Besluit van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 juli 2022 kenmerk 2022-0000352542 (Besluit Sturing Digitale Overheid 2022), tot wijziging van het Instellingsbesluit Sturing Digitale Overheid in het kader van de introductie van een meerjarenprogrammering op de generieke digitale infrastructuur

Besluit Sturing Digitale Overheid 2022

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Overwegende dat;
  • het verbeteren van de uitvoering en de publieke dienstverlening vanuit de behoeften van burgers, bedrijven en instellingen een prioriteit is en van belang voor het vertrouwen in de publieke sector;

  • het functioneren van de publieke sector in belangrijke mate bepaald wordt door digitalisering;

  • een goede, betrouwbare en veilige digitale infrastructuur een randvoorwaarde is om de dienstverlening te verbeteren en toekomstige vragen vanuit politiek en samenleving te kunnen verwezenlijken;

  • de Generieke Digitale Infrastructuur het fundament vormt voor publieke dienstverlening naar burgers en bedrijven en voor de samenwerking tussen overheidsorganisaties onderling;

  • onderdelen van de generieke digitale infrastructuur als vitaal zijn bestempeld;

  • de regieverantwoordelijkheid voor de digitale overheid van de staatssecretaris de volgende aspecten omvat:

    • te zorgen voor wettelijke en beleidsmatige kaders voor het functioneren van de digitale overheid;

    • de zorg voor het op peil houden en ontwikkelen van de generieke digitale infrastructuur;

    • de zorg voor de realisatie van afspraken, standaarden en voorzieningen van de generieke digitale infrastructuur;

    • de zorg voor het realiseren van de noodzakelijke architectuurproducten om die bouwstenen te kunnen ontwikkelen en beheren;

    • de zorg voor het opdrachtgeverschap van beheer, exploitatie en vernieuwing van de generieke digitale infrastructuur richting opdrachtnemers;

    • de zorg voor de in dit kader centraal beschikbaar gestelde middelen.

  • naast deze generieke verantwoordelijkheid ook sectorale en organisatiespecifieke verantwoordelijkheden bestaan voor de digitalisering, die binnen het Rijk bij de desbetreffende bewindspersonen, binnen de medeoverheden bij de besturen van gemeenten, provincies en waterschappen en bij de betrokken private partijen belegd zijn;

  • beleidsmatige vraagstukken van de digitale overheid alleen kunnen worden opgelost als zij in samenhang geagendeerd worden en digitaliseringsambities in afstemming worden geprogrammeerd en opgepakt;

  • de digitale overheid hiermee nadrukkelijk een interbestuurlijke opgave is;

  • de totstandkoming en het actualiseren van een overheidsbrede agenda voor de digitale overheid een meerjarige gezamenlijke prioritering en programmering op de generieke digitale infrastructuur vraagt;

  • hier een adequate overlegstructuur en interbestuurlijke governance voor nodig is.

BESLUIT:

Artikel

1

Definities

  • a.

    de staatssecretaris: de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    de Generieke Digitale Infrastructuur (hierna: GDI): de set aan afspraken, standaarden en voorzieningen die overheidsorganisaties en dienstverleners met een publieke taak ondersteunt bij de inrichting van hun digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven en ook bij hun onderlinge digitale samenwerking;

  • c.

    de GDI-bouwstenen: de afspraken, standaarden en voorzieningen die gezamenlijk de GDI vormen;

  • d.

    de GDI-domeinen: de terreinen waar de GDI betrekking op heeft, te weten toegang, interactie, gegevensuitwisseling en infrastructuur;

  • e.

    de GDI-partners: de partijen die vanuit verschillende rollen onderdeel zijn van de sturing op de ontwikkeling van de GDI;

  • f.

    de GDI-architectuur: de inrichtingsprincipes die gelden voor de GDI;

  • g.

    interoperabiliteit: het vermogen van organisaties (en hun processen en systemen) om effectief en efficiënt informatie te delen met hun omgeving;

  • h.

    de GDI-meerjarenvisie: schetst de beoogde (door)ontwikkeling van de GDI gelet op relevante beleidsmatige, technologische (internationale) ontwikkelingen en wet- en regelgeving op de middellange termijn;

  • i.

    het GDI-programmeringsplan: een totaaloverzicht van beheer en exploitatie, projecten en programma’s met bijbehorende begroting van de GDI voor het komende jaar (t+1);

  • j.

    de opdrachtgever: degene die opdracht geeft tot het leveren van producten of diensten en daarvoor een bijdrage toekent en betaalt;

  • k.

    de opdrachtnemer: degene die GDI-onderdelen in beheer of in ontwikkeling heeft;

  • l.

    de afnemer: degene die afspraken, standaarden en voorzieningen van de GDI gebruikt of inzet voor de interactie met burgers en bedrijven of voor interactie met andere afnemers;

  • m.

    het bestuurlijk overleg: een overleg tussen de eindverantwoordelijke bestuurders van het Rijk en medeoverheden.

Artikel

2

Indien dit naar het oordeel van de staatssecretaris of één van de andere bestuurlijke partijen wenselijk is, wordt een bestuurlijk overleg bijeengeroepen.

Artikel

3

Er is een hoog ambtelijk Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (hierna: OBDO).

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het OBDO komt ten minste viermaal per jaar bijeen.

Artikel

7

Er is een Programmeringsraad Generieke Digitale Infrastructuur (hierna: PGDI).

Artikel

8

De PGDI heeft tot taak:

  • a.

    het OBDO te adviseren over de gewenste en noodzakelijke meerjarige (door-)ontwikkeling op de GDI;

  • b.

    het opstellen van het GDI-programmeringsplan met daarin het totaaloverzicht van beheer en exploitatie, projecten en programma’s met bijbehorende begroting van de GDI voor het volgende jaar (t+1);

  • c.

    het bijeenbrengen van de ontwikkelingen en behoeften op de verschillende GDI-domeinen;

  • d.

    het richten en prioriteren van de benodigde inzet op de GDI gelet op de (technische) samenhang en de onderlinge afhankelijkheden;

  • e.

    de opdrachtgever te adviseren over opdrachten in het kader van de GDI;

  • f.

    zo nodig adequate vooroverleggen in te richten.

Artikel

9

Artikel

10

De PGDI komt ten minste viermaal per jaar bijeen.

Artikel

11

Er wordt een architectuurraad ingesteld.

Artikel

12

De architectuurraad heeft tot taak:

  • a.

    zorg te dragen voor de totstandkoming van een samenhangende, toekomstvaste GDI die wendbaar, bruikbaar en efficiënt is door toepassing van moderne architectuurinzichten;

  • b.

    het (doen) opstellen van de GDI-architectuur;

  • c.

    voorstellen te doen voor de transitie vanuit architectuurperspectief;

  • d.

    te adviseren over inrichtingskeuzes van de GDI en de daartoe behorende bouwstenen;

  • e.

    kaders voor te stellen voor onderhoud, ontwikkeling en beheer van de GDI;

  • f.

    architectuurproducten van projecten die bouwstenen van de GDI ontwikkelen te toetsen, om te kunnen beoordelen of aan de GDI-kaders wordt voldaan;

  • g.

    te monitoren of de afspraken in het kader van de GDI-architectuur in de praktijk bij afnemers gerealiseerd worden;

  • h.

    adequate overleggen in te richten.

Artikel

13

Artikel

14

Er wordt op elk van de vier GDI-domeinen – toegang, interactie, gegevensuitwisseling en infrastructuur – een programmeringstafel (hierna: PT) ingesteld.

Artikel

15

De PT heeft tot taak:

  • a.

    de PGDI te adviseren over richten en prioriteren van functionaliteit op het specifieke GDI domein en toe te zien op de uitvoering daarvan;

  • b.

    het leveren van inbreng voor de GDI-meerjarenvisie en het GDI-programmeringsplan;

  • c.

    het vertalen van nationale en Europese ontwikkelingen naar consequenties voor de specifieke functionaliteit en de daaronder vallende afspraken, standaarden en voorzieningen;

  • d.

    het ophalen van functionele wensen van afnemers, ook met oog op de aansluiting van organisatiespecifieke voorzieningen op de GDI;

  • e.

    het betrekken van externe kennis en zorgen voor inbreng van private partijen;

  • f.

    het signaleren en bespreken van eventuele knelpunten en dilemma’s en zorgdragen voor escalatie naar de Programmeringsraad GDI waar nodig.

Artikel

16

Artikel

17

Dit besluit wordt binnen 2 jaar na inwerkingtreding geëvalueerd waarbij ook op de werking van de nieuwe structuur wordt ingegaan. Vervolgens vindt evaluatie plaats wanneer daar aanleiding voor is.

Artikel

18

Wijziging van dit besluit geschiedt door de staatssecretaris na advies of op initiatief van het OBDO, de PGDI, de architectuurraad en de programmeringstafels.

Artikel

20

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Sturing Digitale Overheid 2022.

Artikel

21

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Koninkrijksrelaties A.C. van Huffelen