Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 6 december 2022, nr. IENW/BSK-2022/281749, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de Dienst Wegverkeer voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing en de Wet implementatie EETS-richtlijn (Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing)

Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gezien de schriftelijke instemming van de Dienst Wegverkeer van 17 november 2022, kenmerk JBZ-22.0012133;

BESLUIT:

Artikel

1

(begripsbepalingen)

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel

2

(bestuursrechtelijke bevoegdheden)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

Artikel

3

(privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt voor de uitvoering van werkzaamheden van de Minister in het kader van de wet en de Wet implementatie EETS-richtlijn volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en voor de daarmee samenhangende feitelijke handelingen, waaronder begrepen het verwerken van de persoonsgegevens voor de uitvoering van de hiervoor genoemde handelingen.

Artikel

4

(bezwaar- en beroepschriften)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in artikel 2, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen en behandelen van (hoger) beroep en namens de Minister in rechte op te treden.

Artikel

5

(ondermandaat)

Artikel

6

(voorbehouden bevoegdheden secretaris-generaal)

Aan de secretaris-generaal is de bevoegdheid voorbehouden tot het doen van de mededeling, bedoeld in artikel 9:36, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat een aanbeveling van de Nationale ombudsman niet wordt opgevolgd, voor zover deze aanbeveling betrekking heeft op de in dit besluit gemandateerde bevoegdheden.

Artikel

7

(mandaat en ondermandaat beslissen op bezwaar)

Artikel

8

(kaders uitoefening bevoegdheden)

De uitoefening van bevoegdheden die bij of krachtens dit besluit zijn verleend, geschiedt met inachtneming van:

  • a.

    de door de Minister gegeven algemene of bijzondere instructies;

  • b.

    de Aanbestedingswet 2012 en de Circulaire ‘Grensbedragen voor procedures Aanbestedingswet 2012 onder de drempelwaarde’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken Koninkrijkrelaties, 3 augustus 2015, kenmerk 2015-0000428359 en dat indien deze Circulaire voor de start van de aanbesteding wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging;

  • c.

    de gemaakte afspraken in de door de Minister en de Dienst Wegverkeer op te stellen uitvoeringsovereenkomst, waaronder de toegekende financiële middelen.

Artikel

9

(informatieplicht)

Artikel

11

(wijze van ondertekening)

Artikel

12

(inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2022, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2023.

Artikel

13

(citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers