Wet van 21 december 2022 tot wijziging van de Invorderingswet 1990 en enkele andere wetten tot invoering van een grondslag voor het niet in rekening brengen van invorderingsrente in specifieke gevallen (Wet delegatiebepaling geen invorderingsrente in specifieke gevallen)

Wet delegatiebepaling geen invorderingsrente in specifieke gevallen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een grondslag in te voeren in de Invorderingswet 1990 op grond waarvan bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in specifieke gevallen geen invorderingsrente in rekening wordt gebracht in verband met uitzonderlijke omstandigheden;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel

II

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel

III

Wijzigt de Mijnbouwwet.

Artikel

IIIa

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de in artikel II opgenomen wijziging van artikel 28 van de Invorderingswet 1990 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wijziging in de praktijk.

Artikel

IV

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Artikel

V

Deze wet wordt aangehaald als: Wet delegatiebepaling geen invorderingsrente in specifieke gevallen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius