Artikel
1
Aan de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het optreden als National Security Authority (NSA).
besluit vast te stellen:
Aan de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het optreden als National Security Authority (NSA).
De directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat ten aanzien van het mandaat, bedoeld in artikel 1, aan onder hem ressorterende functionarissen, respectievelijk tot het beperken of intrekken daarvan.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.