1
De vergoeding van reiskosten, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen, bedraagt:
-
a.
bij een reis per auto per gereden kilometer vanaf de werkelijke woonplaats van een lid van het kiescollege tot aan ’s-Gravenhage het bedrag zoals vastgesteld voor binnenlandse dienstreizen in de CAO Rijk, voor een reis die niet praktisch met het openbaar vervoer te maken is;
-
b.
bij een reis per openbaar vervoer de werkelijk gemaakte kosten; en
-
c.
bij een reis per vliegtuig de werkelijk gemaakte kosten, indien de reistijd met het openbaar vervoer vanaf de werkelijke woonplaats van het lid van het kiescollege tot aan ’s-Gravenhage meer dan acht uur bedraagt.
2
In aanvulling op het eerste lid kan een lid van het kiescollege, indien het laatste deel van de reis naar de locatie waar hij logies heeft niet praktisch te maken is met het openbaar vervoer, de griffier van de gemeente ‘s-Gravenhage verzoeken om een vergoeding voor de reiskosten tot aan de locatie met een alternatief vervoersmiddel. Indien de griffier hiermee instemt, bedraagt de vergoeding de werkelijk gemaakte kosten.