Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 februari 2022, DE/30284427, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor gender- en LHBTI+-gelijkheid (Subsidieregeling gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027)

Subsidieregeling gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • alliantie: alliantie als bedoeld in artikel 2.3;

  • alliantiesubsidie: instellingssubsidie voor een alliantie waarmee een strategisch partnerschap is aangegaan;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • gendergelijkheid: gelijke behandeling, gelijke rechten en gelijke kansen voor vrouwen, mannen en non-binaire personen in de Nederlandse samenleving;

  • instellingssubsidie: instellingssubsidie als bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • LHBTI+: lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender personen, intersekse personen en personen en groepen die een andere, niet in voorstaande termen genoemde seksuele oriëntatie of genderidentiteit beleven of tot uiting willen brengen, waaronder zij die zich als non-binair, queer of aseksueel beschouwen en benoemen;

  • LHBTI+-gelijkheid: gelijke behandeling, gelijke rechten en gelijke kansen voor iedereen in de Nederlandse samenleving, ongeacht seksuele oriëntatie, genderidentiteit of geslachtskenmerken;

  • maatschappelijke organisatie: organisatie als bedoeld in artikel 2.2;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • penvoerder: maatschappelijke organisatie die optreedt als vertegenwoordiger namens een alliantie;

  • projectsubsidie: projectsubsidie als bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling;

  • strategisch partnerschap: samenwerkingsverband van de minister met een alliantie.

Artikel

1.2

Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Artikel

1.3

Subsidieplafonds

Artikel

1.4

Bevoorschotting

Artikel

1.5

Verantwoording

In aanvulling op de regels omtrent verantwoording in de Kaderregeling worden voor subsidies verstrekt op grond van artikel 2.1 en artikel 3.1 uiterlijk op 1 april van het volgende jaar vier tussentijdse rapportages over het eerste, tweede, derde en respectievelijk vierde subsidiejaar ingediend. In deze tussentijdse rapportages wordt verslag gedaan over de realisatie van de in de subsidieaanvraag genoemde activiteiten met de bijbehorende budgetuitputting van het betreffende jaar. De rapportage sluit aan bij het activiteitenplan en de theory of change voor dat jaar en de daarbij behorende begroting en gaat vergezeld van een controle verklaring van de accountant op basis van het accountantsprotocol behorende bij de Kaderregeling.

Hoofdstuk

2

Alliantiesubsidie

Artikel

2.1

Procedure alliantiesubsidie

Artikel

2.2

Maatschappelijke organisatie

Een maatschappelijke organisatie:

  • a.

    is een privaatrechtelijk rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;

  • b.

    richt zich specifiek op het landelijk bevorderen van gendergelijkheid of LHBTI+-gelijkheid op de terreinen onderwijs, veiligheid, gezondheid, arbeidsmarkt, media, politiek, recht of leefvormen;

  • c.

    heeft met ingang van 1 januari 2023 minimaal drie jaar gewerkt aan het landelijk bevorderen van gendergelijkheid en LHBTI+-gelijkheid;

  • d.

    heeft geen winstoogmerk;

  • e.

    verwerft vanaf 1 januari 2023 ten minste 10% van zijn inkomsten uit andere bronnen dan door de minister verstrekte subsidies of toont aan dat dit percentage in de komende jaren zal worden behaald met dien verstande dat de minister in bijzondere situaties een lager percentage kan toestaan; en

  • f.

    heeft kennis van de Nederlandse taal en samenleving.

Artikel

2.3

Alliantie

Artikel

2.4

Penvoerder

Artikel

2.5

Track record

Artikel

2.6

Theory of change

Hoofdstuk

3

Archiefsubsidie

Artikel

3.1

Archiefsubsidie

De minister kan instellingssubsidie verlenen aan één maatschappelijke organisatie voor het beheren en toegankelijk maken van archief op het gebied van gendergelijkheid en aan één maatschappelijke organisatie voor het beheren en toegankelijk maken van archief op het gebied van LHBTI+-gelijkheid.

Artikel

3.2

Aanvraagvereisten archiefsubsidie

Hoofdstuk

4

Projectsubsidie

Artikel

4.1

Doelomschrijving projectsubsidie

De minister kan aan een instelling projectsubsidie verstrekken voor de kosten van de uitvoering van een project dat in de Nederlandse samenleving in belangrijke mate bijdraagt aan het realiseren van gendergelijkheid of LHBTI+-gelijkheid, indien het project naar het oordeel van de minister past binnen het kabinetsbeleid betreffende gendergelijkheid en LHBTI+-gelijkheid.

Artikel

4.2

Activiteitenplan en begroting

Artikel

4.3

Wijze van verdeling

De subsidie wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Artikel

4.4

Specifieke weigeringsgronden

De subsidie kan, onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, worden geweigerd indien op grond van deze regeling of uit anderen hoofde reeds subsidie of opdracht voor soortgelijke activiteiten is verleend aan de aanvragende of een andere partij.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

5.1

Evaluatie

Deze regeling wordt binnen vijf jaar na inwerkingtreding geëvalueerd.

Artikel

5.2

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

5.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H. Dijkgraaf