Wet van 2 november 2022 tot wijziging van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de omzetting van Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409) (Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten)

Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409) om te zetten in bepalingen van nationaal recht en dat daartoe de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moeten worden gewijzigd;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 3.

Artikel

II

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6.

Artikel

III

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel

V

Wijzigt de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.

Artikel

IX

Deze wet treedt in werking met ingang van 25 juni 2023. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 24 juni 2023, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

X

Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius