Wet van 17 november 2021, houdende instelling van een adviescollege op het terrein van de rechtspositie van politieke ambtsdragers (Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers)
Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel
2
1
Het adviescollege heeft tot taak de regering te adviseren over het beloningsniveau, de onderlinge beloningsverhoudingen en overige geldelijke aanspraken van:
-
–
de leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal;
-
–
Onze ministers en staatssecretarissen;
-
–
de leden van de Raad van State;
-
–
de leden van de Algemene Rekenkamer;
-
–
de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen;
-
–
de leden van provinciale staten;
-
–
de leden van een commissie als bedoeld in de artikelen 80, 81 en 82 van de Provinciewet, die niet tevens statenlid zijn of ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd;
-
–
de commissarissen van de Koning en gedeputeerden;
-
–
de leden van gemeenteraden;
-
–
de leden van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, die niet tevens raadslid zijn of ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd;
-
–
de burgemeesters en wethouders;
-
–
de leden van het algemeen bestuur van waterschappen;
-
–
de voorzitters en leden van het dagelijks bestuur van waterschappen;
-
–
de leden van een commissie die door het algemeen bestuur van een waterschap bij verordening is ingesteld, die niet tevens lid van het algemeen bestuur zijn of ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd;
-
–
de leden van de eilandsraden;
-
–
de gezaghebbers en de eilandgedeputeerden, en
-
–
de Rijksvertegenwoordiger BES.
2
In aanvulling op het eerste lid heeft het adviescollege tot taak:
-
a.
een bewindspersoon of gewezen bewindspersoon te adviseren over de aanvaardbaarheid van het aangaan van een dienstverband als bedoeld in artikel 2 van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen;
-
b.
Onze Minister-President te adviseren over een ontheffing als bedoeld in de artikelen 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen, en
-
c.
de adviezen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen, alsmede de naam van een gewezen bewindspersoon en een aanvaard dienstverband, bedoeld in artikel 2, tiende lid, van die wet, openbaar te maken.
Artikel
3
2
De leden van het adviescollege vervullen geen functies waarvan de uitoefening onverenigbaar is met de onafhankelijke taakvervulling van het adviescollege.
3
Een lid van het adviescollege bekleedt geen functie, genoemd in artikel 2, en heeft gedurende de twee jaar voorafgaand aan diens benoeming niet een in artikel 2, met uitzondering van de functies van lid van de Raad van State, lid van de Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman of substituut-ombudsman of Rijksvertegenwoordiger BES, genoemde functie bekleed.
4
Een lid van het adviescollege bekleedt geen functie als topfunctionaris als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet normering topinkomens, tenzij dit een functie als lid van een hoogste toezichthoudend orgaan van een rechtspersoon of instelling betreft.
5
Alvorens hun lidmaatschap te aanvaarden, leggen de te benoemen voorzitter en leden een verklaring af dat zij tot het verkrijgen van hun benoeming rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of onder welk voorwendsel ook, aan iemand iets hebben gegeven of beloofd, alsmede dat zij om iets in hun ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte hebben aangenomen of zullen aannemen.
Artikel
4
1
Aanpassingen in het beloningsniveau, de onderlinge beloningsverhoudingen en overige geldelijke aanspraken van de leden van de Eerste respectievelijk Tweede Kamer der Staten-Generaal als gevolg van een advies van het adviescollege treden niet in werking dan nadat een nieuw gekozen Eerste respectievelijk Tweede Kamer is samengekomen na het tijdstip dat het advies gegeven is.
2
Aanpassingen in het beloningsniveau, de onderlinge beloningsverhoudingen en overige geldelijke aanspraken van Onze ministers en staatssecretarissen als gevolg van een advies van het adviescollege treden niet in werking dan nadat nieuwe ministers en staatssecretarissen naar aanleiding van een nieuw gekozen Tweede Kamer beëdigd zijn na het tijdstip dat het advies gegeven is.
Artikel
5
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel
6
Deze wet wordt aangehaald als: Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.