Algemene subsidiebepalingen ZonMw

Vastgesteld op 1 juli 2013, nadien gewijzigd op 1 april 2022.

Preambule

Subsidies vormen een belangrijk sturingsinstrument voor de rijksoverheid bij het verwezenlijken van haar beleidsdoelen. Op grond van art. 9, lid 1 van de Wet op de organisatie ZorgOnderzoek Nederland (Wet ZON) wijst de Minister aandachtsgebieden aan waarvoor een programma zal worden uitgevoerd en kan hij daarbij beleidsregels vaststellen over het doel, de inhoud en de omvang van het programma. Een conform art. 9, lid 2, Wet ZON vastgesteld programma vormt het kader voor de taakvervulling van ZonMw zoals omschreven in art. 3, lid 1, Wet ZON die bestaat in het doen uitvoeren en het subsidiëren of het verlenen van opdrachten met betrekking tot projecten, experimenten, onderzoek en ontwikkeling op het terrein van gezondheid, preventie en zorg. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit en de samenhang en bevordert tevens het gebruik van de resultaten.

ZonMw-subsidies zijn projectsubsidies en geen alternatief voor reguliere financiering of financiering van patiëntenzorg. De resultaten van (mede) door ZonMw gefinancierde projecten dienen ten goede te komen aan de Nederlandse samenleving.

De subsidiebepalingen vinden haar grondslag in art. 11, lid 2, Wet ZON. Deze algemene subsidiebepalingen zijn aan alle ZonMw-subsidies verbonden, ongeacht het programma, de opdrachtgever of de publiek private samenwerking. Voor opdrachten gelden deze algemene subsidiebepalingen als algemene voorwaarden. ZonMw hanteert deze uitgangspunten om haar onafhankelijke positie en het publieke belang te waarborgen.

De algemene subsidiebepalingen adresseren iedereen die betrokken is bij het desbetreffende project. Bij de subsidieontvanger zijn drie rollen gedefinieerd: bestuurlijk verantwoordelijke; (hoofd)aanvrager en projectleider/penvoerder. Bij de subsidieverstrekker ZonMw betreft dat het bevoegd gezag en het programmateam: programmasecretaresse, -assistent, -secretaris, -coördinator en communicatie- en implementatie medewerkers.

De algemene subsidiebepalingen volgen het proces van subsidieverstrekking van de Awb: aanvragen, subsidie verlenen, bevoorschotten en subsidie vaststellen. In het algemeen kent dit proces twee beschikkingen: de subsidieverlening en de subsidievaststelling. In de beschikking tot subsidieverlening wordt vooraf aan de uit te voeren activiteiten – voorlopig – een maximaal subsidiebedrag toegekend aan de subsidieontvanger en aan de subsidie verplichtingen verbonden. In de beschikking tot subsidievaststelling wordt na goedkeuring van de eindrapportage vastgesteld of en in hoeverre de bij de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidie daadwerkelijk toekomt aan de subsidieontvanger. Het begrip ‘subsidie’ sluit aan op de definitie van artikel 4:21 van de Awb.

Wijze van subsidieverlening en -verantwoording volgt de ‘Aanwijzingen voor subsidieverstrekking1Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking (As) van 15 december 2009, Stcr. 2009, 20306). (die voortkomen uit het 'Uniform subsidiekader’, USK). Kenmerkende elementen van het USK zijn:

  • a.

    Drie standaard uitvoerings- en verantwoordingsarrangementen waarvan de toepassing wordt bepaald door de hoogte van het subsidiebedrag;

  • b.

    Uniformering en vereenvoudiging van begrippen en verplichtingen in het subsidieproces (o.a. termijnen, voorschotten, rapportages); en

  • c.

    Rijksbreed beleid om misbruik te voorkomen.

Het USK gaat uit van proportionaliteit tussen de administratieve lasten voor de ontvanger en het subsidiebedrag. Hoe lager het subsidiebedrag per ontvanger is, hoe minder of hoe eenvoudiger voorwaarden worden gesteld, en hoe efficiënter de verantwoording wordt ingericht. Afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag is één van de drie standaard uitvoerings- en verantwoordings-arrangementen van toepassing.

Nadere voorschriften en uitwerking in formats staan op www.zonmw.nl.

Voor zowel de subsidieontvanger als ZonMw geldt bij het toepassen van algemene regels, procedures, verplichtingen of subsidiebepalingen het “pas toe of leg uit” principe.

ZonMw kan afwijken van de subsidiebepalingen indien daartoe dwingende redenen bestaan. Dit wordt in de desbetreffende programmatekst bekend gemaakt. Afzonderlijke afwijkingen van de algemene subsidiebepalingen kunnen worden beschreven in de beschikking tot subsidieverlening.

In haar Open Access-beleid streeft ZonMw er naar dat de publiek gefinancierde resultaten van haar projecten, vrij voor delen en hergebruik beschikbaar zijn. In het bijzonder streeft ZonMw er naar dat de resultaten vrij toegankelijk zijn voor nieuw wetenschappelijk onderzoek.

ZonMw bevordert haar Open Access-beleid door een verbod op geheimhouding van kennis uit haar projecten, tenzij er zwaarwegende belangen zijn (privacy, octrooiaanvraag) die tijdelijk geheimhouding noodzakelijk maken.

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

  • Beschikking is een schriftelijke beslissing van ZonMw, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (art. 1:3, lid 1, Awb);

  • Bestuurlijk verantwoordelijke is degene die de rechtspersoon wettelijk of statutair in rechte kan vertegenwoordigen;

  • Cofinanciering is een bijdrage van een private of publieke partij -in natura of in geld- aan een door ZonMw gefinancierd project of programma;

  • (Hoofd)aanvrager is degene die (eind)verantwoordelijk is voor de subsidieaanvraag;

  • Oproep is de openbare aankondiging dat een programma openstaat voor het indienen van projectideeën dan wel subsidieaanvragen;

  • Programma is een beschrijving van het kader waar binnen projecten op het terrein van volksgezondheid, preventie en zorg kunnen worden gefinancierd;

  • Project is een, in de tijd en middelen begrensde, activiteit (of samenspel van activiteiten) om, meestal in samenwerking, een vooraf gedefinieerd resultaat te bereiken;

  • Projectidee is een korte voorlopige subsidieaanvraag bestemd voor een eerste selectie van ideeën die uitgewerkt mogen worden tot een uitwerkte subsidieaanvraag;

  • Projectleider/penvoerder is degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het project;

  • Publiek private samenwerking is een samenwerkingsverband waarbij een publiek gefinancierde instelling en een private partij, met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid, gezamenlijk een programma of project te realiseren op basis van een heldere taak- en risicoverdeling;

  • Resultaten zijn alle uitkomsten, materialen, methodes, processen, producten, software, (uit)vindingen, of data die binnen een project worden gegenereerd;

  • Subsidie is een aanspraak op financiële middelen, door ZonMw verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan ZonMw geleverde goederen of diensten (art. 4:21, Awb);

  • Subsidieaanvraag is een verzoek om een besluit te nemen (art. 1:3, lid 3, Awb) en omvat een inhoudelijke beschrijving van het project alsmede een projectbegroting.

Artikel

2

Wet- en regelgeving, gedragscodes en richtlijnen

Artikel

3

Procedures ZonMw

ZonMw beschrijft in haar procedures de algemeen geldende werkwijze voor het indienen, beoordelen en selecteren van subsidieaanvragen, voor de voortgangsbewaking van de projecten en voor de sturing en evaluatie van programma’s.

Deze procedures zijn in beginsel van toepassing op alle programma’s. ZonMw kan van deze algemeen geldende procedures afwijken. In de desbetreffende programmatekst wordt dan de specifiek voor dat programma geldende procedure beschreven en bekend gemaakt. Daarnaast kan de procedure in een oproep worden verbijzonderd.

Artikel

4

Meldplicht

Op de subsidieontvanger rust de algemene verplichting om onverwijld schriftelijk gemotiveerd melding te maken van elk voornemen tot afwijking van de toegekende subsidieaanvraag dan wel van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Daarbij worden alle relevante stukken overlegd.

Voor een dergelijke wijziging is vooraf goedkeuring van ZonMw noodzakelijk. Wijzigingen doorvoeren zonder vooraf goedkeuring van ZonMw kan van invloed zijn op de beslissing over de continuering van het project en de hoogte van de subsidievaststelling.

Artikel

5

Aansprakelijkheid

Artikel

6

Termijnen ZonMw

ZonMw neemt bij het verstrekken van subsidies de volgende (maximum) termijnen in acht.

  • 1.

    De beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven binnen 13 weken na de in de oproep genoemde deadline voor de ontvangst van de uitgewerkte subsidieaanvraag.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde termijn van 13 weken bedraagt 22 weken indien over de subsidieaanvraag advies wordt ingewonnen, of een nader onderzoek is ingesteld.

  • 3.

    De in het eerste lid bedoelde termijn bedraagt 40 weken indien het besluit mede afhankelijk is van het oordeel van een internationale beoordelingscommissie of van internationale peer review zoals buitenlandse referenten.

  • 4.

    ZonMw kan het nemen van een besluit tot een nader te bepalen datum onder opgave van redenen uitstellen.

2

Het aanvragen van een subsidie

Artikel

7

Rechtspersoon

Artikel

8

Subsidieaanvraag

3

Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel

9

Subsidieverlening

Artikel

9a

Wijze van subsidieverlening

  • a.

    subsidies lager dan € 25.000

    Het verstrekken van subsidies lager dan € 25 000 vindt plaats in de vorm van een vast bedrag dat vooraf door ZonMw wordt vastgesteld of dat wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag. Indien een subsidie wordt verstrekt wordt een beschikking tot subsidieverlening gegeven, met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en van de datum waarop ZonMw uiterlijk wordt geïnformeerd over de uitvoering van de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.

  • b.

    subsidies van € 25.000 of meer en de te subsidiëren activiteiten bestaan uit meetbare prestatie-eenheden

    Het verstrekken van subsidies van € 25 000 of meer voor activiteiten bestaande uit meetbare prestatie-eenheden vindt plaats in de vorm van een vast bedrag voor een nog te verrichten prestatie-eenheid, dat vooraf door ZonMw wordt vastgesteld of dat wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag. Aan een subsidie wordt de verplichting voor de subsidieontvanger verbonden om aan te tonen, op door ZonMw van tevoren aangegeven wijze, dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • c.

    subsidies van € 25.000 of meer en de te subsidiëren activiteiten bestaan niet uit meetbare prestatie-eenheden

    Het verstrekken van subsidies van € 25 000 of meer vindt plaats in de vorm van een vast bedrag, dat vooraf door ZonMw wordt vastgesteld of dat wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag. Aan een subsidie wordt de verplichting voor de subsidieontvanger verbonden om aan te tonen, op door ZonMw van tevoren aangegeven wijze, dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel

9b

Afwijking bij beschikking

In bijzondere gevallen kan bij beschikking worden afgeweken van de bedragen en de wijze van verstrekking, bedoeld in artikel 9a.

Artikel

10

Bevoorschotting

Artikel

10a

Beschikking tot subsidieverlening

4

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

11

Algemeen

Artikel

12

Termijnen subsidieontvanger

Artikel

13

Inhoudelijke verantwoording

De subsidieontvanger dient zich over de voortgang en de resultaten van het project te verantwoorden. Wel kunnen er verschillen zijn in de wijze waarop de verantwoording van het project dient te geschieden. De verantwoording geeft inzicht in hoe de activiteiten van het project (zijn) verlopen en of de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn nagekomen.

Voortgangsrapportage

  • 1.

    In het algemeen kiest ZonMw er voor halverwege de looptijd van het project één voortgangsverslag op te vragen.

  • 2.

    ZonMw kan er voor kiezen om ongeacht de looptijd of de hoogte van de subsidie vaker een tussentijdse verantwoording over de voortgang van het project op te vragen.

  • 3.

    De subsidieontvanger kan worden uitgenodigd een presentatie over de voortgang van het project te verzorgen.

  • 4.

    ZonMw kan een werkbezoek afleggen om nader over de voortgang van het project te worden geïnformeerd.

  • 5.

    Naar aanleiding van de beoordeling van de voortgangsrapportage kan ZonMw nadere aanwijzingen van inhoudelijke en/of financiële aard aan de subsidieontvanger geven.

Eindrapportage

  • 6.

    ZonMw vraagt van alle projecten na afloop een inhoudelijke verantwoording van het project.

  • 7.

    De eindrapportage dient duidelijk inzicht te verschaffen in de bereikte resultaten en in de aard, duur en omvang van de activiteiten waarvoor een subsidie is verstrekt. In de rapportage worden de bereikte resultaten en de verrichte activiteiten vergeleken met de in de subsidieaanvraag voorgenomen activiteiten. Gelijk met de inhoudelijke eindrapportage, dient de projectleider een financiële verantwoording in bij ZonMw.

Voor voortgangs- en eindrapportages geldt dat:

  • 8.

    Deze moeten worden aangeleverd via de door ZonMw beschikbaar gestelde webapplicatie en, voor zover vereist, in het daarvoor bestemde format;

  • 9.

    De bestuurlijk verantwoordelijke de financiële rapportages mede voor akkoord, en de inhoudelijke eindrapportages mede voor gezien tekent. Dit kan met een aparte schriftelijke verklaring.

Artikel

14

Verantwoording tot vier jaar na afronding

De subsidieontvanger verklaart zich bereid om – tot vier jaar na afronding van het project – volledige medewerking te verlenen aan in opdracht van ZonMw op te stellen, overzichten, enquêtes, kennissyntheses enz. Publicaties over en resultaten van het project dienen tot vier jaar na afronding van het project via de door ZonMw beschikbaar gestelde webapplicatie aan ZonMw te worden aangeboden. Daarnaast verplicht de subsidieontvanger zich om ZonMw in deze periode te informeren over het gebruik van de resultaten.

Artikel

15

Bijdragen aan het programma

ZonMw kan samen met de subsidieontvanger activiteiten organiseren die bijdragen aan het programma waarvan het project deel uitmaakt. Dit geldt in het bijzonder voor activiteiten uit het communicatie- en implementatieplan van het programma. De subsidieontvanger verplicht zich hieraan medewerking te verlenen.

Artikel

16

Implementatie

De subsidieontvanger dient in de subsidieaanvraag, de voortgangsrapportage(s) en de eindrapportage duidelijk te maken welke inspanningen worden verricht om kennisoverdracht, implementatie en utilisatie van de resultaten te bevorderen. Hiervoor moet de subsidieontvanger de verspreidings- en implementatievragen in het voortgangsverslag beantwoorden. Op basis van de antwoorden op deze vragen kan ZonMw de subsidieontvanger uitnodigen om een voorstel voor een verspreidings- en implementatie impuls te doen.

Artikel

17

Communicatie

Artikel

18

Publiceren

Artikel

19

Intellectueel eigendom

Artikel

20

Databestanden

Artikel

21

Exploitatierechten

Artikel

22

Veegbepaling

De vermoedelijke rechthebbende van resultaten verleent ZonMw zekerheidshalve voor onvoorziene situaties toestemming voor verveelvoudiging, openbaarmaking, hergebruik, reproductie, bewerking etc. en doet daarmee afstand van eventuele rechten die belemmerend kunnen zijn voor ‘open access’.

Artikel

23

Verschaffen van gegevens aan ZonMw

Artikel

23a

Administratieplicht

Artikel

24

Baten en lasten

5

Subsidievaststelling

Artikel

25

Aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel

26

Wijze van verantwoording per subsidiesoort en beschikking tot subsidievaststelling

  • a.

    Subsidies lager dan € 25.000

    • 1.

      De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 9a, onderdeel a, toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

    • 2.

      ZonMw neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de subsidievaststelling.

    • 3.

      De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening genoemde bedrag.

  • b.

    subsidies van € 25.000 of meer en de te subsidiëren activiteiten bestaan uit meetbare prestatie-eenheden

    • 1.

      De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 9a, onderdeel b, toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen. Hij legt verantwoording af over de gerealiseerde prestatie-eenheden.

    • 2.

      Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger tevens verantwoording af door het overleggen van een Assurance rapport met betrekking tot de realisatie van de prestatie-eenheden.

    • 3.

      ZonMw kan de subsidieontvanger verplichten om het Assurance rapport vergezeld te doen gaan van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger.

    • 4.

      De in het tweede en derde lid bedoelde rapporten zijn opgesteld door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig een door ZonMw vastgesteld model met inachtneming van een door ZonMw vastgesteld accountantsprotocol, bekend gemaakt op de website www.zonmw.nl.

    • 5.

      De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door ZonMw bij de subsidieverlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal subsidiabele prestatie-eenheden dat door ZonMw bij de subsidieverlening is genoemd.

    • 6.

      ZonMw besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

  • c.

    subsidies van € 25.000 of meer en de te subsidiëren activiteiten bestaan niet uit meetbare prestatie-eenheden

    • 1.

      De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 9a, onderdeel c,

      • i.

        als de subsidie minder dan € 125.000 bedraagt:

        • a.

          toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

        • b.

          toont aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

      • ii.

        als de subsidie € 125.000 of meer bedraagt:

        • a.

          legt rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag dient vergezeld te gaan van een controleverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig een door ZonMw vastgesteld model met inachtneming van een door ZonMw vastgesteld accountantsprotocol, bekend gemaakt op de website www.zonmw.nl.

        • b.

          ZonMw kan de subsidieontvanger verplichten om het financieel verslag vergezeld te doen gaan van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger.

        • c.

          Een verschil tussen het financieel verslag en de begroting van ten minste 20% van een afzonderlijke begrotingspost wordt toegelicht, tenzij het verschil met die begrotingspost lager is dan € 25.000.

    • 2.

      Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de totale gerealiseerde kosten verminderd met de totale gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage tot ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening genoemde bedrag.

    • 3.

      ZonMw besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

6

Slotbepalingen

Artikel

27

Sancties

In de Algemene wet bestuursrecht regelen art. 4:48 en art. 4:49 de intrekking of wijziging met terugwerkende kracht van respectievelijk de subsidieverlening en de subsidievaststelling.

Hieronder volgen de belangrijkste gronden uit die artikelen.

  • 1.

    ZonMw kan de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien:

    • a.

      de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

    • b.

      de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c.

      de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;

    • d.

      de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

  • 2.

    ZonMw kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:

    • a.

      op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;

    • b.

      indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten;

    • c.

      indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 3.

    ZonMw kan op basis van het eerste lid of het tweede lid besluiten de hoogte van de subsidie lager (tot nihil) vast te stellen. Van misbruik wordt tevens aangifte gedaan.

Artikel

28

Rechtsbescherming