Regeling van de Minister van Financiën van 11 juli 2022, houdende regels voor periodiek evaluatieonderzoek 2022 (Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022)

Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begrippen

§

2

Strategische Evaluatie Agenda

Artikel

2

Strategische Evaluatie Agenda

De begroting van een departement bevat een SEA die voldoet aan de volgende eisen:

  • a)

    de SEA is ingedeeld op basis van (beleids)thema’s. Alle artikelen (als wel de middelen die onder deze artikelen vallen) op de begroting staan op de SEA, middels een koppeling aan (beleids)thema’s. Alle belangrijke (beleids)thema’s zijn vertegenwoordigd in termen van budgettaire en maatschappelijke relevantie;

  • b)

    de SEA heeft een looptijd van vier jaar. De aan de start van de looptijd vastgelegde thema’s en bijbehorende artikelen kunnen elke twee jaar met instemming van het Ministerie van Financiën worden gewijzigd;

  • c)

    de agendering van een (beleids)thema op de SEA heeft een minimale looptijd van vier tot maximaal zeven jaar en kan hiermee een SEA overstijgen;

  • d)

    de SEA bevat per (beleids)thema een uitwerking door een overzicht te geven van het geplande evaluatieonderzoek en een toelichting op deze planning. De invulling van de (beleids)thema’s op de SEA kan jaarlijks worden aangepast;

  • e)

    de SEA bevat een agendering van passend ex ante, ex durante en ex post evaluatieonderzoek om inzicht te genereren in (voorwaarden voor) de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid en inzicht in mogelijkheden om (de kans op) de doeltreffendheid en doelmatigheid hiervan te vergroten;

  • f)

    de SEA bevat een toelichting per (beleids)thema met een korte samenvatting van de bij aanvang van de looptijd vastgestelde stand van kennis en inzichtbehoefte. Onderbouwd wordt hoe de evaluatieplanning hierop ingrijpt;

  • g)

    aan het einde van de looptijd van de agendering van een (beleids)thema op de SEA geldt een rapportageverplichting in de vorm van een periodieke rapportage, die voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 4. De periodieke rapportage wordt opgenomen op de evaluatieplanning van de SEA;

  • h)

    na afronding van de periodieke rapportage wordt, indien het thema niet eindigt, een nieuwe evaluatie-agenda vastgesteld voor het (beleids)thema op de SEA. De looptijd van de agendering van het (beleids)thema, in beginsel tussen de vier tot zeven jaar, wordt daarbij gemotiveerd.

§

3

Kwaliteitseisen evaluatieonderzoek

Artikel

3

Kwaliteitseisen evaluatieonderzoek

Evaluatieonderzoek voldoet aan de volgende kwaliteitseisen:

  • a)

    het is passend bij de fase en context waarin het beleid zich bevindt en sluit aan op de kenmerken en de inzichtbehoefte van het beleid dat wordt onderzocht;

  • b)

    het maakt duidelijk welk beleid wordt onderzocht over welke periode, wat de doelen en de beleidstheorie zijn en welke financiële gevolgen het beleid heeft voor de rijksbegroting;

  • c)

    het maakt duidelijk welke evaluatievragen centraal staan om inzicht te geven in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid. Departementen worden aangemoedigd om bij het evalueren rekening te houden met publieke waarde(n) in den brede;

  • d)

    de in het evaluatieonderzoek gebruikte methoden sluiten aan op de evaluatievragen;

  • e)

    de conclusies en aanbevelingen worden onderbouwd door onderliggende bevindingen;

  • f)

    het evaluatieonderzoek verantwoordt de gebruikte evaluatiemethoden, als wel de validiteit en betrouwbaarheid van de gegenereerde resultaten;

  • g)

    waar relevant geeft het inzicht in de mogelijkheden en plannen voor nader onderzoek naar de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid;

  • h)

    het rapport beschrijft de wijze waarop de onafhankelijkheid van het evaluatieonderzoek is gewaarborgd.

§

4

Periodieke rapportage over doeltreffendheid en doelmatigheid

Artikel

4

Periodieke rapportage per (beleids)thema

§

5

Evaluatieparagraaf

Artikel

5

Evaluatieparagraaf

Voorstellen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal die leiden tot een substantiële beleidswijziging (met financiële gevolgen van ten minste € 20 miljoen in enig jaar) bevatten een evaluatieparagraaf.

§

6

Evaluatie van subsidieregelingen en fiscale regelingen

Artikel

6

Evaluatie van subsidieregelingen

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht geldt voor de evaluatie van subsidieregelingen die op een wettelijk voorschrift berusten aanvullend het volgende:

  • a)

    voor subsidieregelingen met een budget kleiner dan € 500.000 gelden geen aanvullende eisen;

  • b)

    voor subsidieregelingen met een budget tussen de € 500.000 en € 10 miljoen zijn aanvullend de eisen, bedoeld in artikel 3, van toepassing;

  • c)

    voor subsidieregelingen met een budget groter dan € 10 miljoen zijn aanvullend de eisen, bedoeld in artikel 3, van toepassing, en wordt bij de evaluatie een onafhankelijke deskundige betrokken;

  • d)

    voor subsidieregelingen met een budget groter dan € 500.000 wordt aanvullend inzicht gegeven in de doelmatigheid van de subsidie en de daarmee samenhangende uitgaven;

  • e)

    evaluaties van subsidieregelingen kunnen worden opgenomen op de SEA bedoeld in artikel 2. De bevindingen van subsidie-evaluaties kunnen worden meegenomen in periodieke rapportages.

Artikel

7

Evaluatie van fiscale regelingen

§

7

Evaluatie van wetgeving

Artikel

8

Evaluatie van wetgeving

Evaluaties van wetgeving worden, onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, opgenomen op de SEA, bedoeld in artikel 2. De bevindingen van wetsevaluaties worden meegenomen in periodieke rapportages.

§

8

Evaluatie van zelfstandige bestuursorganen

§

9

Evaluatie van agentschappen

Artikel

10

Evaluatie van agentschappen

Doorlichtingen van de agentschappen, bedoeld in artikel 7 van de Regeling agentschappen, worden opgenomen op de SEA, bedoeld in artikel 2. De bevindingen van evaluaties van agentschappen kunnen worden meegenomen in periodieke rapportages.

§

11

Slotbepalingen

Artikel

11

Overgangsbepaling

Artikel

12

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

13

Evaluatiebepaling

De Minister van Financiën zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze regeling aan de Staten-Generaal een verslag over de werking van deze regeling in de praktijk.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag