Besluit van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 8 februari 2022 (kenmerk 2021038694) ter verdeling van de besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2022

Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2022

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • Aanwijzing: Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz jaar t;

  • beheerskostenbudget: het bedrag van de besteedbare middelen ter dekking van de beheerskosten Wlz ten laste van het Fonds langdurige zorg;

  • Besluit houdende de aanwijzing van de zorgkantoren: besluit van de Minister van VWS waarin hij Wlz-uitvoerders aanwijst als zorgkantoor;

  • cliëntvertrouwenspersoon: een persoon die de cliënt ondersteunt in het realiseren van zijn rechtspositie en diens rechtspositie bevordert in het kader van de Wet zorg en dwang;

  • aandeel contracteerruimte: aandeel van het totaal budgettair kader Wlz jaar t zoals gepubliceerd in oktober t-1, volgend uit openbaarmaking van de definitieve kaderbrief door het Ministerie van VWS en verdeling van het budgettair kader Wlz door de NZa;

  • Correctiebedrag: bedrag dat ervoor zorgt dat Wlz-uitvoerders als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel er niet meer dan 4,5 procent in budget op achteruit gaan;

  • Flankerend beleid: beleid dat het verschil tussen het budget uit 2021 en het huidige budget in gelijke delen afbouwt;

  • Geoormerkte bedragen: Bedragen die in de Aanwijzing zijn opgenomen voor een specifiek doel;

  • het jaar t: het kalenderjaar waarop de vaststelling betrekking heeft;

  • jaar t-1: het jaar voorafgaand aan het jaar t;

  • jaar t+1: het jaar volgend op het jaar t;

  • jaar t+2: het jaar dat ligt 2 jaar na het jaar t;

  • Minister van VWS: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • Minister voor LZS: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;

  • Nadere aanwijzing: Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz jaar t;

  • NZa: Nederlandse Zorgautoriteit;

  • Opgave ZN: Brief van ZN over de afspraken van zorgkantoren en Wlz-uitvoerders over de verdeling van de geoormerkte bedragen voor respectievelijke de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders;

  • SVB: Sociale Verzekeringsbank;

  • Tweede nadere aanwijzing: Tweede nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz jaar t;

  • Wlz: Wet langdurige zorg;

  • Wlz-uitvoerder: een rechtspersoon als bedoel bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wlz;

  • het Zorginstituut: Zorginstituut Nederland;

  • zorgkantoor: een zorgkantoor als bedoeld in het Besluit van de Minister van VWS van 14 december 2020, kenmerk 1783045-214376-Z, houdende de aanwijzing van zorgkantoren, (Stcrt. 2020, 66954);

  • ZN: Zorgverzekeraars Nederland.

Artikel

2

Het Zorginstituut stelt een voorlopig, nader en definitief beheerskostenbudget vast met inachtneming van de in de Aanwijzing, Nadere aanwijzing en Tweede nadere aanwijzing genoemde bedragen.

Artikel

3

Het Zorginstituut rondt het voorlopige, het nadere en het definitieve beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden.

§

2

Voorlopige vaststelling beheerskostenbudget jaar t

Artikel

5

Het Zorginstituut stelt in februari van jaar t voor ieder zorgkantoor, iedere Wlz- uitvoerder en de SVB een voorlopig beheerskostenbudget vast.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in artikel 7, onderdeel b en h, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 30 juni van het jaar t-1 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaat Wlz voor de Wlz-uitvoerder voor het jaar t-1. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring.

Artikel

10

Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 6,06025216 als vergoeding in de beheerskosten.

Artikel

11

Voor een nieuwe Wlz-uitvoerder, die geen rechtsopvolger is van een of meer bestaande Wlz-uitvoerders, kan het Zorginstituut uitgaan van andere dan in dit besluit genoemde verzekerdenaantallen.

Artikel

12

Het Zorginstituut stelt het bedrag zoals bedoeld voor de SVB voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wlz voorlopig vast op het bedrag dat de minister in de aanwijzing voor de SVB heeft bestemd.

§

3

Nadere vaststelling beheerskostenbudget jaar t

Artikel

13

Uiterlijk op de eerste werkdag van mei t+1 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar t voor de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de SVB nader vast op basis van de in de Nadere aanwijzing gewijzigde bedragen.

Artikel

14

Het Zorginstituut brengt op de nader vastgestelde beheerskostenbudgetten de door het Zorginstituut berekende voorschotten in mindering.

§

4

Definitieve vaststelling beheerskostenbudget jaar t

Artikel

15

Artikel

16

Het Zorginstituut brengt op de definitief vastgestelde beheerskostenbudgetten de door het Zorginstituut berekende nader vastgestelde beheerskostenbudgetten in mindering.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

17

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari van jaar 2022. De beleidsregels vervallen met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat de beleidsregels van toepassing blijven op de verdeling van de besteedbare middelen voor de beheerskosten Wlz voor het jaar 2022.

Artikel

18

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2022.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Voorzitter Raad van Bestuur S. Wijma