Artikel
I
Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
Wijzigt de Wet medisch tuchtrecht BES.
Op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, wijzigt de benoeming van de voorzitter van het regionale tuchtcollege te Eindhoven in een benoeming tot voorzitter van het regionale tuchtcollege te ’s-Hertogenbosch en vervallen de benoemingen van de voorzitters van de regionale tuchtcolleges te Groningen en Den Haag.
Onverminderd het eerste lid, worden op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, de benoemingen van degenen die op dat het tijdstip zijn benoemd als:
rechtsgeleerd lid, dan wel als rechtsgeleerd lid, tevens plaatsvervangend voorzitter, bij onderscheidenlijk het regionale tuchtcollege te Eindhoven, Groningen en Den Haag, gewijzigd in een gelijke benoeming bij onderscheidenlijk de regionale tuchtcolleges te ‘s-Hertogenbosch, Zwolle en Amsterdam;
plaatsvervangend rechtsgeleerd lid, dan wel als plaatsvervangend rechtsgeleerd lid, tevens voorzitter, bij het regionale tuchtcolleges te Eindhoven, gewijzigd in een gelijke benoeming bij het regionale tuchtcollege te ’s-Hertogenbosch.
De benoemingen van degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, als plaatsvervangend rechtsgeleerd lid, zijn benoemd bij de regionale tuchtcolleges te Groningen en Den Haag vervallen.
Benoemingen van degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, zijn benoemd als:
lid-beroepsgenoot bij onderscheidenlijk het regionale tuchtcollege te Eindhoven, Groningen en Den Haag worden gewijzigd in een benoeming voor hetzelfde beroep tot lid-beroepsgenoot bij onderscheidenlijk het regionale tuchtcollege te ’s-Hertogenbosch, Zwolle en Amsterdam;
plaatsvervangend lid-beroepsgenoot bij het regionale tuchtcollege te Eindhoven, gewijzigd in een benoeming voor hetzelfde beroep bij het regionale tuchtcollege te ’s-Hertogenbosch.
De benoemingen van degenen die direct op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, als plaatsvervangend lid-beroepsgenoot zijn benoemd bij onderscheidenlijk de regionale tuchtcolleges te Groningen en Den Haag, vervallen.
Indien ten gevolge van de inwerkingtreding van artikel III, tweede lid, onder a, of vierde lid, onder a, een persoon bij hetzelfde regionale tuchtcollege zowel in de hoedanigheid van lid als in de hoedanigheid van plaatsvervangend lid is benoemd, vervalt de benoeming van de hoedanigheid van plaatsvervangend lid.
Indien ten gevolge van de inwerkingtreding van deze wet een lid van een regionaal tuchtcollege zowel op grond van artikel 55, zevende lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg als op grond van een benoeming plaatsvervangend lid is van een ander regionaal tuchtcollege, vervalt de benoeming tot plaatsvervangend lid in dat andere tuchtcollege.
De aanwijzingen van degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H en J, zijn aangewezen als plaatsvervangend secretaris, worden op dat tijdstip gewijzigd in een aanwijzing als secretaris.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van artikel 54 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ten aanzien van op het tijdstip van inwerkingtreding bij de regionale tuchtcolleges aanhangige procedures in het belang van de continuïteit van die procedures regels worden gesteld.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.