-
a.
de aansturing van uitvoerende of ondersteunende medewerkers;
-
b.
de organisatie van een professionele thuisbasis voor de medewerkers en het vormgeven van de werkgeversrol, gericht op de vakontwikkeling, continuïteit, vitaliteit en inzetbaarheid van de medewerkers, waaronder in ieder geval de volgende taken worden begrepen:
-
1°.
het bevorderen van de persoonlijke ontwikkeling;
-
2°.
het begeleiden van de medewerkers met ziekteverzuim;
-
3°.
het voeren van personeelsgesprekken;
-
c.
het zicht houden op de voortgang van de realisatie van teamdoelen en de afgesproken resultaten, het leveren van producten en diensten conform de geldende kaders en het zo nodig bijsturen;
-
d.
het gestructureerd voeren van werkoverleg;
-
e.
het zorg dragen voor de borging van kennis en kwaliteit binnen het team;
-
f.
het rapporteren aan het afdelingshoofd en collega teamleiders met het oog op een optimale inzet van mensen, uniforme wijze van aansturen, kennismanagement en netwerkbeheer;
-
g.
het zorg dragen voor de borging van uniformiteit en kwaliteit van vakspecifieke werkprocessen en het leveren van input voor richtlijnen en procedures;
-
h.
het monitoren van de werkprocessen binnen het team;
-
i.
het actief vormgeven aan ontwikkelingen, innovaties en verbetermogelijkheden en deze vertalen naar vakinhoudelijke producten en diensten;
-
j.
het op tijdige en juiste wijze toepassen van personeelsinstrumenten, waaronder in ieder geval worden begrepen:
-
1°.
start- en personeelsgesprekken;
-
2°.
de ontwikkeling, opleiding en loopbaanbegeleiding van de medewerkers;
-
k.
het analyseren van ontwikkelingen, innovaties en verbetermogelijkheden en vertalen naar nieuwe vakinhoudelijke producten en diensten;
-
l.
het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie.