Artikel
1.1
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a)
Journalistiek onderzoek: een onderzoek, waarvan de onderliggende probleemstelling betrekking moet hebben op journalistieke informatiebronnen, actief binnen de journalistieke bedrijfstak.
-
b)
Journalistieke informatiebron: een organisatie binnen de journalistieke bedrijfstak met als (hoofd)activiteit het maken en leveren van een dienst of product waarbij:
-
i.
minimaal 25% van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
-
ii.
de publicatiefrequentie minimaal een keer per twee weken is en daarmee sprake is van een informatiebron waartoe burgers zich met een vaste regelmaat kunnen wenden; en
-
iii.
die staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel.
-
i.
-
c)
Journalistieke bedrijfstak: het geheel van private en publieke journalistieke informatiebronnen gevestigd in Nederland, waarvan de activiteiten zijn gericht op de Nederlandse markt.
-
d)
Journalistiek handelen: het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:
-
i.
het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor alle geledingen binnen de samenleving en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
-
ii.
gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
-
iii.
verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
-
i.
-
e)
Onderzoeksinstellingen: onderwijsinstellingen (zowel publiek als privaat), (commerciële) onderzoeksbureaus, organisatieadviesbureaus of collectieven van zelfstandige onderzoekers.
-
f)
Stimuleringsfonds: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.