Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 24 april 2023, nr. 37179289, houdende regels voor de subsidiëring van het programma Maatschappelijke Diensttijd (Subsidieregeling MDT 2023)

Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • afgerond MDT-traject: een MDT-traject geldt als afgerond indien de vereiste uren zijn gemaakt, én de voorgenomen activiteiten van het MDT-traject zijn uitgevoerd;

  • AVG: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);

  • cofinanciering: financiering voor het MDT-project, die wordt ingebracht door de penvoerder, projectpartners of derden;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • gelieerde organisatie: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • jongeren: deelnemers van 12 tot 30 jaar bij aanvang van een MDT-traject;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • Impact: het effect van het MDT-traject op jongeren en de maatschappij;

  • MDT-basis-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden;

  • MDT-certificaat: document waarin wordt vermeld dat het MDT-traject volledig is afgerond;

  • MDT-extra-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden, waarbij het MDT-traject de intensieve begeleiding van een jongere vergt;

  • MDT-intensief-traject: MDT-traject van ten minste 320 uur gedurende een periode van ten hoogste zes maanden;

  • MDT-plus-traject: MDT-traject van ten minste 200 uur gedurende een periode van ten minste 3 en ten hoogste 6 maanden;

  • MDT-netwerk: landelijk netwerk van organisaties betrokken bij de uitvoering van de MDT-projecten;

  • MDT-programma: geheel van maatregelen en instrumenten waarmee de ambitie van het kabinet om jongeren zich op vrijwillige basis maatschappelijk in te laten zetten om daarmee de sociale cohesie binnen Nederland te verstevigen, wordt vormgegeven;

  • MDT-project: MDT-basis-trajecten, MDT-plus-trajecten, MDT-extra-trajecten, en MDT-intensief-trajecten waarvoor een penvoerder een subsidieaanvraag indient op grond van deze regeling;

  • MDT-traject: traject waarbij een jongere zich vrijwillig inzet voor een ander, werkt aan talentontwikkeling en anderen kan ontmoeten;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • niet-afgerond MDT-traject: een MDT-traject geldt als niet afgerond indien het minimaal aantal uren per traject niet is behaald, gerekend van het moment van intake;

  • onderwijsinstelling: onderwijsinstelling zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met uitzondering van bekostigde scholen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.

  • partnerschap: partnerschap dat is gevormd ten behoeve van de uitvoering van een MDT-project en dat bestaat uit ten minste een penvoerder en één of meer andere partijen;

  • penvoerder: instelling zoals bedoeld in de Kaderregeling, die optreedt als aanvrager en na verlening als ontvanger van de subsidie als bedoeld in artikel 5;

  • prestatiebewijs: bewijs waaruit blijkt dat een jongere een MDT-traject wel of niet heeft afgerond;

  • regionaal samenwerkingsverband MDT: samenwerkingsverband van penvoerders in een regio.

  • solvabiliteit: De verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen waarmee de onderneming kan aantonen dat deze in staat is om op lange termijn aan haar schulden te voldoen, bestaande uit het eigen vermogen gedeeld door het totaal vermogen vermenigvuldigd met honderd procent;

  • werkkapitaal: financiële middelen die een onderneming beschikbaar heeft op basis van de jaarrekening om op korte termijn aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, bestaande uit de vlottende activa minus de vlottende passiva.

Artikel

3

Doel van de regeling

Het doel van de regeling is het beschikbaar stellen van middelen ten behoeve van:

  • a.

    het realiseren van MDT-trajecten voor jongeren, die maatschappelijke impact maken volgens de drie pijlers van MDT, te weten: ‘iets doen voor ander’, ‘talentontwikkeling’ en ‘ontmoeting’;

  • b.

    het bijdragen aan de doorontwikkeling van het MDT-programma, zodat het voor elke jongere mogelijk is om een passend MDT-traject te volgen.

Artikel

4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

5

Penvoerderschap

Hoofdstuk

2

Aanvraagronde 2024

Artikel

5a

Reikwijdte hoofdstuk 2

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 8, tweede lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel

6

Hoogte van de subsidie

Artikel

7

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

8

Aanvraag tot verlening

Artikel

9

Verplichtingen

Hoofdstuk

3

Aanvraagronde 2025

Artikel

9a

Reikwijdte hoofdstuk 3

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9b, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel

9b

Aanvraag subsidie

Artikel

9c

Penvoerderschap

Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de penvoerder op 1 juli 2025 minimaal een jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.

Artikel

9d

Subsidieplafond en hoogte van de subsidie

Artikel

9e

Wijze van verdeling beschikbare middelen

Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 9d, eerste lid, ontoereikend is om alle voor verlening in aanmerking komende aanvragen die op grond van het beoordelingskader, bedoeld in bijlage 1, als voldoende zijn beoordeeld toe te wijzen, wordt door middel van loting bepaald welke subsidieaanvragen gehonoreerd worden.

Artikel

9f

Afwijzingsgronden

Artikel

9g

Subsidieverplichtingen

De subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 9, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat:

  • a.

    in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel a, de penvoerder met de uitvoering van de projectactiviteiten start vanaf het moment van subsidieverlening tot uiterlijk 6 maanden na verlening van de subsidie;

  • b.

    artikel 9, eerste lid, onderdeel f, niet van toepassing is;

  • c.

    in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel i, voor 'een gegevensuitvraag: penvoerder overlegt per kwartaal een overzicht aan het onafhankelijke onderzoeksbureau, met daarin kenmerken van jongeren en hun MDT-traject;' wordt gelezen 'gegevensregistratie: het invullen van een geanonimiseerde en doorlopende registratie van deelnemers bij het onafhankelijke onderzoeksbureau ten behoeve van onderzoek naar MDT;'.

  • d.

    in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel iii, tweede volzin, niet van toepassing is;

  • e.

    in aanvulling op artikel 9, eerste lid, de penvoerder en de deelnemende partijen binnen het samenwerkingsverband een gescheiden boekhouding voeren met betrekking tot de financiering van het MDT-project.

Hoofdstuk

3a

Aanvraagronde 2026

Artikel

9h

Reikwijdte hoofdstuk 3a

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9j, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel

9i

Vooraanmelding

Artikel

9j

Aanvraag subsidie

Artikel

9k

Penvoerderschap

Artikel

9l

Subsidieplafond, hoogte van de subsidie en maximum uurtarief

Artikel

9m

Cofinanciering

Artikel

9n

Wijze van verdeling beschikbare middelen

Artikel

9o

Afwijzingsgronden

Artikel

9p

Subsidieverplichtingen

Aan de subsidie zijn de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    De penvoerder heeft de verplichting om ervoor te zorgen dat in de periode na de datum van het besluit tot subsidieverlening tot uiterlijk 31 maart 2027 met de projectactiviteiten wordt gestart;

  • b.

    De penvoerder levert eenmaal per 12 maanden na de startdatum van het MDT-project een tussentijdse rapportage aan over de algemene voortgang van het project en de realisatie van de MDT-trajecten, inclusief verwerving van cofinanciering, conform het door de minister vastgestelde formulier;

  • c.

    De penvoerder en de deelnemende partijen binnen het samenwerkingsverband voeren een gescheiden boekhouding met betrekking tot de financiering van het MDT-project;

  • d.

    De penvoerder heeft de verplichting om ervoor te zorgen dat per trajectvariant ten minste 85% van het aantal bij de aanvraag voorgenomen MDT-trajecten volledig uit wordt uitgevoerd;

  • e.

    De penvoerder gebruikt in de benaming van het project de afkorting ‘MDT’, en heeft een inspanningsverplichting om bij te dragen aan de naamsbekendheid van MDT en om het MDT-logo te gebruiken in alle uitingen van het partnerschap;

  • f.

    De penvoerder zorgt ervoor dat voor de uit te voeren MDT-trajecten alleen aanmeldingen worden geaccepteerd van jongeren die, bij aanvang van het MDT-traject in de leeftijd van 12 tot 30 jaar oud, woonachtig zijn in Nederland;

  • g.

    De penvoerder zorg ervoor dat aan alle deelnemende jongeren een MDT-certificaat na afronding van het MDT-traject wordt verstrekt;

  • h.

    De penvoerder houdt een deelnemersregistratie bij ten behoeve van de verantwoording van de verstrekte subsidie;

  • i.

    De penvoerder is verplicht deel te nemen aan onderzoek ten behoeve van de doorontwikkeling van het MDT-programma. Het onderzoek omvat:

    • een gegevensregistratie: het invullen van een geanonimiseerde en doorlopende registratie van deelnemers bij het onafhankelijke onderzoeksbureau ten behoeve van onderzoek naar MDT;

    • jongerenvragenlijsten: de penvoerder draagt zorg voor een minimum respons van 70% van de deelnemende jongeren op de jongerenvragenlijsten;

    • projectleidersvragenlijsten: het invullen van aanvullende vragenlijsten door de penvoerder eenmaal per kwartaal;

    • impactonderzoek: deelname aan het centrale onderzoek naar de maatschappelijke impact van MDT;

    • beleidsevaluaties: deelname aan door de minister nader te bepalen overige beleidsevaluaties; en

    • een vragenlijst na verlening: de penvoerder overlegt binnen twee maanden na de datum van het besluit tot subsidieverlening een ingevulde vragenlijst ten behoeve van de registratie van het MDT-project en startmeting van onderzoek.

  • j.

    De penvoerder draagt er zorg voor dat medewerkers en vrijwilligers binnen het partnerschap die met jongeren werkzaam zijn, in het bezit zijn van een geldige Verklaring Omtrent Gedrag;

  • k.

    De penvoerder draagt er zorg voor dat samenwerkingspartners die € 125.000 of meer van de subsidie hebben besteed een controleverklaring van een bevoegde accountant verstrekken bij de eindverantwoording.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

10

Beoordelingscommissie

Artikel

12

Bevoorschotting en betaling

Artikel

12a

Budgetneutrale verlenging subsidieperiode

Artikel

13

Verantwoording en vaststelling

Artikel

14

Hardheidsclausule

De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

15

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en regeling vervalt met ingang van 1 april 2028.

Artikel

15a

Overgangsbepaling subsidieverstrekking 2023

Ten aanzien van de subsidies die in 2023 op grond van deze regeling zijn verstrekt, blijft de regeling van toepassing zoals zij luidde op 2 mei 2023.

Artikel

15b

Caribisch Nederland

Deze regeling is niet van toepassing in Caribisch Nederland.

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma

Bijlage

1

behorende bij artikel 10, eerste lid, van de Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)

De criteria aan de hand waarvan een subsidieaanvraag beoordeeld wordt, zijn:

1. Reflectie (bestaande penvoerder)

De penvoerder reflecteert op de realisatie van de voorgaande en/of nog lopende MDT-projecten uit subsidierondes 4a, 4b, 4c van ZonMw en 5a van DUS-I. Daarbij wordt toegelicht welke lessen men heeft geleerd en wat men daarvan gaat meenemen naar het nieuwe MDT-project.

A. Realisatie

De penvoerder beschrijft en reflecteert op de realisatie van het aantal uitgevoerde (afgeronde en niet-afgeronde) MDT-trajecten, ten opzichte van het beoogde aantal volgens planning.

B. Verbeteringen

De penvoeder licht toe wat de succesfactoren en verbeteringen zijn (geweest), waar ruimte (geweest) is voor verbetering en tot welke verbeteringen dat concreet heeft geleid in de huidige subsidieaanvraag.

2. Visie op MDT, beoogde realisatie en impact

De penvoerder beschrijft de visie op MDT, de doelgroep, de beoogde realisatie en met welke activiteiten impact wordt nagestreeft

A. Visie op MDT

De penvoerder licht toe hoe het partnerschap tot stand is gekomen en waarom het partnerschap (opnieuw) MDT-trajecten wil gaan aanbieden, welke visie het partnerschap heeft op MDT, op de drie pijlers van MDT (iets doen voor een ander, talentontwikkeling en ontmoeting), en wat dat betekent voor de opzet en de uitvoering van het MDT-project.

B. Doelgroep

De penvoerder licht toe op welke doelgroep of doelgroepen jongeren het project zich gaat richten en geeft een doelgroepomschrijving per trajectvariant.

C. Beoogde realisatie

De penvoerder levert een planning van de te realiseren trajecten per trajectvariant aan en geeft per fase (werving, intake, uitvoering, afgerond) een toelichting waarbij rekening wordt gehouden met eventuele uitval.

D. Impact

De penvoerder licht per trajectvariant toe met welke activiteiten impact op jongeren en de samenleving wordt nagestreefd, aan de hand van de drie pijlers van MDT en hoe hiervan wordt geleerd en naar aanleiding hiervan wordt bijgestuurd.

3. Activiteiten

De penvoerder beschrijft hoe het partnerschap de MDT-trajecten per variant gaat uitvoeren.

A. Werving van jongeren voor een MDT-traject

De penvoerder geeft een toelichting op de wervingsstrategie en beschijft daarbij de werkwijze, waarom deze werkwijze passend is en welke partij(en) in welke rol dit uitvoeren.

B. Intake en matching van jongeren aan een MDT-traject

De penvoerder licht toe hoe de intake plaatsvindt (bijvoorbeeld gesprek, training, kennismakingsactiviteit) en hoe jongeren worden gekoppeld aan een voor hen passend MDT-traject.

C. Begeleiding van jongeren

De penvoerder beschrijft:

– De begeleiding (o.a. individuele begeleiding, groepsbegeleiding, begeleiding op de activiteiten bij partnerorganisaties).

– De gemiddelde totale inzet in uren aan begeleiding voor een volledig MDT-traject (waarbij o.a. de verhouding tussen individuele- en groepsbegeleiding en de verhouding tussen begeleiding en activiteiten in uren inzichtelijk wordt gemaakt).

– De verdeling van de inzet voor begeleiding tussen de penvoerder en de overige partners.

D. Uitvoering activiteiten van het MDT-traject

De penvoerder licht toe hoe de MDT-trajecten worden uitgevoerd en beschrijft daarbij in ieder geval welke activiteiten in het MDT-traject plaatsvinden (incl. trainingen, groepsgrootte).

E. Coördinatie en ondersteuning van het MDT-project

De penvoerder licht toe welke coördinerende en ondersteunende activiteiten er uitgevoerd gaan worden en hoe deze zijn belegd binnen het partnerschap. Hierbij worden aspecten toegelicht zoals projectleiding, monitoring en tussentijdse (proces)evaluatie, projectadministratie, overleg met de partners (overlegstructuur), deelname aan centraal onderzoek, communicatie, verduurzaming, (door)ontwikkeling van MDT-trajecten en producten.

4. Jongerenparticipatie en jongerenreis

De penvoerder licht toe hoe de jongerenparticipatie en inspraak georganiseerd gaat worden op project- en traectniveau, en wat daarin de belangrijkste accenten zullen zijn. Daarnaast beschrijft de penvoerder per MDT-variant de jongerenreis.

A. Jongerenparticipatie op projectniveau

De penvoerder licht toe in welke mate en vorm jongeren betrokken zijn en inspraak hebben op:

– de activiteiten (3.A t/m E)

– de invulling van jongerenparticipatie

Daarbij geeft de penvoerder een toelichting op de gekozen vorm van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-) beslissen of jongeren in de lead.

B. Jongerenparticipatie op trajectniveau

De penvoerder licht toe in welke mate en vorm de jongere betrokken is en inspraak heeft bij het opstellen van eigen leerdoelen en het eigen traject, inclusief de activiteiten en de begeleiding.

Daarbij geeft de penvoerder een toelichting op de gekozen vorm van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-)beslissen of jongeren in de lead.

C. Jongerenreis

De penvoerder beschrijft per MDT-variant, vanuit het perspectief van de jongere, de reis die de jongere aflegt. Vanaf het moment dat de jongere wordt geënthousiasmeerd voor MDT tot en met de afronding van het MDT-traject. Hierbij worden aspecten toegelicht zoals de werving, intake, begeleiding, activiteiten en de waardering.

5. Partnerschap en samenwerking

De penvoerder beschrijft hoe het partnerschap is samengesteld en georganiseerd, waarom de organisatie geschikt is om te fungeren als penvoerder, hoe de samenwerking georganiseerd gaat worden en hoe het partnerschap duurzaam wordt ingericht.

A. Samenstelling en organisatie partnerschap

De penvoerder licht toe hoe het partnerschap is samengesteld, welke bijdragen de partners gaan leveren (m.n. rolverdeling) en op welke wijze dit bijdraagt aan het gezamenlijke doel van het partnerschap. De penvoerder licht toe waarom dit adequaat is voor het bereiken van de kwalitatieve- en kwantitatieve projectdoelstellingen.

Daarnaast licht de penvoerder toe hoe het partnerschap is georganiseerd. Hierbij wordt ingegaan op aspecten zoals organisatiestructuur, taakverdeling tussen de partners, kennisdeling en professionalisering.

B. Aanwezige kennis en expertise bij penvoerder en/of partnerschap

De penvoerder licht toe in welke mate de projectleider(s), medewerkers en begeleiders bij zowel de penvoerder als bij de partners beschikken over passende kennis en ervaring om een MDT-project en in het bijzonder MDT-trajecten voor jongeren te gaan uitvoeren. Daarnaast licht de penvoerder toe in welke mate de eigen organisatie toegerust is om een (groot) gesubsidieerd project te initiëren, aansturen, te begeleiden en te verantwoorden.

C. Risico’s en beheersmaatregelen

De penvoerder licht toe welke risico’s het partnerschap voorziet voor het MDT-project en voor de uitvoering van de MDT-trajecten. Daarbij beschrijft de penvoerder welke maatregelen het partnerschap zal nemen als deze risico’s zich verwezenlijken gedurende de subsidieduur.

D. Samenwerking en kennisdeling binnen het MDT-netwerk en in de regio

De penvoerder licht toe hoe hij gaat samenwerken met andere MDT-projecten, landelijk of met regionale samenwerkingsverbanden van MDT. Hierbij wordt toegelicht wat men wil bereiken in de samenwerking met andere MDT-projecten of organisaties.

E. Verduurzaming

De penvoerder licht toe aan de hand van concrete activiteiten hoe MDT duurzaam wordt ingebed en geborgd bij partners in het partnerschap. Denk aan hoe deze activiteiten aansluiten op bestaande initiatieven en infrastructuur van organisaties (bijv. zorg, welzijn, onderwijs, sociaal domein, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven), en aan financiele betrokkenheid van (nieuwe) partners t.b.v. de financiële duurzaamheid van het initiatief.

6. Begroting

De penvoerder verstrekt een onderbouwde en sluitende meerjarenbegroting.

De penvoerder verstrekt een begroting voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, eerste lid, van de subsidieregeling. De begroting zal worden beoordeeld op proportionaliteit, waaronder de verdeling van de kosten per activiteit. Daarnaast wordt beoordeeld of er sprake is van een onderbouwde en sluitende meerjarenbegroting.

A. Het plan bevat een uitgewerkte begroting van de kosten en baten.

Er is een inzichtelijke en evenwichtige begroting voor de subsidieperiode die voldoet aan artikel 3.5 van de Kaderregeling. De begroting geeft inzicht in de loonkosten, materiële kosten en overige kosten.

De begroting maakt daarnaast inzichtelijk hoe de middelen binnen het partnerschap zijn verdeeld.

B. Doelstellingen worden op zo efficiënt mogelijke manier bereikt.

1. Uit de aanvraag blijkt dat de middelen (geld, tijd en menskracht) doelmatig worden ingezet om maximale resultaten te bereiken.

2. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern en extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 130,– per uur inclusief BTW. De inzet van vrijwilligers wordt gewaardeerd op de vrijwilligersvergoeding die de belastingdienst hanteert op grond van de Wet op de loonbelasting 1964.

C. Het plan toont aan hoe de 25% cofinanciering bereikt wordt aan het einde van de subsidieperiode.

1. De cofinanciering van minimaal 25% is weergegeven en volgens de eisen van de regeling geregeld.

2. De aanvraag bevat een beschrijving van de beoogde inbreng van de partners en organisaties gekoppeld aan de activiteiten van MDT-projecten die overeenkomt met de beschrijving van de cofinanciering.

Weging

De beoordelingscommissie beoordeelt de kwaliteit van de aanvragen voor nieuwe penvoerders aan de hand van de criteria 2 tot en met 6 en voor bestaande penvoerders aan de hand van de criteria 1 tot en met 6. Een penvoerder moet op al deze criteria voldoende scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.

Bijlage

2

behorende bij artikel 10, derde lid, van de Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)

Beoordelingskader aanvraagronde 2026

1. Visie, doelgroep en impact

Weging: 10%

a. Visie en onderbouwing

Weging: 30%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– een heldere en inspirerende visie op wat het project voor jongeren en de samenleving betekent;

– een onderbouwde motivatie waarom MDT en de bijbehorende drie pijlers aansluiten bij de visie van de penvoerderorganisatie.

b. Doelgroep

Weging: 25%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– per trajectvariant een beschrijving van de doelgroep(en) waarop de trajecten zich richten;

– waarom de voorgestelde activiteiten per trajectvariant passen bij de doelgroep.

c. Impactdoelen

Weging: 45%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– een heldere visie op de impact die het project op jongeren en de samenleving heeft. Impact verwijst naar het extra effect dat het MDT-project teweegbrengt – een verandering (bij persoon, groep of zelfs de samenleving) die zonder het project niet of in mindere mate zou optreden;

– welke veranderingen/effecten op korte en lange termijn de penvoerder verwacht bij de doelgroep(en) en hoe deze samen leiden tot de beoogde impact;

– waarom deze aanpak werkt (onderbouwd met ervaringen uit eerdere projecten of bewezen werkwijzen);

– waarom de gestelde impactdoelen realistisch en haalbaar zijn.

d. Vrijwilligheid

Weging: voldoet/voldoet niet

Uit de aanvraag blijkt welke variant van vrijwillige deelname van toepassing is per trajectvariant. De varianten zijn:

1.) MDT op eigen initiatief van de jongere. Bij deze variant kiest een jongere zelf om een MDT te volgen. Deze MDT vindt plaats in vrije tijd. Bij deze variant gaan we er vanuit dat jongeren zich vanuit intrinsieke motivatie hebben aangemeld. Er is geen extra onderbouwing nodig waarom voor deze variant is gekozen.

2.) MDT aangeboden als één van de opties. Bij deze variant wordt MDT als één van de (keuze)opties aangeboden (bijvoorbeeld als keuzevak), waarbij jongeren ook kunnen kiezen voor andere opties dan MDT. In de aanvraag is voldoende onderbouwd:

– dat jongeren keuzevrijheid hebben, waarbij MDT één van meerdere gelijkwaardige opties is, en waar jongeren zelf bewust kiezen voor MDT.

3.) MDT aangeboden als standaard optie en/of vast onderdeel. Bij deze variant worden jongeren gestimuleerd om een MDT te doen en wordt MDT als standaard optie of als vast onderdeel aangeboden. In de aanvraag is voldoende onderbouwd:

– waarom deze variant passend/gewenst is voor de betreffende doelgroep;

– dat er een reëel alternatief geboden wordt als jongeren niet (meer) willen deelnemen;

– dat er voldoende keuzemogelijkheden zijn tussen MDT-projecten of binnen het MDT-traject.

2. Drie MDT-pijlers

Weging: 25%

a. Talentontwikkeling

Weging: 30%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– hoe het partnerschap ervoor zorgt dat jongeren werken aan persoonlijke ontwikkeldoelen;

– hoe de MDT-trajecten een brede ontwikkeling stimuleren, waarbij zowel persoonlijke als professionele vaardigheden aan bod komen;

– hoe er aandacht is voor reflectie, zodat jongeren bewust zijn van de ontwikkeling die ze doormaken;

– hoe jongeren erkenning krijgen en gewaardeerd worden voor hun ontwikkeling.

Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen.

b. Betekenisvolle ontmoetingen

Weging: 30%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– hoe jongeren tijdens het traject in contact komen met mensen buiten hun eigen leefwereld, of mensen binnen hun eigen leefwereld op een nieuwe manier en beter leren kennen;

– dat de ontmoetingen een (maatschappelijk) doel dienen;

– dat de ontmoetingen betekenisvol zijn, doordat ze zowel bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van jongeren als waardevol zijn voor de ander;

– hoe de ontmoetingen goed voorbereid worden, zodat ze een positieve ervaring vormen voor jongeren en voor de ander;

– hoe er aandacht is voor reflectie, zodat jongeren beseffen wat deze ervaringen voor henzelf en voor de ander betekenen.

Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen.

c. Iets doen voor een ander en/of de samenleving

Weging: 40%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– dat jongeren activiteiten uitvoeren die iets betekenen voor anderen en/of de samenleving;

– hoe jongeren worden begeleid om het effect van hun inzet te zien;

– dat de activiteiten aansluiten bij hun talenten en/of interesses, of nieuwe ontdekkingen stimuleren;

– hoe jongeren worden gestimuleerd om na afloop maatschappelijk betrokken te blijven.

Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen.

3. Begeleiding van jongeren

Weging: 20%

a. Inrichting van de begeleiding

Weging: 35%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– hoe de begeleiding zodanig is ingericht en georganiseerd, dat jongeren gedurende het traject passende begeleiding ontvangen, waarbij er minimaal sprake is van een intake- en eindgesprek;

– hoe de begeleiding aansluit bij de gekozen trajectvariant(en);

– een goede onderbouwing voor de verhouding tussen individuele begeleiding, groepsbegeleiding en begeleiding bij de activiteiten bij partnerorganisaties.

Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen.

b. Afstemming op behoeften en maatwerk

Weging: 40%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– hoe de begeleiding wordt afgestemd op de behoeften van jongeren;

– hoe er maatwerk wordt geleverd in de begeleiding.

c. Ondersteuning en ontwikkeling begeleiders

Weging: 25%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– hoe begeleiders worden ondersteund en gecoacht om hun vaardigheden te versterken, zodat zij jongeren optimaal kunnen begeleiden.

Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan dit elementen.

4. Jongerenparticipatie

Weging:20%

a. Jongerenparticipatie op projectniveau

Weging: 60%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– hoe het partnerschap jongerenparticipatie op project- en/of organisatieniveau actief stimuleert en faciliteert;

– dat het partnerschap streeft naar een zo hoog mogelijke mate van jongerenparticipatie, passend bij de doelgroep;

– op welke manier en met welke frequentie jongeren participeren. Hierbij wordt een onderbouwing gegeven over de mate van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-)beslissen en/of jongeren in de lead.

b. Jongerenparticipatie op trajectniveau

Weging: 40%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– dat jongeren inspraak en invloed hebben op trajectniveau;

– op welke manier en met welke frequentie jongeren participeren. Hierbij wordt een onderbouwing gegeven over de mate van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-)beslissen en/of jongeren in de lead;

– dat het partnerschap streeft naar een zo hoog mogelijke mate van jongerenparticipatie, passend bij de doelgroep;

Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen.

5. Expertise en monitoring

Weging: 15%

a. Passende expertise en ervaring partnerschap

Weging: 40%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– dat er voldoende kennis, ervaring en expertise aanwezig is bij de penvoerder en de samenwerkingspartners binnen het partnerschap om de voorgestelde activiteiten succesvol uit te voeren. Dit is onderbouwd met voorbeelden waaruit relevante ervaring blijkt;

– dat de beoogde realisatie passend, haalbaar en realistisch is;

– dat de penvoerder beschikt over de ervaring en vaardigheden om een (groot) gesubsidieerd project te leiden en te verantwoorden;

– in welke mate en op welke manier partners, zoals de gemeente, betrokken zijn bij doelgroepen waarin partners een regietaak hebben, zoals bij de intensieve variant.

b. Monitoring en bijsturing

Weging: 30%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– hoe resultaten/effecten tussentijds worden gemonitord om de voortgang te waarborgen;

– hoe deze resultaten/effecten worden gebruikt om van te leren en de kwaliteit van het project te verbeteren.

c. Risico’s en beheersmaatregelen

Weging: 30%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– welke risico's het partnerschap voorziet voor het MDT-project en voor de uitvoering van de MDT-trajecten;

– welke maatregelen het partnerschap zal nemen als deze risico's zich voordoen gedurende de subsidieduur.

6. Samenwerking en toekomstgericht werken

Weging: 10%

a. Rolverdeling en samenwerking binnen het partnerschap

Weging: 30%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– dat rollen, verantwoordelijkheden en taken binnen het partnerschap helder zijn vastgelegd;

– dat er een gestructureerde aanpak is voor de organisatie van samenwerking tussen penvoerder en partners binnen het partnerschap.

b. Wervingsstrategie

Weging: 30%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– een passende wervingsstrategie, inclusief een concrete beschrijving van de werkwijze en een onderbouwing waaruit blijkt dat deze aansluit bij de beoogde doelgroep;

– duidelijkheid over de betrokken partij(en) bij de werving en de rolverdeling binnen de uitvoering.

c. Samenwerking en kennisdeling buiten het partnerschap

Weging: 20%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– hoe het partnerschap kennis deelt en samenwerking opzoekt met andere MDT-partnerschappen, bijvoorbeeld binnen een regionaal samenwerkingsverband;

– welke activiteiten opgezet worden in het kader van kennisdeling en samenwerking, en welk doel of welke meerwaarde deze activiteiten hebben.

d. Verduurzaming

Weging: 20%

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

– welke stappen al zijn gezet en/of welke plannen er zijn om de voorgestelde MDT-activiteiten toekomstbestendig en duurzaam te maken. Denk aan aansluiting op bestaande initiatieven en infrastructuur van onderwijs, gemeenten en andere lokale overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en fondsen;

– welke stappen al zijn gezet en/of welke plannen er zijn om het financiële eigenaarschap (cofinanciering) uit te breiden en het inhoudelijk eigenaarschap te verbreden via relevante samenwerkingen die bijdragen aan projectdoelen en toekomstbestendigheid van activiteiten.

7. Begroting en activiteitenplan

Weging: voldoet/voldoet niet

a. Cofinanciering

Weging: voldoet/voldoet niet (+ 0,1 of +0,2 op eindscore)

Uit de begroting en cofinancieringsverklaringen blijkt:

– dat de minimale cofinanciering van 30% is begroot en voldoet aan de eisen van de regeling.

– Indien de totale cofinanciering meer dan 35% betreft, wordt 0,1 punt extra toegekend aan de gewogen totaalscore.

– Indien meer dan 5% van de totale projectkosten wordt gedekt door cofinanciering in geld of op geld waardeerbaar wordt 0,1 punt extra toegekend aan de gewogen totaalscore.

b. Sluitende meerjarenbegroting

Weging: voldoet/voldoet niet

– De aangeleverde begroting voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

– De aangeleverde begroting is meerjarig, sluitend en geeft inzicht in de loonkosten, materiële kosten en overige kosten. Daarnaast maakt de begroting inzichtelijk hoe de middelen binnen het partnerschap worden verdeeld.

c. Activiteitenplan

Weging: voldoet/voldoet niet

Uit het activiteitenplan blijkt dat de voorgestelde activiteiten subsidiabel zijn op basis van artikel 4 van deze subsidieregeling.