Wet van 11 mei 2022, houdende wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet bekostiging financieel toezicht 2019 en enige andere wetten op het terrein van de financiële markten (Wijzigingswet financiële markten 2022)

Wijzigingswet financiële markten 2022

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bepaalde financiële ondernemingen de mogelijkheid te bieden een rekening met gescheiden vermogen aan te houden, de stabiliteit van de heffingen van de Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank aan onder toezicht staande personen te vergroten, alsmede enige andere wijzigingen en verbeteringen in de wetgeving op het terrein van de financiële markten aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Artikel

II

Wijzigt de Wet bekostiging financieel toezicht 2019.

Artikel

III

Wijzigt de Wet giraal effectenverkeer.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES.

Artikel

V

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Artikel

VII

Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren 2018.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.

Artikel

IX

Wijzigt de Pensioenwet.

Artikel

X

Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Artikel

XII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

XIII

Deze wet wordt aangehaald als: Wijzigingswet financiële markten 2022.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag
De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius