Regeling van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen Van 22 april 2022, nr. 2022-0000100140, houdende regels over de besteding van financiële middelen uit het Europees Sociaal Fonds Subsidieregeling ESF+ 2021–2027)

Subsidieregeling ESF+ 2021–2027

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,
Gelet op Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PbEU 2021, L 231) en de artikelen 3, eerste en vierde lid, vijf en acht, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemeen deel

Artikel

1.1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • brutoloon: bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief (overige) vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten, inclusief ploegentoeslag of inconveniëntentoeslag, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO;

  • CAO: collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst;

  • centrumgemeente: Alkmaar, Almere, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Doetinchem, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Goes, Gorinchem, Gouda, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hilversum, Leeuwarden, Leiden, Nijmegen, Roermond, Rotterdam, Tiel, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer of Zwolle;

  • directe loonkosten: loonkosten van personeel, waarbij sprake is van direct aan deelnemers van het project bestede uren;

  • externe kosten: kosten die in rekening gebracht worden door derden voor het uitvoeren van direct aan deelnemers gerelateerde activiteiten;

  • Minister: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;

  • praktijkonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 10f, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • Programma: Programma ESF+ Nederland 2021–2027;

  • project: samenhangend geheel van activiteiten met betrekking tot een onderwerp als bedoeld in artikel 1.4;

  • projectperiode: periode tussen het tijdstip waarop activiteiten starten en worden beëindigd;

  • subsidieaanvrager: aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;

  • subsidieontvanger: subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend;

  • subproject: op zichzelf staand onderdeel van een project;

  • Verordening (EU) nr. 2021/1057: Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PbEU 2021, L 231);

  • Verordening (EU) nr. 2021/1060: Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);

  • voortgezet speciaal onderwijs: voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.

Artikel

1.2

Inleidende bepaling

Artikel

1.3

Aanwijzing autoriteiten

Artikel

1.4

Aard van de projecten

De Minister verleent met inachtneming van deze regeling subsidie ten behoeve van projecten op het gebied van een regio-aanvraag voor leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.

Artikel

1.5

Subsidieaanvrager

Artikel

1.6

De subsidieaanvraag

Artikel

1.7

Rangschikking

Artikel

1.8

Subsidieverlening

Artikel

1.9

Weigering van de subsidie

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wijst de Minister een aanvraag tot verlening van subsidie geheel of gedeeltelijk af, indien:

  • a.

    de subsidieaanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen;

  • b.

    de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten;

  • c.

    onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het project te maken kosten;

  • d.

    onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de subsidieaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;

  • e.

    onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager de subsidiabele activiteiten in voldoende mate in kwalitatieve of kwantitatieve zin kan beïnvloeden of realiseren;

  • f.

    onaannemelijk is dat met de door de subsidieaanvrager toegepaste werkwijze de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt;

  • g.

    onaannemelijk is dat de voorgenomen subsidiabele activiteiten of subsidiabele kosten eenvoudig te verantwoorden en te controleren zijn;

  • h.

    de kosten reeds uit anderen hoofde worden gefinancierd ten laste van een Europese subsidie;

  • i.

    dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van een nationale subsidieprogramma worden gefinancierd, zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt;

  • j.

    onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager beschikt over operationele of financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;

  • k.

    anderszins op grond van eerdere subsidieverlening voor vergelijkbare activiteiten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager de activiteiten goed zal uitvoeren of aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal voldoen.

Artikel

1.10

Hoogte van de subsidie

Artikel

1.11

Subsidiabele kosten

Artikel

1.12

Niet-subsidiabele kosten

Niet voor subsidiering komen in aanmerking:

  • a.

    onredelijke of niet noodzakelijk gemaakte kosten voor uitvoering van het project of een onderdeel daarvan;

  • b.

    kosten van het project die niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is;

  • c.

    loonkosten van een persoon die werkzaam is in een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening;

  • d.

    kosten gemaakt buiten de projectperiode, die benoemd is in de beschikking tot verlening;

  • e.

    kosten die reeds uit anderen hoofde worden gefinancierd ten laste van een Europees subsidieprogramma;

  • f.

    kosten die reeds uit hoofde van een nationaal subsidieprogramma worden gefinancierd, zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt;

  • g.

    in rekening gebrachte BTW.

Artikel

1.13

Administratievoorschriften

Artikel

1.14

Beschikbaarheid van bescheiden

Artikel

1.15

Rapportageverplichtingen

Artikel

1.16

Einddeclaratie en subsidievaststelling

Artikel

1.17

Publiciteit

Artikel

1.18

Openbaar maken subsidiedossier

Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieontvanger er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar kan worden gemaakt.

Artikel

1.19

Intrekking en terugvordering

Hoofdstuk

2

Subsidie voor regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs

Artikel

2.1

Subsidieaanvrager

De subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente.

Artikel

2.2

Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk dat betrekking heeft op een regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, worden ingediend in het aanvraagtijdvak van 16 mei 2022, 09.00 uur, tot en met 1 juli 2022, 17.00 uur, voor de projectperiode van 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2023.

Artikel

2.3

Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.2, bedraagt € 15.000.000.

Artikel

2.4

Doel en doelgroep

Artikel

2.5

De aanvraag

Artikel

2.6

Subsidiabele activiteiten & kosten

Artikel

2.7

Bevoorschotting

Artikel

2.8

Maximum subsidie per subsidieaanvrager

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie in het kader van dit hoofdstuk is per centrumgemeente vastgelegd in bijlage 2 bij deze regeling.

Hoofdstuk

3

Slotartikelen

Artikel

3.1

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027.

Artikel

3.2

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

Bijlage

1

als bedoeld in artikel 1.14

Procedure betreffende gebruik geconverteerde documenten of gegevensdragers en digitale bewijsstukken

In het kader van de verantwoording op de einddeclaratie onderbouwt de subsidieontvanger de kosten met originele bewijsstukken, kopieën of volledig digitale documenten. Hiertoe moet door de lidstaat een procedure voor de vaststelling van de authenticiteit worden opgesteld. In deze bijlage worden de door Nederland vastgestelde procedures weergegeven.

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

  • a.

    fotokopieën van originelen;

  • b.

    microfiches van originelen;

  • c.

    elektronische versies van originelen;

  • d.

    documenten die uitsluitend in elektronische versie bestaan, mits de gebruikte computersystemen voldoen aan aanvaarde beveiligingsnormen die waarborgen dat de bewaarde documenten voldoen aan de eraan te stellen wettelijke eisen en dat bij controles op deze documenten kan worden gesteund.

Hieronder staan de procedures om deze stukken te kunnen gebruiken als geaccepteerde bewijsstukken in het kader van de ESF-administratie waarbij niet ter zake doende persoonsgegevens onherkenbaar of onleesbaar gemaakt zijn.

Procedure voor het gebruik van de documenten, genoemd in de onderdelen a, b en c

De hierboven genoemde bewijsstukken a, b en c zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

  • Alle gegevens worden overgezet;

  • Alle gegevens worden inhoudelijk juist overgezet;

  • Er wordt voor gezorgd dat de nieuwe gegevensdrager tijdens de gehele bewaartermijn beschikbaar is;

  • De geconverteerde gegevens kunnen binnen redelijke tijd ge(re)produceerd worden en leesbaar worden gemaakt;

  • Er wordt zorg voor gedragen dat de controle van de geconverteerde gegevens binnen redelijke tijd kan worden uitgevoerd;

  • De subsidieaanvrager borgt tevens de authenticiteit van de geconverteerde bewijsstukken door onder andere een relatie te leggen met de overige bewijsstukken in het betreffende projectdossier. Bij een factuur bijvoorbeeld behoort ook een betaalbewijs, een bewijs van deelname of een bewijsstuk met betrekking tot de inkoopprocedure.

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de ESF-verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

De subsidieaanvrager verklaart door middel van het aanvraag-, tussendeclaratie- en einddeclaratieformulier dat de geconverteerde documenten of de nieuwe gegevensdragers die onderdeel zijn van de ESF-administratie, voldoen aan de vereisten uit artikel 1.14 van de ESF+ subsidieregeling 2021–2027 en daarmee aan deze bijlage.

Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in elektronische versie bestaan (onderdeel d)

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

  • 1.

    Digitale urenadministratie:

    om aan de eisen van betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens te kunnen voldoen moet de subsidieontvanger kunnen aantonen dat:

    • a.

      De functiescheiding binnen het systeem wordt gewaarborgd;

    • b.

      De tijdigheid binnen het systeem wordt gewaarborgd;

    • c.

      Vaststellingen na accorderen door de leidinggevende niet meer te wijzigen zijn.

    Het is aan de subsidieaanvrager om dit aan te tonen.

  • 2.

    Facturen die digitaal worden verzonden:

    om aan de eisen van betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens te kunnen voldoen kan de subsidieaanvrager via de onderlinge relatie met andere documenten (zoals een betaalbewijs) aantonen dat voor de controle kan worden gesteund op de digitale factuur.

De in deze bijlage omschreven procedures gelden voor alle bewijsstukken die getoond moeten worden in het kader van de ESF-verantwoording. Artikel 1.14 is onverminderd van toepassing.

Bijlage

2

als bedoeld in artikel 2.8

Subsidieplafonds voor regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs

Groningen

Groningen

6,54%

€ 981.105

Leeuwarden

Friesland

4,62%

€ 693.300

Alkmaar

Noord-Holland Noord

2,57%

€ 385.000

Emmen

Drenthe

1,89%

€ 284.087

Zwolle

Regio Zwolle

2,16%

€ 324.299

Almere

Flevoland

2,10%

€ 314.501

Zaanstad

Zaanstreek/Waterland

1,48%

€ 222.035

Haarlem

Zuid-Kennemerland en IJmond

1,68%

€ 252.078

Enschede

Twente

3,97%

€ 595.129

Amsterdam

Groot Amsterdam

10,77%

€ 1.616.169

Apeldoorn

Stedendriehoek en Noordwest Veluwe

2,82%

€ 423.316

Hilversum

Gooi en Vechtstreek

0,74%

€ 110.934

Leiden

Holland Rijnland

1,65%

€ 247.301

Utrecht

Midden-Utrecht

3,29%

€ 494.132

Amersfoort

Amersfoort

0,99%

€ 148.018

Ede

Food Valley

1,12%

€ 167.292

Doetinchem

Achterhoek

1,00%

€ 150.058

Zoetermeer

Zuid-Holland Centraal

1,36%

€ 203.734

Gouda

Midden-Holland

0,71%

€ 107.003

Den Haag

Haaglanden

7,66%

€ 1.148.636

Arnhem

Midden-Gelderland

3,23%

€ 483.830

Rotterdam

Rijnmond

13,09%

€ 1.963.958

Tiel

Rivierenland

0,70%

€ 104.788

Gorinchem

Gorinchem

0,40%

€ 60.730

Nijmegen

Rijk van Nijmegen

2,52%

€ 377.822

Dordrecht

Drechtsteden

1,72%

€ 257.792

Den Bosch

Noordoost-Brabant

2,38%

€ 356.973

Breda

West-Brabant

3,08%

€ 461.579

Goes

Zeeland

1,66%

€ 248.744

Tilburg

Midden-Brabant

2,20%

€ 330.024

Venlo

Noord-Limburg

1,20%

€ 180.282

Helmond

Helmond-De Peel

1,05%

€ 157.710

Eindhoven

Zuidoost-Brabant

2,09%

€ 313.054

Roermond

Midden-Limburg

1,00%

€ 149.460

Heerlen

Zuid-Limburg

4,57%

€ 685.124

Totaal

100,00%

€ 15.000.000