Artikel
1
Toepassingsbereik
Deze beleidsregel is van toepassing op het media-aanbod van commerciële media-instellingen in de zin van de Mediawet 2008, daaronder begrepen commerciële mediadiensten op aanvraag (zoals VOD-diensten en video-uploaders).
Besluit:
Deze beleidsregel is van toepassing op het media-aanbod van commerciële media-instellingen in de zin van de Mediawet 2008, daaronder begrepen commerciële mediadiensten op aanvraag (zoals VOD-diensten en video-uploaders).
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
wet: Mediawet 2008;
media-aanbod: programma-aanbod (televisie en radio) en audiovisueel media-aanbod op aanvraag (VOD-diensten en video);
video: audiovisueel media-aanbod op aanvraag dat door een gebruiker is gecreëerd en door die gebruiker of een andere gebruiker naar een videoplatform is geüpload;
omlijsting: kader waarbinnen reclame- en telewinkelboodschappen worden geplaatst, bestaande uit een aankondiging en afkondiging;
splitscreen: het gelijktijdig en parallel plaatsen in één beeld van redactionele inhoud en van reclame- of telewinkelboodschappen.
Het media-aanbod bevat geen reclame- en telewinkelboodschappen voor medische behandelingen (artikel 3.7, tweede lid, onder a, en 3.29d van de wet).
Reclame- en telewinkelboodschappen zijn duidelijk onderscheiden van het overige programma-aanbod (artikel 3.7, eerste lid van de wet). Hieraan is in ieder geval voldaan als in de omlijsting gebruik wordt gemaakt van:
een zichtbare en/of hoorbare vermelding van ‘reclame’, ‘advertentie’, ‘telewinkelboodschap’, of woorden van gelijke strekking; of
een andere zichtbare en/of hoorbare vermelding die naar zijn aard of inhoud de reclame- en telewinkelboodschappen voldoende duidelijk afscheidt van het overige programma-aanbod, mede gelet op het publiek waarvoor de reclame- en telewinkelboodschappen zijn bestemd.
Reclame- en telewinkelboodschappen in de vorm van splitscreen of binnen een kader op een teletekstpagina zijn duidelijk onderscheiden van het overige programma-aanbod indien:
deze worden geplaatst in een afzonderlijk stilstaand kader dat bij splitscreen maximaal tweederde van het totaal beschikbare beeld beslaat, en bij teletekst maximaal twintig procent van de pagina;
deze zijn voorzien van een voortdurende zichtbare duidelijke vermelding van ‘reclame’, ‘advertentie’, ‘telewinkelboodschap’, dan wel woorden van gelijke strekking; en
het redactionele deel van het programma-aanbod volledig zichtbaar blijft en onverkort en zonder onderbreking wordt doorgegeven.
Reclame- en telewinkelboodschappen in de vorm van splitscreen zijn alleen toegestaan tijdens het programma-aanbod voor zover dat aanbod bestaat uit de live verslaggeving van een evenement of uit het verslag of de weergave van een sportevenement.
Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen in de vorm van splitscreen telt mee voor de berekening van de maximale hoeveelheid reclame die is bepaald bij of krachtens de wet.
Reclame- en telewinkelboodschappen zijn als zodanig herkenbaar (artikel 3.5b, eerste lid van de wet). Hieraan is in ieder geval voldaan als deze voor het gemiddelde publiek door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclame- of telewinkelboodschap.
In programma’s bestaande uit films en (commentaar op het) nieuws worden ten hoogste eenmaal per geprogrammeerd tijdvak van dertig minuten reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen. In programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar kunnen ten hoogste eenmaal per geprogrammeerd tijdvak van dertig minuten reclameboodschappen worden opgenomen, mits de geprogrammeerde duur van het programma meer dan dertig minuten bedraagt (artikel 3.11 van de wet).
In het programma-aanbod bestaande uit het verslag of de weergave van sportevenementen kunnen afzonderlijke reclame- of telewinkelboodschappen worden geplaatst (artikel 3.8, tweede lid van de wet). In het overige programma-aanbod is het bij uitzondering toegestaan om afzonderlijke reclame- of telewinkelboodschappen te plaatsen tot een maximum van twee per uur.
Reclameboodschappen zijn als zodanig herkenbaar (artikel 3.5b, eerste lid van de wet). Hieraan is voldaan als deze voor het gemiddelde publiek door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclameboodschap.
Reclameboodschappen zijn in ieder geval als zodanig herkenbaar:
bij een duidelijk zichtbare en/of hoorbare vermelding van:
‘reclame’
‘advertentie’
‘advertorial’
‘betaalde promotie’
‘betaalde samenwerking’ of
‘betaald partnerschap’ en
waarbij deze vermelding of vertoning aan het begin van de video, tijdens de aanprijzing of doorlopend zichtbaar is; en
als deze vermelding bij video’s ook is opgenomen in de bijbehorende beschrijving.
Deze beleidsregel wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).