Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 maart 2023, nr. WJZ/37384724 (ID14608), houdende regels voor het verstrekken van eenmalige specifieke uitkeringen aan gemeenten en eenmalige subsidies aan provinciale ondersteuningsinstellingen ten behoeve van het realiseren van toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen (Regeling eenmalige specifieke uitkeringen en subsidies lokale bibliotheekvoorzieningen)

Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidie toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen en doel van de regeling

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • afhaalpunt: al dan niet bemande locatie waar geen collectie van werken aanwezig is en waar het publiek fysieke werken kan afhalen;

  • beperkte bibliotheekvoorziening: servicepunt, mini-servicepunt, bibliobus, zelfbedieningslocatie of afhaalpunt;

  • bibliobus: mobiele bus of vrachtwagen waarin een collectie van werken aanwezig is en die op vaste tijden op een of meer locaties in een gemeente staat voor het aanbieden van bibliotheekdiensten;

  • bibliotheekvestiging: vestiging van een lokale bibliotheek waar een collectie van werken aanwezig is, die de functies genoemd in de artikelen 5 en 8 van de wet verricht en die meer dan vijftien uur per week bemand geopend is;

  • bibliotheekvoorziening: bibliotheekvestiging of beperkte bibliotheekvoorziening;

  • lokale bibliotheek: organisatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de wet;

  • mini-servicepunt: locatie waar een collectie van werken aanwezig is en die ten minste één en ten hoogste vier uur per week bemand geopend is;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • provinciale ondersteuningsinstelling: instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet;

  • servicepunt: locatie waar een collectie van werken aanwezig is en die ten minste vijf en ten hoogste vijftien uur per week bemand geopend is;

  • werk: exemplaar van een werk als bedoeld in artikel 10 van de Auteurswet;

  • wet: Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;

  • zelfbedieningslocatie: locatie waar een collectie van werken aanwezig is, die niet bemand geopend is en waar het publiek zich zelf kan bedienen.

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel bij te dragen aan het realiseren van toekomstgerichte bibliotheekvoorzieningen in gemeenten door:

  • a.

    het verstrekken van specifieke uitkeringen als tegemoetkoming in de kosten die gemeenten maken voor de oprichting van nieuwe bibliotheekvestigingen en het verbeteren of doorontwikkelen van bestaande beperkte bibliotheekvoorzieningen; en

  • b.

    het verstrekken van subsidies aan provinciale ondersteuningsinstellingen ten behoeve van ondersteuning bij de uitvoering van activiteiten ter realisering van het doel van deze regeling.

Hoofdstuk

2

Specifieke uitkering aan gemeenten

Artikel

3

Uitkeringsplafond

Artikel

4

In aanmerking komende activiteiten en kosten

Artikel

5

Cofinanciering

Een specifieke uitkering wordt slechts verleend, als de gemeente aantoont minimaal 20 procent van de kosten uit eigen middelen of op andere wijze te zullen financieren.

Artikel

7

Aanvraag voor een specifieke uitkering

Artikel

8

Wijze van verdelen beschikbare middelen

Artikel

9

Beslistermijn

Op de aanvragen wordt binnen dertien weken na afloop van de aanvraagperioden, bedoeld in artikel 7, vierde lid, beslist.

Artikel

10

Voorschot en betaling

Bij verlening van een specifieke uitkering wordt het verleende bedrag in één keer bij wijze van voorschot van 100 procent binnen vier weken na bekendmaking van het besluit tot verlening uitbetaald.

Artikel

11

Verplichtingen

Aan de verlening van een specifieke uitkering zijn de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    de gemeente is verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de beschrijving in de aanvraag;

  • b.

    de gemeente is verplicht de activiteiten uiterlijk op 31 december 2025 af te ronden;

  • c.

    de gemeente werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek en overleg dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de werking van deze regeling en de ontwikkeling van het door de minister te voeren bibliothekenbeleid; en

  • d.

    de gemeente informeert de minister onverwijld, schriftelijk en onder overlegging van de relevante stukken indien:

    • 1°.

      aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;

    • 2°.

      aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering zal worden voldaan; of

    • 3°.

      zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de specifieke uitkering.

Artikel

13

Vaststelling

Hoofdstuk

3

Subsidie aan provinciale ondersteuningsinstellingen

Artikel

14

Doel van de subsidie

De minister verleent ambtshalve eenmalige subsidies aan provinciale ondersteuningsinstellingen als tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden die zij verrichten ter ondersteuning bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, eerste lid.

Artikel

15

Subsidieplafond en subsidiehoogte

Artikel

16

Voorschot en betaling

Bij verlening van een subsidie wordt het verleende bedrag in één keer bij wijze van voorschot van 100 procent binnen vier weken na bekendmaking van het besluit tot verlening uitbetaald.

Artikel

17

Verplichtingen

Artikel

18

Verantwoording en vaststelling

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

19

Begrotingsvoorbehoud

Voor zover een specifieke uitkering of een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Ten aanzien van de specifieke uitkeringen is artikel 4:34, tweede tot en met vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel

20

Hardheidsclausule

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen of onderdelen daarvan buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

21

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2027.

Artikel

22

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidie toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Uslu