Wet van 17 november 2021, houdende instelling van een adviescollege op het terrein van de rechtspositie van politieke ambtsdragers (Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers)

Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een adviescollege in te stellen dat de regering adviseert over de geldelijke aanspraken van politieke ambtsdragers en leden van de Hoge Colleges van Staat;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Artikel

2

Het adviescollege heeft tot taak de regering te adviseren over het beloningsniveau, de onderlinge beloningsverhoudingen en overige geldelijke aanspraken van:

  • de leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal;

  • Onze ministers en staatssecretarissen;

  • de leden van de Raad van State;

  • de leden van de Algemene Rekenkamer;

  • de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen;

  • de leden van provinciale staten;

  • de commissarissen van de Koning en gedeputeerden;

  • de leden van gemeenteraden;

  • de burgemeesters en wethouders;

  • de leden van het algemeen bestuur van waterschappen;

  • de voorzitters en leden van het dagelijks bestuur van waterschappen;

  • de leden van de eilandsraden;

  • de gezaghebbers en de eilandgedeputeerden, en

  • de Rijksvertegenwoordiger BES.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

6

Deze wet wordt aangehaald als: Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus