Artikel
I
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel I heeft betrekking op het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de procedures, vorderingen, verzoeken en gerechten waarvoor de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) niet in werking is getreden overeenkomstig artikel II van het Besluit van 25 januari 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2017, 16) en de artikelen I en II van het Besluit van 4 februari 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de Wet van 13 juli 2021 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 293) (Stb. 2021, 81).
Het eerste lid heeft betrekking op het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de procedures en vorderingen voor de Hoge Raad waarvoor de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) en de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289) in werking zijn getreden overeenkomstig artikel II van het Besluit van 25 januari 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2017, 16) en de artikelen I en II van het Besluit van 4 februari 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de Wet van 13 juli 20216 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 293) (Stb. 2021, 81).
Wijzigt de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 4.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 5.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 8.
Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.
Wijzigt de Uitvoeringswet Bewijsverdrag.
Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905.
Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954.
Wijzigt de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
Wijzigt de Wet uitvoering rechtsvorderingsverdrag Groot-Brittannië.
Wijzigt de Wet vergoeding van door NAVO-motorrijtuigen veroorzaakte schade.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Wijzigt de Wet vereenvoudiging wijze uitbrengen exploiten aan Grootboek 1946.
Wijzigt de Kadasterwet.
Wijzigt de Verenwet.
Wijzigt de Wegenwet.
Wijzigt de Erfgoedwet.
Wijzigt de Wijzigingswet Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, enz. (tegengaan huwelijkse gevangenschap en enige andere onderwerpen).
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Wijzigt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt de Uitvoeringswet VN-Verdrag staatsimmuniteit (Kst. 36028).
Wijzigt de Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet technische eenmaking Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.