Overwegende:
Dat deze voorwerpen, als geen strafrechtelijke inbeslagneming volgt, na de invrijheidsstelling worden teruggegeven aan de betrokken persoon;
Dat indien het belang van de strafvordering niet meer aanwezig is, het beslag wordt beëindigd en deze voorwerpen worden teruggegeven, in beginsel aan degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen;
Dat het vanuit het oogpunt van een effectieve handhaving van wetten en regels van belang is dat de vorderingen van overheidsinstellingen op natuurlijke en rechtspersonen worden voldaan en dat het uit dien hoofde onwenselijk is dat in bewaring of in beslag genomen voorwerpen door de politie en het openbaar ministerie worden teruggegeven aan de betrokken persoon, terwijl de inspecteur en de ontvanger, bedoeld in
hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, deze zouden kunnen aanwenden voor de heffing en invordering van belastingen als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen alsmede rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in
artikel 7:3 van de Algemene douanewet;
Dat het daarom wenselijk is dat gegevens die betrekking hebben op de personalia van de persoon van wie voorwerpen in bewaring of beslag zijn genomen alsmede informatie over deze voorwerpen, waaronder contant geld, door de politie onderscheidenlijk het openbaar ministerie kunnen worden verstrekt aan de inspecteur en de ontvanger, bedoeld in
hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zodat zij in staat worden gesteld na te gaan of die voorwerpen, voordat die aan de betrokkene worden teruggegeven, kunnen worden aangewend voor de heffing en invordering van belastingen als bedoeld in
artikel 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen alsmede rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in
artikel 7:3 van de Algemene douanewet;
Dat met de verstrekking van de voornoemde gegevens aan de hiervoor bedoelde inspecteur en ontvanger een zwaarwegend algemeen belang wordt gediend, omdat zij hierdoor in staat worden gesteld na te gaan of de in bewaring of in beslag genomen voorwerpen, waaronder contant geld, kunnen worden aangewend voor de heffing en invordering van belastingen als bedoeld in
artikel 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen alsmede rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in
artikel 7:3 van de Algemene douanewet;
Dat ten behoeve van de bescherming van persoonsgegevens, in het bijzonder de proportionaliteit van de gegevensverstrekking in geval van bewaring of inbeslagneming van voorwerpen, waaronder contant geld, beperkingen worden gesteld aan de waarde van de voorwerpen die aanleiding geeft tot de verstrekking en de te verstrekken persoonsgegevens worden beperkt tot de personalia, en nadere voorschriften en voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de verdere verwerking van de gegevens. Met het begrip personalia wordt tot uitdrukking gebracht dat het uitgangspunt is dat de te verstrekken gegevens zijn beperkt tot gegevens omtrent naam, adres en woonplaats (NAW-gegevens), geboortedatum, indien noodzakelijk aangevuld met nadere identificerende gegevens, zoals een BSN-nummer;