Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 30 september 2022, nr. PO/FenV/34026576, houdende vaststelling van de bedragen voor de bepaling van de overgangsregeling herverdeeleffect bekostiging primair onderwijs (Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC)

Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Vaststelling bedragen voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in artikel 214, tweede lid, onderdelen d en h, WPO en voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in artikel 188, tweede lid, onderdeel d, WEC

Paragraaf

1

Basisscholen

Artikel

2

Gemiddelde leeftijd en bedragen

Artikel

3

Aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom van de in de tabel genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:

23, eerste lid, (zeer kleine scholen)

€ 108.939,69

€ 2.939,73

24, tweede lid, onderdeel a, (kleine scholen voet)

€ 87.015,82

€ 2.348,11

24, tweede lid, onderdeel b, (kleine scholen verminderingsbedrag)

€ 602,82

€ 16,27

Artikel

5

Aanvullende bekostiging schoolleiding

Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 97 leerlingen € 21.850,63 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 97 leerlingen € 40.216,26.

Artikel

6

Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid

Artikel

7

Vaststelling bedragen programma's van eisen voor basisscholen

De bedragen van de programma's van eisen voor de basisscholen, bedoeld in artikel 113, vierde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.

Paragraaf

2

Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel

8

Gemiddelde leeftijd en bedragen

Artikel

9

Ondersteuningsvoorzieningen

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in artikel 120, vierde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 is:

  • a.

    bedrag per leerling € 2.583,64;

  • b.

    verhogingsbedrag € 83,66.

Artikel

10

Aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO zoals dat luidde op 31 maart 2022, is:

  • a.

    basisbedrag € 1.603,77;

  • b.

    leeftijdsbedrag € 51,93.

Artikel

11

Aanvullende bekostiging voor de schoolleiding

Het bedrag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 99 leerlingen € 22.771,97 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 99 leerlingen € 42.236,94.

Artikel

12

Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid

Artikel

13

Vaststelling bedragen programma's van eisen voor speciale scholen voor basisonderwijs

De bedragen van de programma's van eisen voor de speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 113, vierde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.

Paragraaf

3

Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel

14

Gemiddelde leeftijd en basisbedragen

Artikel

15

Bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, vierde lid, WEC, artikel 132, vierde lid, WPO en artikel 84, derde lid, WVO, zoals die luidden op 31 maart 2022, is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype en leeftijd van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

per leerling SO jonger dan 8

€ 12.025,12

€ 17.507,33

€ 26.798,20

per leerling SO 8 jaar en ouder

€ 11.005,37

€ 19.000,11

€ 28.290,98

per leerling VSO

€ 12.291,88

€ 21.582,37

€ 26.741,99

Artikel

16

Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022:

  • a.

    basisbedrag: € 1.157,89;

  • b.

    leeftijdsbedrag: € 52,45.

Artikel

17

Aanvullende bekostiging voor de schoolleiding

Het bedrag, bedoeld in artikel 35, van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel.

1 tot en met 49

€ 25.048,67

€ 25.048,67

€ 46.761,34

€ 46.761,34

50 of meer

€ 46.761,34

€ 68.474,01

€ 46.761,34

€ 68.474,01

Artikel

18

Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 124 WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘A+B’, waarin:

A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.358,10;

B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 180,21.

Artikel

19

Vaststelling bedragen van de materiele instandhouding voor het (voortgezet) speciaal onderwijs

De bedragen van de materiële instandhouding voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, bedoeld in de artikelen 111, vierde lid, 114 en 128, zesde lid, van de WEC zoals die luidden op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 2.

Hoofdstuk

3

Vaststelling bedragen voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in artikel 214, tweede lid, onderdeel e, WPO en voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in artikel 188, tweede lid, onderdeel e, WEC

Paragraaf

1

Basisscholen

Artikel

21

Extra bekostiging (zeer) kleine basisscholen

Het startbedrag, verminderingsbedrag en basisbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde bepalingen van het Besluit bekostiging WPO 2022, zijn de bedragen, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel en lid:

14, tweede lid, (kleine scholen startbedrag)

€ 231.429,01

14, tweede lid, (kleine scholen verminderingsbedrag)

€ 1.599,86

14, derde lid, (zeer kleine scholen basisbedrag)

€ 413.284,47

Paragraaf

2

Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel

24

Basisbekostiging, bedrag per school en bedrag per leerling

Paragraaf

3

Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel

28

Basisbekostiging, bedrag per school en bedrag per leerling

Artikel

29

Ondersteuningsbekostiging

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 119, eerste lid, WEC is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

per leerling SO

€ 12.166,90

€ 19.797,93

€ 29.546,15

per leerling VSO

€ 12.966,90

€ 22.632,33

€ 27.959,38

Artikel

31

Extra bekostiging schoolbad

Hoofdstuk

4

Vaststelling bedragen voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in artikel 214, tweede lid, onderdeel f, WPO en voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in artikel 188, tweede lid, onderdeel f, WEC

Paragraaf

1

Basisscholen

Paragraaf

2

Speciale scholen voor basisonderwijs

Paragraaf

3

Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel

41

Bedrag per school en bedrag per leerling

Artikel

42

Ondersteuningsbekostiging

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 119, eerste lid, WEC is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

per leerling SO

€ 12.321,36

€ 20.049,26

€ 29.921,24

per leerling VSO

€ 13.131,51

€ 22.919,65

€ 28.314,32

Artikel

44

Extra bekostiging schoolbad

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

46

Inwerkingtreding

Artikel

47

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma

Bijlage

1

behorende bij de artikelen 7 en 13 van de Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC

Bedragen programma's van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs voor het jaar 2022

Totale MI-vergoeding

De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule:

Y = Ya + Yb + Yc + Yd

waarbij;

Y = rijksvergoeding per school per jaar

Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma's van eisen

Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma's van eisen

Yc = vergoeding aanvullende programma's van eisen

Yd = extra bekostiging

Voor elk van de symbolen Ya tot en met Yd geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2).

Hieronder volgt de uitwerking naar de verschillende programma's van eisen.

A

Groepsafhankelijke programma's van eisen

Ya = bedrag per school afhankelijk van het aantal te huisvesten groepen leerlingen als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO

€ 27.386

€ 35.454

€ 45.875

€ 54.951

€ 61.001

voor elke groep meer: € 7.059

Bij meer dan 13 groepen wordt het bedrag eenmalig verhoogd met € 2.689

B

Leerlingafhankelijke programma's van eisen

Vergoedingsformule:

Yb = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal leerlingen

Vergoedingsbedragen:

Vast bedrag per school = € 14.776,63

Bedrag per leerling = € 357,77

C

Aanvullende programma’s van eisen

Nederlands onderwijs aan anderstaligen (NOAT)

Vergoedingsformule:

Yc = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal NOAT-leerlingen

Vergoedingsbedragen:

Vast bedrag per school = € 122,43

Bedrag per leerling = € 21,93

Bijlage

2

behorende bij artikel 19 van de Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC

Bedragen materiële instandhouding voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs

1

De basisbekostiging

I

Bedragen per leerling cluster 3 en 4

De bedragen, bedoeld in artikel 111, vierde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, staan in onderstaande tabel.

per leerling SO <8

€ 733,64

per leerling SO >=8

€ 645,17

per leerling VSO

€ 1.327,13

II

Vaste voeten cluster 3 en 4

De bedragen per school en per schooltype als bedoeld in artikel 111, vierde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, staan in onderstaande tabel

Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)

€ 29.764,96

€ 22.487,35

€ 22.391,00

1e Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap (LZ/S)

€ 22.881,30

€ 9.511,77

€ 14.837,07

2e Langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap (LZ/P)

€ 20.820,31

€ 8.988,16

€ 15.860,12

Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)

€ 22.142,73

€ 11.447,59

€ 14.364,69

Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)

€ 20.820,31

€ 8.988,16

€ 15.860,12

Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut (PI)

€ 20.820,31

€ 8.988,16

€ 15.860,12

Meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie LG en ZMLK

€ 27.057,04

€ 7.949,06

€ 10.936,26

Bij LG-scholen en ZMLK-scholen met een reguliere SO MG-afdeling wordt het SO schooltype bedrag verhoogd met € 4.373,32

III

Brancardliften

Dit betreft een aanvullende vergoeding voor brancardliften waarin vergoedingscomponenten zijn opgenomen voor installatieonderhoud en elektriciteitsverbruik. De vergoeding per brancardlift is € 6.913,35.

IV

Schoolbaden

Dit betreft een aanvullende vergoeding voor ruimten voor watergewenning of bewegingstherapie (hydrotherapie) in gebruik bij en door scholen. De genormeerde vergoeding is afhankelijk van het soort bad en het bedrag per m3 waterinhoud.

Hydrotherapiebad

€ 10.736,96

€ 312,58

Watergewenningsbad

€ 23.215,38

€ 181,68

Toeslag beweegbare bodem

€ 1.125,98

€ 85,14

2

Aanvullende materiële bekostiging voor zware ondersteuning cluster 3 en 4

De bedragen voor zware ondersteuning bedoeld in artikel 128, zesde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, staan in onderstaande tabel.

categorie 1 (L)

€ 815,11

€ 905,74

€ 675,02

categorie 2 (M)

€ 1.333,01

€ 1.422,05

€ 1.049,96

categorie 3 (H)

€ 1.745,31

€ 1.738,27

€ 1.217,39