Verplichte aanlevering minimale dataset (mds) medisch specialistische zorg, Nederlandse Zorgautoriteit

Regeling verplichte aanlevering minimale dataset (mds) medisch specialistische zorg

Ingevolge artikel 36 en 62 juncto artikel 63 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van de aanlevering minimale dataset specialistische zorg (mds).

Artikel

1

Reikwijdte

Artikel

2

Doel

De verplichte aanlevering van de minimale dataset heeft als doel de hiermee verkregen gegevens te gebruiken voor het onderhoud van prestatiebeschrijvingen en tarieven, de monitoring van marktontwikkelingen en voor de uitvoering van de overige wettelijke taken van de NZa.

Artikel

3

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    add-on: Een overig zorgproduct (ozp), dat uiteen valt in vier categorieën:

    • zorg op de intensive care (ic), uitgedrukt in zorgactiviteiten en behorend bij een dbc-zorgproduct (add-on ic)

    • een limitatief aantal geneesmiddelen en stollingsfactoren, elk gekoppeld aan een ZI-nummer (add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren);

    • een aantal specifieke prestaties met aanvullende voorwaarden (add-on overig);

    • een facultatieve prestatie voor medisch-specialistische zorg behorend bij een dbc-zorgproduct (add-on facultatieve prestatie).

  • b.

    diagnose behandeling combinatie (dbc): Een declarabele prestatie, die het resultaat is van (een deel van) het totale zorgtraject van de diagnose die de zorgaanbieder stelt tot en met de (eventuele) behandeling die hieruit volgt.

  • c.

    dbc informatiesysteem (DIS): Digitale databank die informatie ontvangt en beheert over dbc-zorgproducten en overige zorgproducten, waaronder de informatie die op grond van deze regeling moet worden aangeleverd.

  • d.

    dbc-zorgproduct: Een declarabele prestatie die via de beslisboom is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten.

  • e.

    declaratiedataset: De verzameling gegevens die nodig is om de geleverde zorg af te leiden uit de grouper.

  • f.

    hoofddiagnose ICD-10: Ziekte of aandoening die aan het einde van een subtraject hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek.

  • g.

    ICD-10: De tiende editie van de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD-10). De ICD-10 is het internationaal gestandaardiseerde classificatiesysteem van diagnosen waarmee de zorgaanbieder alle ziektebeelden en diagnosen van patiënten eenduidig kan registreren.

  • h.

    indicatie (on-label en off-label): Een in de G-standaard opgenomen indicatie waarvoor een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor is verstrekt aan de patiënt. Indien de betreffende indicatie nog niet is opgenomen in de G-standaard, dan wordt dat gegeven vermeld op de factuur.

  • i.

    instelling: Een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent of doet verlenen, organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen of natuurlijk persoon die bedrijfsmatig zorg doet verlenen, met uitzondering van een instelling die binnen het kader van de binnen een andere instelling verleende zorg een deel van die zorg verleent.

  • j.

    integraal tarief: Tarief waarin alle vergoedingen zijn opgenomen voor kosten die een zorgverlener in rekening mag brengen in verband met het leveren van een prestatie.

  • k.

    minimale dataset (mds): De in bijlage 1 bij deze regeling gespecificeerde gegevens.

  • l.

    onderlinge dienstverlening (ODV): Het leveren van zorg als (onderdeel van een) dbc-zorgproduct door één of meerdere instellingen of medisch specialisten (niet zijnde de hoofdbehandelaar) op verzoek van de hoofdbehandelaar.

  • m.

    onverzekerde zorg: Zorg die niet behoort tot de te verzekeren prestaties bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).

  • n.

    overig zorgproduct (ozp): Een prestatie binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde een dbc-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn onderverdeeld in vijf hoofdcategorieën; supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (eld), paramedische behandeling en onderzoek, overige verrichtingen en facultatieve prestaties medisch-specialistische zorg.

  • o.

    solist: Solistisch werkende zorgaanbieder, niet zijnde een instelling, die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een andere zorgaanbieder, zelfstandig beroepsmatig medisch specialistische zorg verleent.

  • p.

    verzekerde zorg: Zorg die behoort tot de te verzekeren prestaties bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).

  • q.

    ZI-nummer: Zorgidentificatienummer van een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor.

  • r.

    zorgaanbieder: Natuurlijk persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van de Wmg.

  • s.

    zorgproduct: Een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in dbc-zorgproducten en overige zorgproducten.

  • t.

    zorgverlener: Instelling of solist.

Artikel

4

Aanlevering mds

Artikel

5

Wijze van aanlevering

Artikel

7

Overgangsbepaling

De regeling ‘Verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (mds)', met kenmerk NR/REG-1701, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.

Artikel

8

Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2023.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder d, van de Bekendmakingswet, zal deze regeling met toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De regeling, inclusief toelichting en bijbehorende bijlage, ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl. Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset (mds) medisch specialistische zorg’.

Nederlandse Zorgautoriteit M.J. Kaljouw voorzitter Raad van Bestuur

Bijlage

1

Aan te leveren mds-gegevens

A Identificatie zorgaanbieder

B Identificatie patiënt 1

1 Declarerende zorgverlener

2 Zorgverlener volgnummer DIS verlener

3 Pseudo-identiteit BSN patiënt

4 Pseudo-identiteit t.b.v. CBS-gegevens

5 Pseudo-identiteit naam patiënt

6 Geboortejaar

7 Leeftijd

8 Landcode

9 Postcode

10 Identificatie zorgverzekeraar (conform UZOVI-register)

C Productie per patiënt

Dbc-zorgproduct

Overig zorgproduct

11 Begindatum zorgtraject

12 Begindatum subtraject

13 Einddatum subtraject

14 Einddatum zorgtraject

15 Uitvoerende specialismecode

16 Zorgtypecode

17 Zorgvraagcode

18 Typerende diagnosecode

19 Zorgproductcode

20 Declaratiecode

21 Afsluitreden

22 Zorgactiviteit met machtiging in profiel

23 Code (zelf)verwijzer

24 Verwijzende zorgverlener

25 Verwijzend specialisme

26 ICD-10 code

27 Gedeclareerd bedrag

28 Declaratiecode

29 Uitvoerdatum

30 Aantal

31 AGB-code uitvoerend specialisme

32 Uitvoerende zorgverlener

33 Aanvragend/verwijzend specialisme

34 Aanvragende/verwijzende zorgverlener

35 Gedeclareerd bedrag

* M.u.v. de add-on geneesmiddelen en stollings-factoren (zie hieronder de nummers 42 tot en met 48).

Geleverd zorgprofiel

Add-on geneesmiddelen/ozp-stollingsfactoren

36 Zorgactiviteitcode

37 Uitvoerdatum zorgactiviteit

38 Aantal

39 Uitvoerende specialismecode

40 Uitvoerende zorgverlener

41 Zorgactiviteitvertaling toegepast

42 ZI-nummer

43 Indicatie

44 Uitvoerend specialisme

45 Uitvoerende zorgverlener

46 Aantal gebruikte eenheden

47 Uitvoerdatum

48 Gedeclareerd bedrag

D Technisch noodzakelijke gegevens 2

49 Koppelnummer

50 Zorgtrajectnummer

51 Zorgtrajectnummer parent

52 Subtrajectnummer

53 Indicatie vervallen

54 Declaratiedatasetnummer

55 ZPZA Hashtotal DIS

56 ZPZA Hashversie DIS

57 Certificatieversie hash

58 Uitgevoerde verrichtingnummer

59 Tabelset versie

60 Grouperversie

1 De gegevens onder categorie B worden door de NZa ontvangen nadat deze zijn ontdaan van kenmerken die herleiding naar personen mogelijk maken. Dit heet pseudonimiseren. In de gegevens aanleverstandaard SZ 8.0 kunt u hier meer over lezen.

2 Doordat de mds-gegevens in verschillende databestanden worden aangeleverd aan het DIS, moeten ook diverse technische noodzakelijke gegevens verplicht worden aangeleverd. Categorie D bevat de opsomming van deze technisch noodzakelijke gegevens.

Toelichting bij bijlage 1

B3

Pseudo-identiteit BSN patiënt

Betreft uitvraag op ‘Burger Service Nummer’ die geanonimiseerd wordt.

B4

Pseudo-identiteit t.b.v. CBS-gegevens

Noodzakelijk i.v.m. bevolkingsstatistiek (gedetailleerde uitvraag bestaat uit de onderdelen geslacht, geboortejaar, landcode, postcode).

B9

Postcode

Alleen verplicht indien landcode ‘Nederland’ is. Het gaat om slechts de vier cijfers.

C16

Zorgvraagcode

Alleen verplicht als het betreffende AGB-specialisme een zorgvraagcode registreert.

C22

Zorgactiviteit (za) met machtiging in profiel

Is nodig als onderdeel van de hash en is al informatieverplichting op nota

C24

Verwijzende zorgverlener

Alleen verplicht bij bepaalde soorten ‘code (zelf)verwijzer’

C25

Verwijzend specialisme

Alleen verplicht bij bepaalde soorten ‘code (zelf)verwijzer’

C28

Declaratiecode

Betreft de code op basis waarvan de add-on geneesmiddel gedeclareerd wordt. Deze code is gelijk aan het ZI-nummer.

D49

Koppelnummer

Het unieke nummer waarmee patiëntgegevens gekoppeld kunnen worden aan gegevens over ‘zorgtrajecten’ of gegevens over ‘gedeclareerde overige zorgproducten’.

D50

Zorgtrajectnummer

Uniek nummer waarmee subtrajectgegevens gekoppeld kunnen worden aan zorgtrajectgegevens.

D51

Zorgtrajectnummer parent

Het unieke nummer waarmee een zorgtraject met zorgtype 51 gekoppeld kan worden aan een zorgtraject met zorgtype 11 of 21.

D52

Subtrajectnummer

Het unieke nummer waardoor subtrajectgegevens gekoppeld kunnen worden aan zorgprofieldata.

D53

Indicatie vervallen

Noodzakelijk voor bepaling verwijderingen bij incrementele uitlevering.

Deze informatie wordt samen met de declaratiedataset aan DIS meegestuurd. De informatie wordt gebruikt in de informatieverwerking van DIS voor situaties waar een correctie plaatsvindt bij de zorgaanbieder en deze informatie eerder reeds aan DIS was aangeleverd. Te denken valt aan een interne administratieve correctie, waardoor de declaratie ook is gecorrigeerd en niet langer gedeclareerd kan en mag worden. In deze gevallen wordt met de indicatie aangegeven, dat de oorspronkelijke declaratie zoals deze reeds in DIS was opgenomen, verwijderd moet worden.

Het woord incrementeel slaat hier op ‘toevoegen’. Deze indicatie is relevant voor gegevens die al in DIS aanwezig zijn, maar aangepast of verwijderd moeten worden (dus niet voor nog niet aangeleverde gegevens).

D54

Declaratiedatasetnummer

Verwijst naar het nummer van de declaratiedataset entiteit en is noodzakelijk om alle gegevens die bij een declaratie horen aan elkaar te koppelen.

D55

ZPZA Hashtotal DIS

Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het zorgproduct geldig door een grouper is afgeleid en dat daar daarnaast niets aan gewijzigd is.

D56

ZPZA Hashversie DIS

Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het zorgproduct geldig door een grouper is afgeleid en dat er daarnaast niets aan gewijzigd is.

D57

Certificaatversie hash

Nodig om de hash te kunnen controleren. Om te controleren dat het zorgproduct geldig door een grouper is afgeleid en dat daar daarnaast niets aan gewijzigd is.

D58

Uitgevoerde Verrichtingnummer

Een technisch nummer dat noodzakelijk is om overige zorgproducten van elkaar te kunnen onderscheiden.