24b en 406 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Met een concern wordt gelijkgesteld twee of meer rechtspersonen die gelieerd zijn aan elkaar door eenzelfde in de statuten vermeld doel en door een nauw verweven financiële afhankelijkheid ten opzichte van elkaar.
gehonoreerde productieafspraak:
de productieafspraak (i) verminderd met de door de NZa verwerkte financiële korting(en) die per zorgaanbieder is/zijn doorgevoerd als gevolg van overschrijding van reguliere en/of geoormerkte contracteerruimte en (ii) aangepast in verband met de verdere toetsing van de productieafspraak aan de beleidsregels en regelingen van de NZa.
nacalculatieformulier:
het formulier waarin de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder de totaal financieel gerealiseerde productie en de totaal financiële realisatie overige onderdelen kunnen invullen.
nacalculatie-opgave:
de opgave tot nacalculatie die door de zorgaanbieder en/of het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder bij de NZa wordt ingediend. Voor deze opgave maken de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder gebruik van het nacalculatieformulier.
onderlinge dienstverlening:
de levering van een (deel)prestatie of van een geheel van prestaties op het gebied van de zorg als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel door een zorgaanbieder in opdracht van een andere zorgaanbieder.
De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als ‘uitvoerende zorgaanbieder’. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als ‘opdrachtgevende zorgaanbieder’.
onderproductie:
er is sprake van onderproductie als de totaal financieel gerealiseerde productie, na correcties als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel a hierna en na correcties van de NZa, kleiner is dan de gehonoreerde productieafspraak.
overproductie:
er is sprake van overproductie als de totaal financieel gerealiseerde productie, na correcties als bedoeld in artikel 5 derde lid, onderdeel a hierna en na correcties van de NZa, groter is dan de gehonoreerde productieafspraak.
productieafspraak/productieafspraken:
het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven ten laste van de contracteerruimte die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde of herschikkingsronde.
totaal financieel gerealiseerde productie:
de financiële waarde van de productie1Productie in onderaanneming moet in de nacalculatie-opgave 2023 bij de hoofdaannemer (gecontracteerde zorgaanbieder) verantwoord worden. zoals deze feitelijk is geleverd en gedeclareerd2In de Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz is beschreven aan welke voorschriften een Wlz-declaratie moet voldoen. door de zorgaanbieder.
tweezijdige indiening van een nacalculatie-opgave:
van tweezijdige indiening van een nacalculatie-opgave is sprake als:
–
zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder gezamenlijk eensluidend indienen; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming;
–
zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder ieder afzonderlijk indienen en de indieningen eensluidend zijn; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming.
Een anders dan tweezijdig ingediende nacalculatie-opgave beschouwt de NZa als eenzijdig.
Het doel van deze beleidsregel is het vastleggen/vaststellen van de voorwaarden voor:
a)
het bepalen van de aanvaardbare kosten 2023;
b)
de beoordeling en afhandeling van de nacalculatie-opgave 2023;
c)
de wijze waarop de NZa jaarlijks de Wlz-beleidsregelwaarden indexeert;
d)
de wijze waarop de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om de tarifering van onderlinge dienstverlening tussen zorgaanbieders te reguleren.
Artikel
3
Reikwijdte
Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders.
Artikel
4
Aanvaardbare kosten 2023
De aanvaardbare kosten voor het jaar 2023 worden berekend door de toepassing van de beleidsregels als genoemd in artikel 4, eerste lid
1
Geldende beleidsregels 2023
De aanvaardbare kosten 2023 volgen uit de toepassing van de onderstaande beleidsregels.
Bij de vaststelling van de tarieven in jaar t is het uitgangspunt dat het totaal aan opbrengsten (dat ontstaat uit het in rekening brengen van deze tarieven) dekking geeft voor en aansluit bij de aanvaardbare kosten van jaar t.
Als het totaal aan opbrengsten verschilt van de aanvaardbare kosten, wordt dit verschil verwerkt:
–
in het sluittarief van jaar t als de opbrengsten lager zijn dan de aanvaardbare kosten;
–
in het vereffeningbedrag van jaar t als de opbrengsten hoger zijn dan de aanvaardbare kosten.
3
Voorschriften
a.
Het verschil tussen de werkelijke kosten en de aanvaardbare kosten van Wlz-zorg moet worden toegevoegd of onttrokken aan de bestemmingsreserve 'reserve aanvaardbare kosten'.
De bestemmingsreserve ‘reserve aanvaardbare kosten’ kan daarnaast door de zorgaanbieder worden aangewend voor de exploitatie van Zvw-, Wmo- en/of Jeugdwet-zorg.
b.
Met betrekking tot de kostencomponenten die ten grondslag liggen aan de aanvaardbare kosten, geldt dat bij de boeking van kosten, opbrengsten en doorberekende kosten een bestendige gedragslijn gevolgd moet worden.
De nacalculatie-opgave 2023 bevat de totaal financieel gerealiseerde productie over 2023 en de totaal financiële realisatie overige onderdelen over 2023. De nacalculatie-opgave 2023 wordt aangeleverd via het nacalculatieformulier 2023 dat door de NZa in het aanvragenportaal ter beschikking wordt gesteld.
De zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder moeten de volgende onderdelen naar de NZa sturen:
a)
Een ingevulde nacalculatie-opgave 2023;
b)
Bij een tweezijdig ingediende nacalculatie-opgave 2023 moeten twee ondertekeningsdocumenten worden gevoegd. Het ene ondertekeningsdocument moet voorzien zijn van een handtekening van een persoon die bevoegd is te tekenen namens de zorgaanbieder. Dit ondertekeningsdocument moet ook worden gewaarmerkt door de accountant. Het andere ondertekeningsdocument moet voorzien zijn van een handtekening van een persoon die bevoegd is te tekenen namens het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder.
Als de opgave eenzijdig bij de NZa wordt ingediend, dan moet het ondertekeningsdocument voorzien zijn van een handtekening van een persoon die bevoegd is te tekenen.
Bij enkele onderdelen van de nacalculatie-opgave is eenzijdige indiening niet mogelijk. Voor de volgende onderdelen geldt dat de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder verplicht zijn de nacalculatie-opgave op die onderdelen tweezijdig in te dienen:
•
de prestaties/tarieven extreme kosten van zorggebonden materiaal, extreme kosten van geneesmiddelen, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing eenpersoonswoning, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing meerpersoonswoning, een en ander zoals geregeld in de Beleidsregel overige kosten Wlz 2023;
•
de prestatie/tarief vergoeding kosten BRMO-uitbraak zoals geregeld in de Beleidsregel BRMO-uitbraak;
c)
de door de accountant ondertekende controleverklaring3In artikel 5, zesde en zevende lid van deze beleidsregel wordt bepaald in welk geval geen controleverklaring bij de nacalculatie-opgave meegestuurd dient te worden. bij de nacalculatie-opgave 2023;
d)
indien van toepassing: een door de accountant gewaarmerkte toelichting bij de Vragenlijst controleprotocol;
e)
indien van toepassing: een toelichting bij de Vragen en overige opmerkingen.
De gehele nacalculatie-opgave 2023 moet worden gewaarmerkt door de accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het BW (met uitzondering van de Vragen en overige opmerkingen en de eventuele toelichting behorende bij deze Vragen en overige opmerkingen).
De zorgaanbieder moet een gewaarmerkte versie van de nacalculatie-opgave 2023 beschikbaar hebben. De zorgaanbieder hoeft deze uitsluitend op verzoek aan de NZa te sturen. Uitzondering hierop is het door de accountant gewaarmerkte en door de zorgaanbieder ondertekende ondertekeningsdocument. De gewaarmerkte versie van het ondertekeningsdocument moet altijd naar de NZa worden gestuurd.
Het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder controleert de door de zorgaanbieder ingevulde nacalculatie-opgave 2023. Met de ondertekening van het ondertekeningsdocument bevestigt het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder dat de volgende bedragen in de opgave juist zijn:
–
de totaal financieel gerealiseerde productie over 2023 verminderd met eventuele correcties van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder (artikel 5, derde lid, onderdeel a hierna);
–
het totaal van de overige onderdelen 2023 verminderd met eventuele correcties van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder.
Uitgangspunt is dat de NZa de meest recente tijdig ingediende nacalculatie-opgave 2023 van de zorgaanbieder en/of het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder beoordeelt en verwerkt.
Verder geldt nog het volgende voor de eerder in dit artikel achter b) genoemde prestaties/tarieven extreme kosten van zorggebonden materiaal, extreme kosten van geneesmiddelen, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing eenpersoonswoning, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing meerpersoonswoning en de vergoeding kosten BRMO-uitbraak.
Voor de andere in dit artikel achter b) genoemde prestaties/tarieven wordt voor de redenen van de tweezijdige indiening verwezen naar de desbetreffende beleidsregels:
•
de prestaties/tarieven extreme kosten van zorggebonden materiaal, extreme kosten van geneesmiddelen, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing eenpersoonswoning, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing meerpersoonswoning: artikel 6 van de Beleidsregel overige kosten Wlz 2023;
•
de prestatie/tarief vergoeding kosten BRMO-uitbraak: artikel 5, tweede lid van de Beleidsregel BRMO-uitbraak.
Waar de NZa tweezijdige indiening tot uitgangspunt neemt, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder niet volstaan met eenzijdige indiening.
Indien een eenzijdige nacalculatie-opgave wordt ingediend, vergewist de NZa zich van de grondslag van de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder om de nacalculatie-opgave mede te ondertekenen. Een eenzijdige nacalculatie-opgave wijst de NZa af tenzij de NZa de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder kennelijk onredelijk acht.
2
Vaststelling aanvaardbare kosten 2023
Op basis van de ontvangen nacalculatie-opgave 2023 stelt de NZa de aanvaardbare kosten 2023 ambtshalve vast. De NZa stelt ook ambtshalve de verrekening van het verschil vast tussen de aanvaardbare kosten en de opbrengsten (sluittarief/vereffeningbedrag). Zie daarover verder artikel 4 van deze beleidsregel.
Dit wordt verwerkt in een beschikking. Na de wettelijke bezwaartermijn van zes weken wordt dit een onherroepelijk besluit. Wijziging van de aanvaardbare kosten over 2023 is na definitieve verwerking van de nacalculatie-opgave niet meer mogelijk.
3
Nacalculatie op totaal financieel gerealiseerde productie over 2023
Nacalculatie op totaal financieel gerealiseerde productie over 2023
In aanvulling op bovenstaande algemene nacalculatiebepalingen zal de NZa de nacalculatie op de totaal financieel gerealiseerde productie afhandelen met inachtneming van de bepalingen in artikel 5, derde lid, onderdelen a tot en met c:
a)
Verlaging van de totaal financieel gerealiseerde productie met een correctiebedrag is in ieder geval aanvaardbaar voor zover bij de nacalculatie-opgave zowel zorgaanbieder als zorgkantoor/Wlz-uitvoerder een ondertekeningsdocument heeft bijgevoegd, waaruit blijkt dat hierover overeenstemming is tussen de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder.
b)
Op de gehonoreerde productieafspraak over 2023, zoals die door de NZa is vastgesteld na verwerking van de budgetronde of de herschikkingsronde over 2023, wordt volledig nagecalculeerd op basis van de totaal financieel gerealiseerde productie na correcties als bedoeld in artikel 5 derde lid, onderdeel a hiervoor en na correcties van de NZa, tenzij een expliciete uitzondering op een bepaalde prestatie/budgetcomponent in de geldende beleidsregels is opgenomen.
c)
Bij de nacalculatie op de totaal financieel gerealiseerde productie is het totaalbedrag van de gehonoreerde productieafspraak de bovengrens. Dit betekent dat overproductie niet wordt gehonoreerd (zie voor de uitzonderingen artikel 5, vierde lid).
4
Verrekening van overproductie met onderproductie
Verrekening van de overproductie met de onderproductie
De aanvaardbare kosten 2023 worden (deels) met de overproductie verhoogd indien voldaan wordt aan onderstaande bepalingen:
a)
in afwijking van artikel 5, derde lid, onderdeel c, kan de overproductie gehonoreerd worden, voor zover deze verrekend kan worden met de onderproductie.
b)
tussen de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de zorgkantoren/de Wlz-uitvoerder(s) bestaat overeenstemming voor de vergoeding van overproductie over het geheel of een deel van de overproductie. Zowel zorgaanbieder als zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben een ondertekeningsdocument bij de nacalculatie-opgave bijgevoegd waaruit blijkt dat hierover overeenstemming is tussen de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder. Het ene ondertekeningsdocument moet voorzien zijn van een handtekening van een persoon die bevoegd is te tekenen namens de zorgaanbieder. Het andere ondertekeningsdocument moet voorzien zijn van een handtekening van een persoon die bevoegd is te tekenen namens het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder. Wanneer de verrekening plaatsvindt tussen twee of meer zorgkantoorregio’s/regio’s van Wlz-uitvoerders zijn de ondertekeningsdocumenten van twee of meer zorgkantoren/Wlz-uitvoerders vereist. Indien blijkt dat de hiervoor bedoelde overeenstemming niet tot stand is gekomen doordat één of meer partijen het ondertekeningsdocument niet heeft ondertekend, vergewist de NZa zich van de grondslag van de weigering van de partij(en) om het ondertekeningsdocument te ondertekenen. De overproductie komt niet voor vergoeding in aanmerking, tenzij de NZa de weigering van de partij(en) om het ondertekeningsdocument te ondertekenen kennelijk onredelijk acht.
c)
de totale nacalculatie-opgave moet voor 1 juni 2024 bij de NZa worden ingediend. Indien de nacalculatie-opgave na 1 juni 2024 bij de NZa wordt ingediend, komt de overproductie niet voor vergoeding in aanmerking.
d)
de verrekening van de overproductie met de onderproductie moet in eerste instantie plaatsvinden binnen het concern, zowel binnen als buiten de eigen regio waarbinnen (delen van) het concern productieafspraken hebben gemaakt. Of bij één natuurlijk persoon als deze in meerdere regio’s van Wlz-uitvoerders productieafspraken heeft gemaakt. Voor zover binnen één concern of bij één natuurlijke persoon de overproductie niet kan worden verrekend, kan verrekening op reguliere wijze plaatsvinden op de in deze beleidsregel beschreven wijze.
e)
de overproductie kan worden verrekend met de landelijke resterende onderproductie. Indien noodzakelijk zal onbenut kader zorg in natura (zin) en onbenut kader persoonsgebonden budget (pgb) worden ingezet voor de vergoeding van de resterende landelijke overproductie.
Onbenut kader zin is het verschil tussen de beschikbare contracteerruimte zin 2023 en de gehonoreerde productieafspraken 2023 (beslag op de contracteerruimte zin) zoals deze bij de herschikking4Voor de gehonoreerde productieafspraken die in de budgetronde 2023 zijn afgesproken en die niet wijzigen in de herschikkingsronde 2023 geldt dat de gehonoreerde productieafspraken in de budgetronde 2023 gelijk zijn aan de gehonoreerde productieafspraken in de herschikkingsronde 2023. zijn overeengekomen. Bij het pgb-kader is sprake van onderbenutting als het totaal van de afgegeven vaststellingsbeschikkingen 2023 (peildatum 1 mei 2024) lager is dan het beschikbare kader pgb 2023. Ook de onbenutte geoormerkte middelen voor innovatie worden ingezet voor de vergoeding van overproductie.
f)
als na toepassing van onderdeel e blijkt dat (het totaal van alle bij de nacalculatie opgegeven) resterende landelijke overproductie niet volledig vergoed kan worden, wordt overproductie naar rato vergoed. Naar rato vergoeding van de overproductie betekent in dit verband:
resterende overproductie van een zorgaanbieder gedeeld door de resterende landelijke overproductie. Deze uitkomst moet vervolgens worden vermenigvuldigd met het op basis van onderdeel e berekende totaalbedrag dat beschikbaar is voor de vergoeding van overproductie.
5
Nacalculatie op overige onderdelen
De financiële waarde van de overige onderdelen die naast de financieel gerealiseerde productie over 2023 nacalculeerbaar is en de wijze waarop op dit onderdeel wordt nagecalculeerd, volgt uit de verschillende beleidsregels over dit onderdeel.
6
Uitzonderingspositie zelfstandige zorgverleners zonder personeel
Voor zelfstandige zorgverleners zonder personeel geldt dat zij samen met het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder voor 1 juni 2024 wel een nacalculatie-opgave 2023 bij de NZa moeten indienen, maar dat zij geen controleverklaring bij de nacalculatie-opgave hoeven te overleggen. De controle van de gerealiseerde productie 2023 vindt alleen plaats door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder. Bovendien hoeft de gehele nacalculatie-opgave 2023 en eventuele toelichting(en) behorende bij de nacalculatie-opgave 2023, niet te worden beoordeeld en gewaarmerkt door een accountant.
7
Zorgaanbieder met nul productie
Bij zorgaanbieders met een totaal financieel gerealiseerde productie van nul en waarbij de totaal financiële realisatie overige onderdelen ook nul bedraagt, geldt dat zij voor 1 juni 2024 een nacalculatie-opgave 2023 (nul opgave) bij de NZa moeten indienen. Deze zorgaanbieders hoeven geen controleverklaring bij de nacalculatie 2023 te overleggen.
Bovendien hoeft de gehele nacalculatie-opgave 2023 en eventuele toelichting behorende bij de nacalculatie-opgave 2023 niet te worden beoordeeld en gewaarmerkt door een accountant.
8
Nacalculatie in geval van faillissement zorgaanbieder
a.
Afwijking datum uiterste indiening
Indien de rechtbank het faillissement van een zorgaanbieder uitspreekt en een curator benoemt, kan de NZa op basis van een schriftelijk verzoek van een failliete zorgaanbieder of de namens de failliete zorgaanbieder handelende curator of het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder voor de uiterste indieningstermijn van de nacalculatie-opgave 2023 tweemaal uitstel verlenen.
b.
Beoordeling en afhandeling
De nacalculatie-opgave 2023 van een failliete zorgaanbieder wordt conform de reguliere procedure beoordeeld en afgehandeld. Indien de nacalculatie-opgave 2023 wordt ingediend zonder nadere onderbouwing en over deze opgave geen overeenstemming bestaat tussen (i) de failliete zorgaanbieder/curator en (ii) het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder, stelt de NZa de aanvaardbare kosten vast op de laagste opgave. Als er één eenzijdige nacalculatie-opgave wordt ingediend, stelt de NZa de aanvaardbare kosten op € 0,00 vast.
Artikel
6
Indexaties
1
Indexatie loonkosten
De aanpassing van de in de beleidsregelwaarden opgenomen loonkosten in jaar t is gebaseerd op het door de Minister van VWS aangegeven indexcijfer ‘Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (Ova)’.
Deze aanpassing bestaat uit:
–
een structurele doorwerking in jaar t van de uit het definitieve Ova-indexcijfer blijkende verschil tussen de voor- en eindcalculatie van jaar t-1;
–
een 100% voorcalculatie van het voorlopige Ova-indexcijfer voor het jaar t.
De voor- en eindcalculatie van het Ministerie van VWS worden door de NZa in de beleidsregelwaarden verwerkt als voorlopige respectievelijk definitieve index.
2
Indexatie materiële kosten
De aanpassing van de in de beleidsregelwaarden opgenomen materiële kosten in jaar t is gebaseerd op gegevens uit de tabel ‘Middelen en bestedingen’ van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) van het jaar t.
Deze aanpassing bestaat uit:
–
een structurele doorwerking in jaar t van het uit het CEP blijkende verschil tussen de voor- en eindcalculatie van het jaar t-15Zie rekenvoorbeeld in de toelichting.;
–
een 100% voorcalculatie van het voorlopige CEP-indexcijfer voor het jaar t.
De voorcalculatie van het Ministerie van VWS en de eindcalculatie van het CPB worden door de NZa in de beleidsregelwaarden verwerkt als voorlopige respectievelijk definitieve index.
3
Indexatie kapitaallasten
De in de beleidsregelwaarden opgenomen kapitaallasten worden aangepast op basis van de TNO-Gezondheidszorgindex van jaar t. Daarbij gaat de NZa uit van het gemiddelde van de maandindices van het voorgaande jaar, zoals die door TNO gepubliceerd worden.
Deze TNO-gezondheidszorgindex vult de NZa aan met een prognose voor de ontwikkeling in de bouwkosten voor het lopende jaar. De prognose is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan (CEP), dat uitgebracht wordt door het Centraal Plan Bureau (CBP). Hiermee komt de NZa tot het definitieve indexcijfer voor kapitaallasten.
Deze aanpassing bestaat uit:
–
een structurele doorwerking in jaar t van de uit de index kapitaallasten blijkende verschil tussen de voor- en eindcalculatie van het jaar t-16Zie rekenvoorbeeld in de toelichting.;
–
een 100% voorcalculatie van de voorlopige index kapitaallasten voor het jaar t.
Bij de indexatie van de loon- en materiële kosten van de beleidsregelwaarden van de prestaties in deze beleidsregels wordt uitgegaan van een gecombineerde index voor loonkosten en materiële kosten.
De loon- en materiële kosten van de beleidsregelwaarden van de prestaties bevatten de definitieve index van jaar t-1 en de voorlopige index van jaar t.
Indien de beleidsregelwaarde een nhc heeft, dan geldt het volgende:
De nhc wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
Indien de beleidsregelwaarde een nic heeft, dan geldt het volgende:
Voor de nic geldt de index voor materiële kosten. Deze component bevat de definitieve index van jaar t-1 en de voorlopige index van jaar t.
Bij de indexatie van de beleidsregelwaarden in deze beleidsregel wordt uitgegaan van het afzonderlijke indexcijfer voor materiële kosten. Er is hierbij dus geen sprake van een gecombineerde index.
De beleidsregelwaarden van deze prestaties zijn gebaseerd op de definitieve index van jaar t-1 voor materiële kosten.
Voor onderlinge dienstverlening geldt de prestatie ‘onderlinge dienstverlening’.
b.
Tarief
Voor onderlinge dienstverlening geldt een vrij tarief.
2
Werkwijze
Als sprake is van onderlinge dienstverlening brengt de uitvoerende zorgaanbieder de kosten in rekening bij de opdrachtgevende zorgaanbieder.
Artikel
8
Vervallen oude beleidsregel
De Beleidsregel bekostigingscyclus Wlz 2022, met kenmerk BR/REG-22115, die een geldigheidsduur heeft tot en met 31 december 2023, komt op laatstgenoemde datum van rechtswege te vervallen.
Artikel
9
Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel
Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel
De Beleidsregel bekostigingscyclus Wlz 2022, met kenmerk BR/REG-22115, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.
Inwerkingtreding / Bekendmaking
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2025.