 2020 (kenmerk 1749665-210825-LZ). De structurele overhevelingen die tot 15 augustus 2020 zijn gedaan, zijn hierin meegenomen. Incidentele overhevelingen worden niet meegenomen in het basisbudget.

  • bruteringseffect:

    het effect dat ontstaat door bij het overhevelen van middelen van zin naar pgb en andersom rekening te houden met een gemiddelde onderuitputting van het pgb-subsidieplafond van 14%. Bij overhevelingen binnen het pgb-subsidieplafond of binnen de contracteerruimte is deze brutering niet van toepassing.

  • budgettair kader Wlz:

    het totale financiële kader dat beschikbaar is voor de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren.

  • contracteerruimte:

    het totale financiële kader dat beschikbaar is voor de Wlz-uitvoerders om zorg in natura te contracteren bij zorgaanbieders of zelfstandige zorgverleners. Dit kader bestaat uit niet-geoormerkte middelen (artikel 4) en geoormerkte middelen (artikel 7).

  • gehonoreerde lumpsumafspraak kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg:

    de lumpsumafspraak kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg verminderd met de door de NZa verwerkte financiële korting(en) die per zorginstelling is/zijn doorgevoerd als gevolg van overschrijding van de geoormerkte ruimte voor het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg.

  • gehonoreerde productieafspraak:

    De productieafspraak (i) verminderd met de door de NZa verwerkte financiële korting(en) die per zorgaanbieder is/zijn doorgevoerd als gevolg van overschrijding van reguliere en/of geoormerkte contracteerruimte en (ii) aangepast in verband met de verdere toetsing van de productieafspraak aan de beleidsregels en regelingen van de NZa.

  • kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg:

    de financiële middelen ten behoeve van zorginstellingen die zorg in natura leveren aan cliënten met een zorgprofiel VV 4 en hoger voor zover die zorg wordt geleverd in de vorm van zorg met verblijf in een instelling of volledig pakket thuis of in de vorm van een pgb in groepsverband. Het kwaliteitsbudget is bedoeld om te gaan voldoen aan het kwaliteitskader verpleeghuiszorg zoals dat door het Zorginstituut Nederland is opgenomen in het register voor kwaliteitsstandaarden. Op instellingsniveau is sprake van een lumpsumafspraak kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg voor de zorg in natura; op macro niveau is sprake van een geoormerkte ruimte kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg voor de zorg in natura.

  • lumpsumafspraak kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg:

    het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg ten laste van de geoormerkte ruimte kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg die door de zorginstelling en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde (budgetronde kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg1De budgetronde kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg valt niet samen met de budgetronde voor de productieafspraken.) of herschikkingsronde.

  • maximaal beschikbare bedrag persoonsgebonden budgetten:

    het totale financiële kader dat beschikbaar is voor zorgkantoren voor de verlening van persoonsgebonden budgetten.

  • netto kader:

    financieel beschikbare kader, waarbij gecorrigeerd is voor de bruteringseffecten. De middelen die beschikbaar zijn voor pgb zijn vermenigvuldigd met 86% en worden opgeteld bij de middelen voor zin om tot een netto kader te komen.

  • persoonsgebonden budget:

    een subsidie van een zorgkantoor waarmee de verzekerde onder de bij of krachtens artikel 3.3.3 van de Wlz en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen.

  • productieafspraak:

    het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven ten laste van de contracteerruimte die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde of herschikkingsronde.

  • regiobudget:

    budget dat een zorgkantoor toegewezen krijgt om in de betreffende regio de zorg in te kopen en pgb’s toe te kennen.

    tweezijdige aanvragen; eenzijdige aanvragen:

    waar in deze beleidsregel wordt gesproken van een tweezijdige aanvraag, bedoelt de NZa dat:

    • zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder gezamenlijk eensluidend indienen; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming;

    • zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder ieder afzonderlijk indienen en de indieningen eensluidend zijn; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming.

    Indieningen anders dan tweezijdig beschouwt de NZa als eenzijdig.

  • verdeelmodel Wlz2In de technische bijlage bij de beleidsregel wordt het verdeelmodel Wlz en het flankerend beleid in detail beschreven.:

    verdeelsleutel waarbij de gemiddelde uitstaande indicaties met peilmoment 1 juli 2019, 1 oktober 2019, 1 januari 2020 en 1 april 2020 per zorgkantoorregio worden gewogen voor zorgzwaarte door de uitstaande indicaties te vermenigvuldigen met de waarde van de bijbehorende zorgprofielen. De waarde van de zorgprofielen wordt gebaseerd op de gerealiseerde productie van 2019 die naar prijspeil 2021 is gebracht. Tevens wordt rekening gehouden met de verzilvering van de uitstaande indicaties. De uitkomst van het verdeelmodel Wlz leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio dat als verdeelsleutel wordt gebruikt voor de verdeling van het netto budgettair kader over de regio’s (zie artikel 5).

  • flankerend beleid2In de technische bijlage bij de beleidsregel wordt het verdeelmodel Wlz en het flankerend beleid in detail beschreven.

    regeling waarbij het procentuele aandeel van de zorgkantoorhouder in het netto budgettair kader 2021 volgens het verdeelmodel Wlz niet lager kan zijn dan -0,5% ten opzichte van het procentuele aandeel van de zorgkantoorhouder in het netto budgettair kader van 2020.

    Zorgkantoorhouders met een negatief effect lager dan -0,5% worden gecompenseerd door evenredig budget te minderen bij zorgkantoorhouders met groeiend budget. De bijdrage in de compensatie is naar rato van het verschil tussen netto kader 2020 en netto kader 2021 van zorgkantoorhouders met groeiend budget.

  • Wlz-uitvoerdersbudget:

    som van de regiobudgetten van de regio’s waarvoor een Wlz-uitvoerder op grond van het Besluit aanwijzing zorgkantoren is aangewezen als zorgkantoor.

  • Wlz-uitvoerder:

    de rechtspersoon die geen zorgverzekeraar is en die zich overeenkomstig artikel 4.1.1 van de Wlz heeft aangemeld voor de uitvoering van die wet, daaronder begrepen de met toepassing van artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen Wlz-uitvoerder.

  • zin:

    zorg in natura is de door een zorgkantoor gecontracteerde zorg ten behoeve van Wlz-cliënten.

  • zorgaanbieder zonder initiële budgetafspraken:

    een nieuwe zorgaanbieder die na 15 november 2020 een overeenkomst sluit met een zorgkantoor en zorg wil leveren in 2021.

  • zorgkantoor:

    een ingevolge artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz voor een bepaalde regio aangewezen Wlz-uitvoerder. Het zorgkantoor is voor alle verzekerden die wonen in de regio waarvoor hij is aangewezen, belast met de verstrekking van het persoonsgebonden budget, alsmede met de administratie of controle van de aan die verzekerden verleende zorg.

  • zorgkantoorhouder:

    Wlz-uitvoerder die voor één of meer regio’s is aangewezen als zorgkantoor.

    Voor overige begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en die niet hierboven worden vermeld, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

Artikel

2

Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om de regionale verdeling van het budgettair kader vast te stellen waarbinnen de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren voor het jaar 2021 zorg kunnen contracteren voor zorg in natura (zin) of verleningsbeschikkingen kunnen afgeven voor de persoonsgebonden budgetten (pgb). Verder geeft deze beleidsregel aan op welke wijze de verwerking van de gemaakte productieafspraken en lumpsumafspraken kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg in de budgetronde en herschikkingsronde in de budgetten van zorgaanbieders plaatsvindt. Tot slot geeft de beleidsregel aan op welke manieren middelen overgeheveld kunnen worden tussen de verschillende kaders. Het totale budgettair kader 2021 is bepaald door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel

3

Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders.

Deze beleidsregel is voor wat betreft het hiervoor genoemde kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg en de hierna te noemen transitiemiddelen verpleeghuiszorg van toepassing op zorginstellingen die zorg leveren aan cliënten met een vv-profiel 4 en hoger via een zorgzwaartepakket (zzp) of een volledig pakket thuis (vpt).

Artikel

4

Toedeling en opbouw budgettair kader 2021

Artikel

5

Verdeling budgettair kader over de regio’s

Het in artikel 4, derde lid beschreven netto Wlz kader wordt als volgt over de regio’s verdeeld.

  • 1.

    Verdeling netto Wlz kader 2021

    Het regiobudget 2021 van Wlz uitvoerders bestaat uit het procentuele aandeel in het netto Wlz kader 2020 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) vermenigvuldigd met het netto Wlz kader 2021 (exclusief kwaliteitsmiddelen, middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en overhevelingen) en gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder dat volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder.

    Het netto kader Wlz 2021 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF) volgens artikel 5 lid 3. De kwaliteitsmiddelen en de middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis worden verdeeld volgens artikel 7 en artikel 5 lid 4.

  • 2.

    Proces

    • a)

      Eerste verdeling op 1 juli 2020 voor 2021.

      Het regiobudget 2021 van Wlz uitvoerders op 1 juli 2020 bestaat uit het procentuele aandeel in het netto Wlz kader 2020 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) vermenigvuldigd met 99,5% van het netto Wlz kader 2021 (exclusief herverdelingsmiddelen, kwaliteitsmiddelen, middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en overhevelingen).

      Het netto kader Wlz 2021 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb (zie artikel 6). De kwaliteitsmiddelen worden verdeeld volgens artikel 7. De middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis worden op 15 oktober 2020 over de regio’s verdeeld volgens artikel 5 lid 4. De middelen zijn tot 15 oktober op landelijk niveau beschikbaar voor het maken van productieafspraken;

    • b)

      Verdeling medio oktober 2020 voor 2021

      Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 1.

    • c)

      Verdeling van de eind maart 2021 beschikbaar gestelde herverdelingsmiddelen.

      Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 5.

    • d)

      Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 6.

    • e)

      Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 7.

  • 3.

    Niet beïnvloedbare factoren (NBF)

    Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Dit bedrag wordt geïndexeerd naar prijspeil 2021.

    Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2020 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 20213Er wordt gebruik gemaakt van de initiële verdeling van de kwaliteitsbudgetten 2021 (kaderstand juli 2020) omdat die van dezelfde grondslag uitgaat als de NBF, zie toelichting op de tariefberekening zzp en vpt vv4 t/m 10 voor 2020 (bijlage 4 bij beleidsregel BR/REG-20124)., vermenigvuldigd met € 8 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid.

    De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.

  • 4.

    Verdeling middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 4º

    Deze middelen worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen (met ingangsdatum 1 januari 2021) op peildatum van 1 september 2020 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ wonen worden verdeeld. Hierbij wordt rekening gehouden met de verdeling van de beschikbare middelen van € 645 miljoen in € 577 miljoen contracteerruimte en € 68 miljoen pgb.

  • 5.

    Herverdelingsmiddelen artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º

    Er is € 100 miljoen beschikbaar aan herverdelingsmiddelen. De Minister van VWS heeft in de brief van 30 maart 2021 (kenmerk (1844624-219344-LZ) als reactie op het februariadvies van de NZa deze middelen beschikbaar gesteld. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren naar rato van het regionale aandeel in het netto Wlz-kader 2021 (exclusief de kwaliteitsmiddelen), stand 15-03-2021.

  • 6.

    Extra middelen n.a.v. de mei-brief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2º

    Er is netto € 452 miljoen beschikbaar aan extra middelen, waarvan € 346 miljoen voor zin en € 106 miljoen voor pgb. De Minister van VWS heeft in de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ) als reactie op de mei-brief van de NZa deze middelen beschikbaar gesteld. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 juni 2021, die vermenigvuldigd worden met de basis beleidsregelwaarde 2021 die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de extra middelen n.a.v. de mei-brief worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.

  • 7.

    Extra middelen n.a.v. de augustus-brief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º

    De Minister van VWS heeft in de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ) als reactie op de augustus-brief van de NZa € 159 miljoen aan extra middelen beschikbaar gesteld, waarvan € 78 miljoen voor zin en € 81 miljoen voor pgb. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 29 september 2021.

Artikel

6

Toedeling budgettair kader naar zin en pgb

De uitkomst van de artikelen 5, eerste t/m derde en vijfde lid is een netto kader per regio. Om aan te sluiten bij de kaderbrief wordt dit netto kader gebruteerd door de NZa en verdeeld over de contracteerruimte voor zin en het pgb-kader. Voor de verdeling van het pgb-kader over de zorgkantoren wordt als verdeelsleutel de procentuele verdeling van de regionale pgb-kaders 2020 gebruikt zoals die bekend zijn op 15 september 2020. Het zin kader per zorgkantoor is het netto kader per zorgkantoor minus 86% van het hiervoor berekende pgb-kader per zorgkantoor.

Vervolgens kunnen Wlz-uitvoerders tot 15 november 2020 aangeven of zij deze initiële verdeling willen aanpassen. Na 15 november 2020 kan overgeheveld worden conform de systematiek van artikel 9. Bij verschuivingen tussen zin en pgb neemt de NZa de bruteringsregels in acht. De NZa stelt hiervoor een format beschikbaar.

Het totale kader, de beschikbare contracteerruimte en de verdeling van de pgb-middelen naar de verschillende regio’s wordt opgenomen in de Regeling langdurige zorg.

Artikel

7

Geoormerkte middelen

Naast de contracteerruimte als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel, zijn er geoormerkte middelen voor innovatie, geoormerkte transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2021 en geoormerkte middelen voor het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg beschikbaar.

Voor de bekostiging van innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties is landelijk € 10 miljoen beschikbaar (zie beleidsregel ‘Innovatie voor kleinschalige experimenten’). Dit bedrag wordt niet verdeeld over de regio’s.

Voor de implementatie van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg is landelijk incidenteel € 50 miljoen aan transitiemiddelen beschikbaar. Voor de niet bestede transitiemiddelen in de budgetronde kunnen in de herschikkingsronde aanvullende afspraken gemaakt worden. (Transitiemiddelen verpleeghuiszorg, zie beleidsregel ‘Prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis’).

Voor het kwaliteitskader verpleeghuiszorg is vanaf 2021 structureel € 1.450 miljoen per jaar extra beschikbaar (geoormerkte ruimte kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg).

De geoormerkte ruimte kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg wordt als volgt over de regio’s verdeeld:

De verdeling van het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg (€ 1.450 mln.) vindt plaats door de gedeclareerde dagen voor (uitsluitend de basisprestaties) zzp en vpt vv-4 t/m vv-10 in 20194Als bron wordt het Vektisbestand van juni 2020 gebruikt. per regio te vermenigvuldigen met de maximumbeleidsregelwaarde per prestatie voor 2021, geschoond voor de behandelcomponent en de nhc/nic5Hiermee wordt aangesloten bij de grondslag voor de toedeling van de kwaliteitsmiddelen per prestatie, zoals toegelicht in de bijlage 4 bij beleidsregel BR/REG-20124.. Dit leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio dat wordt vermenigvuldigd met het macro beschikbare bedrag voor het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg in 2021.

Artikel

8

Overhevelingen tussen regio’s

Artikel

9

Overheveling in een regio

Artikel

10

Overheveling tussen Wlz en Zvw (in de ggz-sector)

Het is mogelijk om middelen over te hevelen van de Wlz naar de Zvw en andersom. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in de Beleidsregel overheveling ggz budget Wlz-Zvw. De Minister van VWS stelt het budgettair kader vast. Dit betekent dat de overhevelingen pas doorwerken in de regionale contracteerruimte(n) als het vastgestelde kader daadwerkelijk is aangepast door VWS.

Artikel

11

Algemene verwerking budgetaanvragen 2021 zin

Artikel

12

Beslismodel

In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven van welke productieafspraak de NZa uitgaat voor de toetsing van de afspraak aan de beschikbare contracteerruimte exclusief geoormerkte middelen.

Hoe de NZa omgaat met aanpassingen van de eerder vastgestelde gehonoreerde productieafspraak wordt in het tweede lid van dit artikel aangegeven.

  • 1.

    Productieafspraak

    • Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak aan elkaar gelijk zijn, gaat de NZa uit van de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak.

    • Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak niet aan elkaar gelijk zijn gaat de NZa uit van de laagste productieafspraak.

    • Als één of beide partijen geen productieafspraak aanvraagt, gaat de NZa uit van het feit dat de productieafspraak nul is.

  • 2.

    Aanpassing gehonoreerde productieafspraak (vastgestelde productieafspraak)

    Wanneer in de budgetronde met betrekking tot 2021, onder toepassing van artikel 12, eerste lid van deze beleidsregel, een productieafspraak met betrekking tot een bepaalde aanvraag is vastgesteld door de NZa, zal de NZa de vastgestelde productieafspraak in de herschikkingsronde alleen aanpassen als daartoe een tweezijdige aanvraag wordt ingediend.

    Tweezijdige indiening is van belang om de volgende redenen. In het stelsel van zorginkoop en zorgverkoop is het van belang dat zorgkantoor/Wlz-uitvoerder en zorgaanbieder overeenstemming hebben over relevante factoren. Ook is het van belang dat geen onzekerheid ontstaat over welk bedrag ten laste van de contracteerruimte kan worden gebracht. Verder is het voor partijen en de NZa belastend om een beslisprocedure opnieuw over een eenzelfde jaar te moeten doorlopen.

    Indien een eenzijdige aanvraag wordt ingediend, vergewist de NZa zich van de grondslag van de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder om de aanvraag mede te ondertekenen. Een eenzijdige aanvraag wijst de NZa af tenzij de NZa de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder kennelijk onredelijk acht.

    In afwijking daarvan wordt, wanneer de gehonoreerde productieafspraak geen reële productieafspraak is, met andere woorden als de realisatie van het eerste half jaar hoger is dan de gehele productieafspraak, bij afhandeling van een eenzijdige aanvraag in de herschikkingsronde uitgegaan van 85% van de naar een heel jaar geëxtrapoleerde realisatie van het eerste half jaar.

    Indien één eenzijdige aanvraag wordt ingediend, waarbij sprake is van een door de rechter uitgesproken faillissement van de zorgaanbieder, vergewist de NZa zich van de grondslag van weigering van het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder of zorgaanbieder/curator om de aanvraag mede te ondertekenen. Een eenzijdige aanpassing van de gehonoreerde productieafspraak in geval van faillissement is mogelijk. De NZa volgt in dat geval de enige eenzijdige opgave, ingediend door de zorgaanbieder/curator dan wel door zorgkantoor/Wlz-uitvoerder.

    Indien er sprake is van twee eenzijdige verzoeken tot aanpassing van de productieafspraak, waarbij sprake is van een door de rechter uitgesproken faillissement van de zorgaanbieder, gaat de NZa uit van de aanpassing van de productieafspraak tot het laagste totaal bedrag.

Artikel

13

Overschrijding contracteerruimte en geoormerkte ruimte

Artikel

14

Overschrijding pgb-kader

Indien een zorgkantoor verwacht het regionale pgb-kader te overschrijden, moet dit tijdig kenbaar worden gemaakt bij de NZa. Hierbij moet niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking aan de NZa.

Een zorgkantoorregio mag het beschikbaar gestelde pgb subsidieplafond niet overschrijden. Om een overschrijding van een regionaal plafond te voorkomen kan een zorgkantoor:

  • middelen overhevelen vanuit de contracteerruimte voor zorg in natura uit de eigen regio;

  • andere zorgkantoren verzoeken om middelen over te hevelen vanuit het pgb-kader of contracteerruimte voor zorg in natura;

  • een knelpuntenprocedure starten. Een knelpuntenprocedure kan worden gestart als er geen mogelijkheden meer zijn om middelen over te hevelen en een pgb-overschrijding dreigt;

  • bij het uitblijven van middelen een pgb-stop invoeren en indien mogelijk zorg in natura aanbieden.

Artikel

15

Intrekken/Vervallen oude beleidsregels

De Beleidsregel budgettair kader Wlz 2020, met kenmerk BR/REG-20126f, die een geldigheidsduur heeft tot 1 april 2021, komt op laatstgenoemde datum van rechtswege te vervallen.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021, met kenmerk BR/REG-21110c, ingetrokken.

Artikel

16

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De Beleidsregel budgettair kader 2020 Wlz met kenmerk BR/REG-20126f, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Inwerkingtreding/Bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg, wordt geplaatst, werkt terug tot en met 15 juli 2020 en vervalt met ingang van 1 april 2022.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021.