Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Het bestuur van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film,
gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 december 2022,

besluit:

Algemeen

- definities -

Artikel

1

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • afwerking: het vertoning en exploitatie gereed maken van een filmproductie na voltooiing van de werkkopie (maakt onderdeel uit van realisering);

  • animatic: opeenvolging van meestal getekende storyboard-beelden die het scenario weergeven, dezelfde lengte als de te produceren animatiefilm heeft en minimaal van dialogen is voorzien;

  • animatie: een filmproductie die een kunstmatige filmtechniek hanteert waarbij door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden de illusie van beweging ontstaat;

  • bestuur: het bestuur van het Fonds;

  • bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première – maar voorafgaand aan de non-theatrical release – in een significant aantal bioscopen of filmtheaters voor een betalend publiek in Nederland wordt uitgebracht;

  • categorie: een soort filmproductie;

  • completion bond: de verzekering die waarborgt dat de filmproductie zal worden afgemaakt en opgeleverd onder in de verzekeringspolis opgenomen (budgettaire) voorwaarden, of dat – als de productie zou worden gestaakt – de tot dan toe gemaakte productiekosten worden terugbetaald;

  • coproductie: een filmproductie, waaraan twee of meer coproducenten risicodragend, op basis van een door alle partijen goedgekeurd filmplan of scenario een inhoudelijke en financiële bijdrage leveren;

  • crossmediaal marketing en distributieplan: een gedetailleerd plan van alle activiteiten op het gebied van marketing en distributie, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle mogelijke vormen van promotie, publiciteit en (social) media, ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie van de filmproductie;

  • DCP: de digitaal opgeslagen kopie van de filmproductie (digital cinema package), die in een bioscoop kan worden vertoond;

  • distributie: de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties;

  • documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl;

  • filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de distributie en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • filmplan: het plan tot uitvoering; een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten dat bestaat uit het financieren, het tot stand brengen en (doen) exploiteren van een filmproductie;

  • Filmproductie: een cinematografisch werk;

  • het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;

  • internationale coproductie: een in Nederland uit te brengen, internationaal gecoproduceerde filmproductie;

  • korte film: een filmproductie met een vertoningsduur tot 60 minuten;

  • lange animatiefilm: een speelfilm die een kunstmatige filmtechniek hanteert waarbij door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden de illusie van beweging ontstaat;

  • majoritair (co)producent: een producent van een in de Nederlandse bioscoop of filmtheaters uit te brengen (internationale) majoritaire filmproductie, die risicodragend investeert, hoofdverantwoordelijk en in doorslaggevende mate beslissingsbevoegd is en die een meerderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht (of zal brengen);

  • majoritaire filmproductie: een (internationale) filmproductie waarbij de Nederlandse producent een majoritair (co)producent is en de filmproductie op basis van de samenstelling van het artistieke team als Nederlands aan te merken is;

  • marketing- en distributiestrategie: de uitgewerkte strategie, gericht op marketing en promotie alsmede de feitelijke bioscoopuitbreng en de verdere exploitatie van een specifieke filmproductie;

  • marktpartijen: partijen wier reguliere professionele activiteiten zijn gericht op het distribueren en exploiteren van filmproducties, in de ruimste zin des woords, ofwel partijen die risicodragende investeringen doen;

  • minoritair coproducent: een producent van een in de Nederlandse bioscoop of filmtheaters uit te brengen (internationale) coproductie, die risicodragend investeert maar in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en die een minderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht (of zal brengen);

  • minoritaire coproductie: een internationale coproductie waarbij de Nederlandse producent een minoritaire coproducent is;

  • non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen;

  • onderzoek & experiment: een filmproductie, in welke categorie dan ook, die naar het oordeel van het bestuur onderzoekend of grensverleggend is;

  • openbaarmaking: het aan het publiek bekend maken middels vertoning van de filmproductie;

  • outreach campagne: een marketingmethode waarbij gericht gezocht wordt naar geloofwaardige vertegenwoordigers of ‘influencers’ (mensen, organisaties, stichtingen enz.) die een duidelijke en sterke link hebben met het onderwerp van de film, die op hun beurt een heel gerichte doelgroep kunnen bereiken en informeren over de film;

  • overbruggingskrediet: een gegarandeerd financieel krediet ten behoeve van de totstandkoming van een filmproductie dat beschikbaar is gesteld door een derde gedurende de gehele productieperiode van waaruit productiekosten in afwachting van de betalingstermijnen van financiers worden voorgefinancierd;

  • picture lock: de door producent en regisseur definitief vastgestelde montageversie van de filmproductie, op basis waarvan de verdere nabewerking plaatsvindt;

  • printkosten: de kosten voor het verveelvoudigen of vervaardigen van een DCP (Digital Cinema Package) voor vertoning van de filmproductie;

  • producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;

  • productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie;

  • productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en andere audiovisuele mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • realisering: alle werkzaamheden na de fase van ontwikkeling die verbonden zijn aan het tot stand brengen en voor vertoning gereed maken van een filmproductie die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng in Nederland;

  • regisseur: een natuurlijk persoon die de artistieke regie voert over de uitvoering van een filmproductie;

  • scenario: een beschrijving van opeenvolging van scènes en geschreven tekst met dialoog geschikt om te verfilmen tot een filmproductie;

  • scenarist: de schrijver van een synopsis, treatment, scenario of documentairescript;

  • speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng;

  • theatrical release: de distributie van de filmproductie in de bioscoop of filmtheater;

  • werkkopie: de montageversie die voorafgaand aan de ‘picture lock’ van de filmproductie ter bespreking wordt voorgelegd aan het Fonds en een duidelijke opzet van de definitieve filmproductie toont.

  • subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;

- toepasselijkheid reglementen -

Artikel

2

- aanvraag -

Artikel

3

- aanvrager -

Artikel

4

- subsidievorm -

Artikel

5

- beoordeling subsidie voor realisering -

Artikel

6

- onderlinge verhouding financiële bijdragen -

Artikel

7

Het verstrekken van een subsidie voor de realisering van een filmproductie bindt het bestuur in geen geval tot het verlenen van enige andere subsidie.

- samenwerkingsprojecten -

Artikel

8

- voorbereiding besluitvorming -

Artikel

9

Het besluit tot subsidieverlening (Fase 2) kan worden voorafgegaan door een voornemen tot subsidieverlening (Fase 1).

- aanvullende eisen -

Artikel

10

- verplichtingen subsidieontvanger -

Artikel

11

- uitvoeringsovereenkomst -

Artikel

12

- betrokkenheid regisseurs en scenaristen -

Artikel

13

Het bestuur kan, gelet op de doelmatige besteding van middelen, voorwaarden dan wel beperkingen stellen aan de betrokkenheid van regisseurs en scenaristen. Een producent kan daarbij in beginsel niet eveneens als regisseur of scenarist optreden.

- bestedingsverplichting -

Artikel

14

De betreffende filmproductie dient een impact te hebben op de audiovisuele sector en het filmklimaat in Nederland. De aanvrager is verplicht een bedrag gelijk aan de verleende subsidie te besteden in Nederland. Het deel van de productiekosten dat in Nederland wordt uitgegeven wordt, evenals de besteding in mogelijke andere territoria, separaat aangegeven in de ingediende productiebegroting. In het geval dat andere bijdragen of subsidies zijn verstrekt die kwalificeren als staatssteun, waaraan een (gedeeltelijke) bestedingsverplichting in Nederland is verbonden, dan staat het de aanvrager te allen tijde vrij om 20% van de begrote productiekosten te besteden in een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland.

- subsidiabele activiteit realisering minoritaire coproductie -

Artikel

15

Voor een aanvraag voor subsidie voor een internationale minoritaire coproductie gelden de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Uitsluitend minoritaire coproducties die geen andere subsidie in de realisering van het Fonds op grond van het Deelreglement Realisering hebben ontvangen, komen in aanmerking voor een subsidie.

  • 2.

    Minoritaire coproducties voor de categorieën speelfilm (waaronder lange animatiefilm), documentaire, onderzoek & experiment (waaronder immersieve en interactieve filmproducties) en korte animatie komen in aanmerking voor een subsidie, indien het aandeel in de filmproductie van de Nederlandse minoritaire coproducent, alsmede de aard van de betrokken Nederlandse inbreng en publieksbereik in Nederland evident zijn.

  • 3.

    Op het moment van indiening van de aanvraag bij het Fonds, dient:

    • a.

      minimaal 50% van de financiering uit het land van de buitenlandse majoritaire coproducent afkomstig en schriftelijk toegezegd te zijn; en,

    • b.

      de totale inbreng van Nederlandse fondsen en marktpartijen in de realisering van de filmproductie minimaal 10% van de totale productiekosten te bedragen; en

    • c.

      voor speelfilm, lange animatiefilm en documentaire dient de landelijke bioscoopuitbreng in het land van de majoritaire coproducent gegarandeerd te zijn door een filmdistributeur dan wel marktpartijen uit de lokale exploitatieketen; en

    • d.

      een verklaring ondertekend door de buitenlandse majoritaire coproducent overlegd te worden waaruit blijkt hoe de coproductie vorm krijgt en wat de verdeling van taken en verantwoordelijkheden zal zijn.

  • 4.

    Om voor een toekenning van een subsidie in aanmerking te komen, dient de filmproductie naar het oordeel van het bestuur:

    • a.

      binnen het totale aanbod van internationale coproducties van uitzonderlijke artistiek-inhoudelijke kwaliteit te zijn; en

    • b.

      aantoonbaar gekoppeld te zijn aan een substantiële creatieve en technische inbreng van filmprofessionals vanuit Nederland.

  • 5.

    Binnen de beperkte middelen die het Fonds beschikbaar heeft voor minoritaire coproducties wordt vervolgens, in aanvulling op het eerste tot en met het vierde lid, prioriteit gegeven aan minoritaire coproducties waarvan:

    • a.

      de buitenlandse majoritaire coproducent gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie, of in een staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland, of een staat waarmee de Nederlandse overheid een bilateraal verdrag aangaande filmproducties heeft afgesloten;

    • b.

      diversiteit en inclusiviteit een wezenlijk onderdeel zijn van het filmplan of team van filmprofessionals;

    • c.

      er eerder coproducties met dezelfde buitenlandse majoritaire coproducent tot stand zijn gekomen;

    • d.

      nationale fondsen of publieke financiers uit het land van de majoritaire coproducent op artistiek-inhoudelijke selectie bijdragen aan de financiering;

    • e.

      het Nederlands aandeel in de financiering het vereiste minimum onder het derde lid substantieel overstijgt; en

    • f.

      in het geval van speelfilm, lange animatiefilm of documentaire een bioscoopuitbreng in Nederland gegarandeerd is.

  • 6.

    Tenzij in bilaterale verdragen met het Fonds anders is overeengekomen of het bestuur zwaarwegende redenen ziet hiervan af te wijken, dient de aanvrager met inachtneming van artikel 14, de subsidie van het Fonds volledig in Nederland te besteden.

  • 7.

    In de overeenkomst met de buitenlandse majoritaire coproducent dient te worden vastgelegd dat:

    • eventuele financiële bijdragen in het kader van Eurimages of andere Europese financiering pro rato toegerekend worden aan de aanvrager; en

    • de aanvrager beschikt over de exclusieve verfilmings- en exploitatierechten voor bij voorkeur de Benelux en, indien de rechten voor België en Luxemburg reeds vergeven zijn, tenminste over deze rechten op het Nederlandse territorium;

    • de aanvrager pro rato meedeelt in de wereldopbrengsten van de filmproductie.

  • 8.

    De filmproductie dient een (non) theatrical release in Nederland te krijgen. Voor de categorieën speelfilm, lange animatiefilm en documentaire dient de aanvrager een schriftelijke verklaring ondertekend door een Nederlandse filmdistributeur of indien van toepassing van een Nederlandse zendgemachtigde te overleggen of een uitgewerkt uitbrengplan met het oog op publieksbereik en zichtbaarheid in Nederland.

- subsidiabele activiteit afwerking -

Artikel

16

Het bestuur verleent uitsluitend subsidie voor afwerking indien de aanvraag een majoritaire filmproductie betreft die zonder realiseringssubsidie op grond van deze regeling tot stand is gebracht en het een filmproductie betreft die op basis van hoofdstuk 7 van het Financieel & Productioneel Protocol geselecteerd is voor tenminste:

  • a.

    één gerenommeerd (inter)nationaal filmfestival;

  • b.

    een tentoonstelling/expositie van een gerenommeerd museum of galerie;

  • c.

    een toonaangevend internationaal digitaal videoplatform waarbij de curatoren de programmering bepalen en de filmproductie zich onderscheid in bereik of waardering;

  • d.

    de filmproductie als voorfilm bij een hoofdfilm met een bioscoopuitbreng zal worden vertoond.

- oplevering werkkopie en picture lock -

Artikel

17

- digitale conservering en exploitatie -

Artikel

18

Bijzondere bepalingen ten aanzien van de categorieën

Speelfilm en lange animatiefilm

- subsidiabele activiteit -

Artikel

19

Documentaire

- subsidiabele activiteit -

Artikel

20

Animatie

- subsidiabele activiteit -

Artikel

21

Onderzoek & experiment

- subsidiabele activiteit -

Artikel

22

- beoordelingscriterium -

Artikel

23

Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag beoordeelt het bestuur, in aanvulling op de criteria van Artikel 5 van het Algemeen Reglement of de filmproductie in de categorie onderzoek & experiment naar het oordeel van het bestuur bijdraagt aan de creatieve en technische vernieuwing van de cinematografie. Voor een toekenning dient ook de beoordeling van dit criterium positief te zijn.

Korte film

- subsidiabele activiteit -

Artikel

24

De subsidie voor realisering van een korte film in alle categorieën wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van een werkkopie en een definitieve, voor vertoning gereed zijnde kopie, met minimaal een aantoonbare non theatrical release.

Steunmaatregel productie

- Subsidiabele activiteit -

Artikel

25

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

26