Beleidsregel kaders medewerking defensie aan (defensie-) schietverenigingen, studentenweerbaarheidsverenigingen en defensieschietteams

De Staatssecretaris van Defensie

Besluit:

Artikel

1

algemene begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    defensieschietvereniging: schietvereniging waarvan het bestuur en leden militaire ambtenaren als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1, van de Wet ambtenaren defensie zijn;

  • b.

    studentenweerbaarheidsvereniging: studenten schiet- of weerbaarheidsvereniging welke door de Minister van Defensie is erkend ingevolge artikel 9 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de weerkorpsen;

  • c.

    KNSA-schietvereniging: schietvereniging welke is aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA), niet zijnde een defensieschietvereniging of studentenweerbaarheidsvereniging;

  • d.

    defensieonderdeel: de Bestuursstaf, het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, de Koninklijke Marechaussee, het Defensie Ondersteuningscommando onderscheidenlijk de Defensie Materieel Organisatie;

  • e.

    hoofd defensieonderdeel: de plaatsvervangend Secretaris-Generaal, de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, de Commandant Defensie Ondersteuningscommando, onderscheidenlijk de Directeur van de Defensie Materieel Organisatie;

  • f.

    defensieschietteam: een door een hoofd defensieonderdeel aangewezen team van militaire sportschutters die zich hebben bekwaamd op een of meer wapens en in dit kader deelnemen aan schietsportwedstrijden.

Artikel

2

medewerking aan een defensieschietvereniging

Artikel

3

medewerking aan een studentenweerbaarheidsvereniging

Artikel

4

medewerking aan een KNSA-schietvereniging

Artikel

5

medewerking aan een defensieschietteam

Artikel

6

procedure intern Defensie verzoek medegebruik schietbaan

Artikel

7

verantwoordelijkheid naleving beleidsregel

De verantwoordelijkheid voor de naleving van deze beleidsregel berust bij het hoofd defensieonderdeel.

Artikel

8

controle naleving beleidsregel

De Koninklijke marechaussee is belast met de controle op de naleving van deze regeling.

Artikel

9

intrekking oude regeling

Het Weerbaarheidsvoorschrift 1980, met nummer CWW.80/032 van 17 december 1980, wordt ingetrokken.

Artikel

10

inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

11

citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel kaders medewerking defensie aan (defensie-) schietverenigingen, studentenweerbaarheidsverenigingen en defensieschietteams.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Defensie, C.A. van der Maat