Artikel
I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.
Wijzigt de Wet op het BTW-compensatiefonds.
Wijzigt de Provinciewet.
Wijzigt de Gemeentewet.
Wijzigt de Waterschapswet.
Wijzigt de Wet waardering onroerende zaken.
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de in artikel XII, onderdelen B en D, van deze wet opgenomen wijzigingen van de artikelen 25 en 28 van de Invorderingswet 1990 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wijzigingen in de praktijk.
Wijzigt de Belastingwet BES.
Wijzigt de Fiscale vereenvoudigingswet 2017.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat:
artikel XII, onderdeel E, terugwerkt tot en met 1 juli 2009;
artikel I, onderdeel A, onder 2, en artikel II, onderdeel E, terugwerken tot en met 1 januari 2017;
de artikelen VI, tweede zin, VII, tweede zin, en VIII, tweede zin, terugwerken tot en met 1 juli 2021;
artikel X, onderdeel F, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingaanslagen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet onherroepelijk vaststaan;
artikel X, onderdeel H, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot besluiten waarvan de datum van dagtekening is gelegen op of na 1 januari 2023;
artikel I, onderdelen C en D, en artikel X, onderdelen A, B, C en D, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot aanslagbiljetten waarvan de datum van dagtekening is gelegen op of na 1 januari 2023;
artikel III, onderdeel A, en artikel IV, onderdeel E, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023;
artikel 27, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zoals dat luidde op 31 december 2022 van toepassing blijft op voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting die betrekking hebben op belastingschulden over een tijdvak dat vóór 1 januari 2023 is aangevangen.
In afwijking van het eerste lid, treden artikel X, onderdeel G, en artikel XI in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale verzamelwet 2023.
Lasten en bevelen dat deze wet in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.