Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 16 maart 2022, nr. IENW/BSK-2022/42785, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2022–2023

Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2022–2023

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: een in Nederland gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is een project uit te voeren als bedoeld in deze regeling;

  • Algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • stikstofgevoelig en met stikstof overbelast Natura 2000-gebied: een Natura 2000-gebied waarbij de daarin gelegen habitat gevoelig is voor atmosferische stikstofdepositie en waarbij de habitat overbelast is met stikstofdepositie, zoals gehanteerd wordt in de in de Regeling natuurbescherming voorgeschreven AERIUS Calculator;

  • RVO: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • walstroomvoorziening: vaste of mobiele haveninfrastructuur waarmee een haven vaartuigen van elektrische stroom kan voorzien voor gebruik aan de kade;

  • zeeschip: een schip als bedoeld in artikel 1 van de Scheepvaartverkeerswet, met uitzondering van pleziervaartuigen;

  • subsidiabele kosten: kosten, met inbegrip van de planningskosten, ten behoeve van de aanleg van een walstroomvoorziening;

  • de Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • zeehaven: een haven zoals bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) 2017/352 van het Europees parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens;

  • project: een voor deze regeling subsidiabele activiteit, zijnde de aanschaf en installatie van een walstroomvoorziening voor zeeschepen.

Artikel

2

Doel en toepassingsbereik van de regeling

Artikel

3

Subsidieplafond en subsidiemaximum

Artikel

4

Specifieke afwijzingsgronden

Onverminderd de in artikel 11 en 12 van het Kaderbesluit vermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor hetzelfde project;

  • b.

    de subsidieaanvraag niet of niet voldoende, is voorzien van de voor de aanvraag van belang zijnde stukken, die stukken duidelijk zijn, en de inhoudelijke en financiële aspecten helder en transparant onderbouwd zijn;

  • c.

    sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • d.

    sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • e.

    indien de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor de subsidie van dat project is ingediend en het stimulerend effect als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt; of

  • f.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

5

Subsidievoorwaarden en selectiecriteria

Artikel

6

Voorschot

Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot van maximaal 100% verleend.

Artikel

7

Aanvraagvereisten

Artikel

8

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

9

Subsidievaststelling

Binnen dertien weken nadat de activiteit is afgerond wordt door de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van RVO.

Artikel

10

Inwerkingtreding

Artikel

11

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2022–2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers