Onze Minister stemt in met de statuten van het participatiefonds alsmede met wijziging daarvan, indien in de statuten ten minste is opgenomen:
-
a.
dat het participatiefonds zich ten doelt stelt de taken uit te voeren, bedoeld in artikel 190, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 169, derde lid, van de Wet op de expertisecentra;
-
b.
de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de leden en de plaatsvervangend leden van het bestuur;
-
c.
het aantal leden en plaatsvervangend leden van het bestuur dat wordt benoemd, met dien verstande dat het bestuur ten minste drie en ten hoogste negen leden heeft, waarvan één voorzitter;
-
d.
dat de helft van de leden en plaatsvervangend leden, met uitzondering van de voorzitter, wordt benoemd op bindende voordracht van de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties in het onderwijs en de andere helft wordt benoemd op bindende voordracht van de centrale werkgeversorganisatie primair onderwijs;
-
e.
dat het participatiefonds ten minste eenmaal per jaar overleg voert met Onze Minister of een door Onze Minister aan te wijzen vertegenwoordiger;
-
f.
dat het bestuur in het kader van zijn taakuitoefening, bedoeld in artikel 190, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 169, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, aan het bevoegd gezag bij reglement of anderszins verplichtingen van administratieve aard kan opleggen voor:
-
1°.
de controle van de rechtmatigheid van de uitgaven van het participatiefonds;
-
2°.
het verkrijgen van betrouwbare gegevens over het ontstaan van aanspraken op werkloosheidsuitkeringen of uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet;
-
3°.
de doelmatige uitvoering van de werkzaamheden door het participatiefonds;
-
4°.
het voldoen aan verplichtingen van het participatiefonds uit hoofde van de wet of dit besluit;
-
5°.
het vaststellen van de bijdrage die het bevoegd gezag aan het participatiefonds moet voldoen;
-
g.
dat bij ontbinding of beëindiging van de werkzaamheden van het participatiefonds de bestemming van het bij liquidatie aanwezige vermogen wordt vastgesteld door het bestuur in overeenstemming met Onze Minister; en
-
h.
dat het participatiefonds een van het bestuur onafhankelijke commissie instelt die is belast met het interne toezicht, waarvan de taken zijn vastgelegd in de statuten.