Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 30 september 2022, nr. PO/FenV/34026576, houdende vaststelling van de bedragen voor de bepaling van de overgangsregeling herverdeeleffect bekostiging primair onderwijs (Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC)
Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC
instelling: instelling als bedoeld in artikel 1 WEC;
school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 WEC, niet zijnde een instelling;
speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 WPO;
vestiging: hoofd- of nevenvestiging van een basisschool;
De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor basisscholen:
a.
formatiebasisbedrag: € 40.457,42;
b.
formatieleeftijdsbedrag: € 1.091,74.
3
Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 bedraagt voor:
a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar
€ 2.407,22
€ 64,96
b. leerlingen vanaf 8 jaar
€ 1.674,94
€ 45,20
4
In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop het bevoegd gezag, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maakt vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel
3
Aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen
Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom van de in de tabel genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:
Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 97 leerlingen € 21.850,63 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 97 leerlingen € 40.216,26.
Artikel
6
Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid
1
De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een basisbedrag en een bedrag per leerling:
a.
basisbedrag = € 22.386,23;
b.
bedrag per leerling = € 1.056,59.
2
De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 51.610,18 minus (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 355,97).
3
De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 7.233.
4
Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel
7
Vaststelling bedragen programma's van eisen voor basisscholen
De bedragen van de programma's van eisen voor de basisscholen, bedoeld in artikel 113, vierde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.
Paragraaf
2
Speciale scholen voor basisonderwijs
Artikel
8
Gemiddelde leeftijd en bedragen
1
De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor speciale scholen voor basisonderwijs:
a.
formatiebasisbedrag: € 39.994,35;
b.
formatieleeftijdsbedrag: € 1.295,00.
3
Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 is:
a.
bedrag per leerling: € 1.807,74;
b.
verhogingsbedrag € 58,53.
4
In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel
9
Ondersteuningsvoorzieningen
Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in artikel 120, vierde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 is:
Het bedrag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 99 leerlingen € 22.771,97 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 99 leerlingen € 42.236,94.
Artikel
12
Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid
1
De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘basisbedrag + A + B’, waarin:
basisbedrag = € 16.998,47;
A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.532,12;
B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 238,18.
2
Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel
13
Vaststelling bedragen programma's van eisen voor speciale scholen voor basisonderwijs
De bedragen van de programma's van eisen voor de speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 113, vierde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.
Paragraaf
3
Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4
Artikel
14
Gemiddelde leeftijd en basisbedragen
1
De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a.
formatiebasisbedrag: € 30.074,95;
b.
formatieleeftijdsbedrag: € 1.362,35.
3
Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022 conform onderstaande tabel.
vast bedrag per school
€ 35.289,95
€ 1.598,58
per leerling SO jonger dan 8
€ 1.699,23
€ 76,97
per leerling SO 8 jaar en ouder
€ 1.181,95
€ 53,54
per leerling VSO
€ 2.300,73
€ 104,22
4
In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WEC gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel
15
Bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning
Het bedrag, bedoeld in artikel 35, van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel.
1 tot en met 49
€ 25.048,67
€ 25.048,67
€ 46.761,34
€ 46.761,34
50 of meer
€ 46.761,34
€ 68.474,01
€ 46.761,34
€ 68.474,01
Artikel
18
Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid
De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 124 WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘A+B’, waarin:
A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.358,10;
B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 180,21.
Artikel
19
Vaststelling bedragen van de materiele instandhouding voor het (voortgezet) speciaal onderwijs
Het startbedrag, verminderingsbedrag en basisbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde bepalingen van het Besluit bekostiging WPO 2022, zijn de bedragen, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel en lid:
a. een school voor speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen
€ 108.466,54
b. een school voor speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer
€ 127.960,10
c. een school voor voortgezet speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen
€ 111.941,29
d. een school voor voortgezet speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer
€ 131.434,85
Artikel
29
Ondersteuningsbekostiging
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 119, eerste lid, WEC is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.
a. een school voor speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen
€ 126.340,85
b. een school voor speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer
€ 146.081,88
c. een school voor voortgezet speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen
€ 129.859,71
d. een school voor voortgezet speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer
€ 149.600,74
Artikel
42
Ondersteuningsbekostiging
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 119, eerste lid, WEC is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028.
Artikel
47
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,A.D.Wiersma
Bijlage
1
behorende bij de artikelen 7 en 13 van de Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC
Bedragen programma's van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs voor het jaar 2022
Totale MI-vergoeding
De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule:
Y = Ya + Yb + Yc + Yd
waarbij;
Y = rijksvergoeding per school per jaar
Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma's van eisen
Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma's van eisen
Yc = vergoeding aanvullende programma's van eisen
Yd = extra bekostiging
Voor elk van de symbolen Ya tot en met Yd geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2).
Hieronder volgt de uitwerking naar de verschillende programma's van eisen.
Bij meer dan 13 groepen wordt het bedrag eenmalig verhoogd met € 2.689
B
Leerlingafhankelijke programma's van eisen
Vergoedingsformule:
Yb = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal leerlingen
Vergoedingsbedragen:
Vast bedrag per school = € 14.776,63
Bedrag per leerling = € 357,77
C
Aanvullende programma’s van eisen
Nederlands onderwijs aan anderstaligen (NOAT)
Vergoedingsformule:
Yc = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal NOAT-leerlingen
Vergoedingsbedragen:
Vast bedrag per school = € 122,43
Bedrag per leerling = € 21,93
Bijlage
2
behorende bij artikel 19 van de Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC
Bedragen materiële instandhouding voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs
1
De basisbekostiging
I
Bedragen per leerling cluster 3 en 4
De bedragen, bedoeld in artikel 111, vierde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, staan in onderstaande tabel.
per leerling SO <8
€ 733,64
per leerling SO >=8
€ 645,17
per leerling VSO
€ 1.327,13
II
Vaste voeten cluster 3 en 4
De bedragen per school en per schooltype als bedoeld in artikel 111, vierde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, staan in onderstaande tabel
Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)
€ 29.764,96
€ 22.487,35
€ 22.391,00
1e Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap (LZ/S)
€ 22.881,30
€ 9.511,77
€ 14.837,07
2e Langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap (LZ/P)
€ 20.820,31
€ 8.988,16
€ 15.860,12
Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)
€ 22.142,73
€ 11.447,59
€ 14.364,69
Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)
€ 20.820,31
€ 8.988,16
€ 15.860,12
Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut (PI)
€ 20.820,31
€ 8.988,16
€ 15.860,12
Meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie LG en ZMLK
€ 27.057,04
€ 7.949,06
€ 10.936,26
Bij LG-scholen en ZMLK-scholen met een reguliere SO MG-afdeling wordt het SO schooltype bedrag verhoogd met € 4.373,32
III
Brancardliften
Dit betreft een aanvullende vergoeding voor brancardliften waarin vergoedingscomponenten zijn opgenomen voor installatieonderhoud en elektriciteitsverbruik. De vergoeding per brancardlift is € 6.913,35.
IV
Schoolbaden
Dit betreft een aanvullende vergoeding voor ruimten voor watergewenning of bewegingstherapie (hydrotherapie) in gebruik bij en door scholen. De genormeerde vergoeding is afhankelijk van het soort bad en het bedrag per m3 waterinhoud.
Hydrotherapiebad
€ 10.736,96
€ 312,58
Watergewenningsbad
€ 23.215,38
€ 181,68
Toeslag beweegbare bodem
€ 1.125,98
€ 85,14
2
Aanvullende materiële bekostiging voor zware ondersteuning cluster 3 en 4
De bedragen voor zware ondersteuning bedoeld in artikel 128, zesde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, staan in onderstaande tabel.