Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 8 oktober 2022, nr. VO/34073685, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor het gericht werken aan een onderzoeks- en verbetercultuur in het funderend onderwijs (Subsidieregeling onderzoeks- en verbetercultuur funderend onderwijs 2023–2027)

Subsidieregeling onderzoeks- en verbetercultuur funderend onderwijs 2023–2027

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • onderzoeks- en verbetercultuur: cultuur die stimuleert dat alle betrokkenen, zowel intern als extern, zich richten op het definiëren en behalen van de gewenste kwaliteit door middel van een constructief-kritische houding en continu streven naar de daarvoor zo nodig vereiste kwaliteitsverbeteringen;

  • onderzoeksfase: schooljaren 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027;

  • O&O-scholen: onderzoek- en ontwikkelscholen in het programma Ontwikkelkracht;

  • organisatie: organisatie, niet zijnde school, onderwijsinstelling of gemeente, met aantoonbare ervaring op het gebied van het begeleiden van scholen om gericht te werken aan een onderzoeks- en verbetercultuur;

  • pilotjaar: schooljaar 2023/2024;

  • programma Ontwikkelkracht: programma dat is gericht op het versterken van de kennisinfrastructuur in het Nederlands onderwijs;

  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES of artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Hoofdstuk

2

Subsidie pilotjaar

Artikel

2.1

Te subsidiëren activiteiten en maximaal subsidiebedrag

Artikel

2.2

Subsidieplafond

Voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 2.1 is op grond van deze regeling in totaal een bedrag van € 505.000,– beschikbaar.

Artikel

2.3

Subsidieaanvraag pilotjaar

Artikel

2.4

Beoordeling subsidieaanvraag pilotjaar

Artikel

2.5

Verplichtingen subsidie pilotjaar

Aan de subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de subsidieontvanger werkt samen met andere uitvoerders binnen het programma Ontwikkelkracht, waaronder het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en Education Lab, en neemt zitting in het programmateam van het programma Ontwikkelkracht;

  • b.

    de subsidieontvanger verstrekt waar nodig informatie aan het programmabureau van het programma Ontwikkelkracht en werkt mee aan evaluaties en monitoring;

  • c.

    de subsidie wordt in het pilotjaar besteed;

  • d.

    de subsidieontvanger zendt aan de minister vóór 1 mei 2024 een voortgangsrapportage over het pilotjaar. Hiervoor dient de subsidieontvanger gebruik te maken van een format dat DUS-I ontwikkelt.

Artikel

2.6

Verlening en bevoorschotting

Artikel

2.7

Verantwoording

Hoofdstuk

3

Subsidie onderzoeksfase

Artikel

3.1

Te subsidiëren activiteiten en maximaal subsidiebedrag

Artikel

3.2

Subsidieplafond

Voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 3.1 is op grond van deze regeling in totaal een bedrag van € 9.600.000,– beschikbaar.

Artikel

3.3

Subsidieaanvraag onderzoeksfase

Artikel

3.4

Beoordeling subsidieaanvraag onderzoeksfase

De minister verdeelt het beschikbare bedrag na beoordeling van de subsidieaanvragen op basis van de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 2.5, sub d, een onafhankelijk onderzoek door een externe partij en de aanvraag, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid.

Artikel

3.5

Verplichtingen subsidie onderzoeksfase

Artikel

3.6

Verlening en bevoorschotting

Artikel

3.7

Verantwoording

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

4.1

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

4.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling onderzoeks- en verbetercultuur funderend onderwijs 2023–2027.

Deze regeling zal met de bijlage alsmede de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma

Bijlage

1

behorende bij artikel 2.4. beoordelingscriteria subsidieregeling onderzoeks- en verbetercultuur funderend onderwijs 2023–2027

Deel A – Omschrijving werkwijze (algemeen)

  • 1.

    De organisatie beschrijft waarom en hoe hun voorstel bijdraagt aan het doel van de subsidieregeling.

  • 2.

    De organisatie geeft haar visie op de wijze waarop het doel van activiteiten ook in de toekomst kan worden nagestreefd, en maakt aannemelijk hoe de aanvraag daar ook aan bijdraagt.

  • 3.

    De organisatie benoemt de looptijd van het project.

  • 4.

    De organisatie beschrijft de wijze waarop scholen worden geselecteerd.

  • 5.

    De organisatie benoemt het aantal en soort participanten op de school en onderbouwt wat de rol en betrokkenheid is van de participanten.

  • 6.

    De organisatie licht toe wat scholen moeten doen om deel te nemen aan het pilotjaar.

Deel B – Activiteitenplan

  • 1.

    Het activiteitenplan geeft inzicht in hoe de werkwijze eruit ziet en wat de intensiteit van de werkwijze.

  • 2.

    De activiteiten in het activiteitenplan zijn coherent met de in het programma Ontwikkelkracht benoemde activiteiten van de onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten.1https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/10/29/nationaal-groeifondsvoorstel-ontwikkelkracht-een-sterke-kennisinfrastructuur-voor-het-onderwijs. Zie pagina’s 30 – 41 en bijlage A.3.

  • 3.

    Het activiteitenplan maakt inzichtelijk en overtuigt hoe het effect gaat hebben op de kwaliteit van het onderwijs, de schoolcultuur en de leerlingresultaten. In het activiteitenplan staat ten minste overtuigend beschreven:

    • hoe de werkwijze bijdraagt aan een onderzoekende houding, samen leren en samenwerking binnen het onderwijsteam in de lespraktijk;

    • hoe de organisatie er voor zorgt dat het onderwijsteam binnen een deelnemende school tot het verbeteren van onderwijskwaliteit komt;

    • hoe het proces van voorbereiding, uitvoering, monitoring, bijstelling en borging van een onderbouwd en gedragen verbeterplan op een school eruitziet;

    • hoe scholen in staat worden gesteld de geleerde lessen te verduurzamen na deelname aan een traject;

    • dat sterke verbindingen worden gelegd met lerarenopleidingen en er effect zal zijn in de lerarenopleidingen.

  • 4.

    Het activiteitenplan geeft overtuigend weer hoe bij het toepassen van de werkwijze wetenschappelijke kennis en expertise worden benut en bijgedragen wordt aan meer evidence-informed werken in het onderwijs.

  • 5.

    Het activiteitenplan geeft overtuigend weer dat de gehanteerde werkwijze laagdrempelig toepasbaar is, aansluit bij de context van de scholen en weinig extra werkdruk voor scholen oplevert.

  • 6.

    Het activiteitenplan geeft overtuigend weer hoe de organisatie expertcoaches/begeleiding op passende wijze inzet voor de begeleiding van de schoolleiders en leraren.

  • 7.

    De organisatie kan bij de aanvraag aantonen dat zij ten minste drie jaar ervaring heeft met het uitvoeren van werkwijzen op scholen in het funderend onderwijs op het gebied van het gericht werken aan een onderzoeks- en verbetercultuur.

  • 8.

    De organisatie kan bij de aanvraag aantonen dat zij over bruikbaar materiaal op het gebied van onderzoeks- en verbetercultuurwerkwijzen in het onderwijs beschikt.

  • 9.

    De organisatie kan bij de aanvraag een sterk track record, zoals hoge waarderingscijfers, bewezen effectieve trajecten en hoog aangeschreven personeel, overhandigen.

  • 10.

    Het activiteitenplan overtuigt sterk van de opschaalbaarheid van het programma, conform de KPI’s van het programma Ontwikkelkracht.2https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/10/29/nationaal-groeifondsvoorstel-ontwikkelkracht-een-sterke-kennisinfrastructuur-voor-het-onderwijs.

Deel C – Begroting

  • 1.

    De begroting is sluitend op de te subsidiëren activiteiten uit het activiteitenplan.

  • 2.

    De begroting is doelmatig, waarbij het uitgangspunt is dat de middelen zoveel mogelijk ingezet worden ten bate van de docenten en schoolleiders en daarmee de leerlingen.

  • 3.

    De ingezette middelen staan in goede verhouding tot de verwachte opbrengsten en resultaten.

Deel D – Samenhang binnen het programma Ontwikkelkracht

  • 1.

    Het activiteitenplan geeft overtuigend weer dat er vanuit de onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten sterke verbindingen gelegd worden met de andere onderdelen van het programma Ontwikkelkracht, waaronder de O&O-scholen, de kennisdelingsactiviteiten en de co-creatielabs. Hierbij geeft het activiteitenplan overtuigend weer hoe er samengewerkt wordt met de andere organisatie die een werkwijze gaat uitvoeren.

  • 2.

    Het activiteitenplan geeft overtuigend weer hoe de organisatie reeds bestaande (regionale en landelijke) netwerken en bijeenkomsten benut en/of hoe de organisatie bijeenkomsten organiseert en netwerken van deelnemende schoolteams vormt, zodat die met elkaar kennis uit kunnen wisselen.

  • 3.

    De organisatie maakt aannemelijk dat flexibel ingespeeld zal worden op nieuwe ontwikkelingen om de impact van het programma Ontwikkelkracht te vergroten, zowel relevante ontwikkelingen binnen de onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten als ontwikkelingen binnen andere delen van het programma en de bredere kennisinfrastructuur.